Willy Courteaux,

Willy Courteaux, oud-journalist, over de toegankelijkheid van televisie 'Ik heb geen bezwaar tegen toegankelijkheid. Niemand is er voorstander van dat onbegrijpelijke taal wordt gehanteerd. Maar dat hoeft de kwaliteit niet aan te tasten. Dat gebadineer voor de verkiezingen, daar kon ik niet naar kijken. Dan vraag ik mij af: wordt de kijker nu geboeid door het steekspelletje of door de inhoud? De bedoeling van een politiek programma moet toch zijn: de kijker inzicht geven, zodanig dat hij geholpen wordt bij het uitbrengen van zijn stem. Maar het politieke spel wordt gedomineerd door populisme, en ik vraag mij af - ik zeg wel: ik vraag mij af - of dat niet gestimuleerd wordt door de televisie. Ik heb er een bezwaar tegen als men ernstige onderwerpen op een onernstige manier behandelt. Als je een populair programma maakt en het bereikt maar dertigduizend mensen, zit je ernaast. Maar als je een programma maakt voor een kleiner publiek en het bereikt maar dertigduizend mensen, dan is het een succes. De ambitie moet in overeenstemming zijn met het onderwerp.' Knack Carel de Reus, projectontwikkelaar, over vastgoedprojecten 'Een fout die we vaak maken, is dat we elke plek mooi willen maken. Daar wordt het steriel van. Je moet ook lelijke plekken hebben. Mooie gebouwen zijn vaak mooi omdat er lelijke naast staan.' de Volkskrant Koen de Ceuster, docent Koreaanse Taal en Cultuur, over de top over het Noord-Koreaanse atoomprogramma 'De vraag is hoe reeel de dreiging is die uitgaat van een hongerend land van twintig miljoen inwoners dat economisch volledig aan de grond zit. En hoe bedreigend is het voor een verpauperde pariastaat in de vuurlinie van de Amerikaanse ideologische retoriek te liggen? (...) Net als in april zijn ook nu de gesprekken tot stand gekomen dankzij de bemiddeling van China en Zuid-Korea. Allebei beseffen ze dat achter de nucleaire dreiging een andere realiteit zichtbaar wordt die te weinig aandacht krijgt. De schuchtere pogingen tot economische hervormingen in dit hongerend land dreigen te worden gefnuikt door het militaire opbod dat aan de gang is. (...) Het verleden heeft uitgewezen dat een dialoog met Noord-Korea wel degelijk tot spijkerharde resultaten kan leiden. Voorwaarde is wel dat er wordt gepraat. Over de Noord-Koreaanse bereidwilligheid bestaat geen twijfel. Als men in Washington de moed heeft de politieke spelletjes te laten voor wat ze zijn, en men bereid is zich met het reele Noord-Korea in te laten, is het mogelijk uit deze patstelling te komen.' NRC Handelsblad