Wienerberger verdient beter

De Oostenrijkse baksteen- en dakbedekkingsfabrikant Wienerberger prestenteerde uitstekende halfjaarcijfers. Over het eerste halfjaar steeg de groei met 9 procent tot 870,6 miljoen euro. De winst voor belasting nam toe met 22 procent tot 65,4 miljoen euro. Door de lage rentestand werden de financieringslasten, ondanks verdere overnames, teruggebracht naar 18,3 miljoen. Daardoor steeg de belastingdruk naar 26 procent, terwijl die een half jaar geleden nog op 17 procent lag. De nettowinstgroei kwam dan ook lager uit op 9 procent, of 48,4 miljoen euro. Deze resultaten spreken tot de verbeelding. Belangrijke afzetmarkten zoals Nederland, Duitsland en Frankrijk verkeren immers in recessie en de hogere dollar zette de Amerikaanse bijdrage onder druk. Desondanks bereikte Wienerberger door kostenbesparingsacties in Duitsland en selectieve overnames, zoals een gedeeltelijke overname van de Koramic-activiteiten, betere resultaten dan zijn sectorgenoten. Het aandeel steeg in de aanloop naar de bekendmaking van de cijfers in anderhalve week tijd met bijna 9 procent. Vanaf het begin van dit jaar staat het Wienerberger-aandeel echter maar 3 procent hoger, en blijft het daarmee juist achter bij zowel de Oostenrijkse markt (+15 procent) als sectorgenoten zoals BPB Industries, Wolseley en Pilkington (+37 procent) Gezien het marktleiderschap dat Wienerberger heeft op vrijwel alle markten waarin het actief is en de geografische spreiding daarvan lijkt een hogere waardering gerechtvaardigd. Uit Oost-Europa wordt bijna 30 procent van de omzet behaald en naar schatting 46 procent van de bedrijfskasstroom in 2003. In landen zoals Hongarije en Slovakije heeft het een marktaandeel van bijna 50 procent, terwijl het aandeel in markten zoals Tsjechie en Polen op resp. 40 en 35 procent ligt. In die landen produceert Wienerberger met moderne fabrieken tegen de laagste kosten. De meeste concurrenten werken nog in fabrieken uit het communistische tijdperk. Bovendien is baksteen in Oost-Europese landen het meest gebruikte gevelbekledingsmateriaal. Zo wordt in Hongarije en Kroatie voor resp. 87 en 90 procent met bakstenen gewerkt. De Oost-Europese landen zullen in de komende jaren versterkt kunnen profiteren van de Europese subsidiestroom die op gang komt en meer investeringen. De Oostenrijkse beurs profiteert daar nu al van, omdat het land zichzelf ziet als de poort naar Oost Europa, en daar al veel bestaande expertise voorhanden is over de buurlanden. Na de gedeeltelijke verkoop van zijn aandelenbelang in Wienerberger door Koramic lijkt ook het vraagstuk rond de aandeelhouderstructuur voorlopig grotendeels geklaard te zijn. Aandeelhouders van Koramic konden 10 procent van de Wienerberger-aandelen krijgen, en de overdracht vond plaats op 20 augustus. De dreiging dat die aandelen onmiddellijk zouden worden verkocht hield het aandeel in juli en augustus terug. Hoewel Bank Austria, dat nog 27 procent van de aandelen in handen heeft, ook heeft aangegeven van zijn belang af te willen, lijkt het niet waarschijnlijk dat die onmiddellijk worden verkocht. De gemiddelde koers van Wienerberger in de afgelopen 10 jaar lag rond de 22 euro, en het is niet waarschijnlijk dat de bank onder de 20 euro verkoopt. PB