Windtalkers

Eigenlijk was het een onzalig idee van John Woo om uit te pakken met een oorlogsfilm, nu we er de voorbije jaren al zoveel gepresenteerd hebben gekregen (om nog maar van de dagelijkse actualiteit te zwijgen). Omdat er tussen die films ook een paar pareltjes zaten (The Thin Red Line, Saving Private Ryan en Black Hawk Down, elk om hun eigen reden), zou het voor iedereen die daar nog iets wil aan toevoegen heel moeilijk zijn om even goed te doen of zelfs maar te verrassen. Nu twijfelen we niet aan de kwaliteiten van John Woo, maar ook hij heeft toch nog een sterk script nodig, wil hij ook maar een poging ondernemen. En Windtalkers, geschreven door het scenaristenduo John Rice en Joe Batteer, komt niet veel verder dan een verzameling van de grootste clichés die het genre de voorbije honderd jaar geproduceerd heeft. Overigens niet zo verwonderlijk als je weet dat Rice & Batteer eerder enkel pure formulepulp als Chasers en Blown Away konden verzinnen. Windtalkers baseert zich op het gegeven dat het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog op een bepaald moment een beroep deden op Navajo-indianen als codesprekers. Alle Amerikaanse pogingen om een onbreekbare communicatiecode op te stellen, waren namelijk gefnuikt door de Japanners. Navajo werd als taal door zo weinig mensen gebruikt dat hij quasi niet te kraken viel, met de logische voordelen, maar ook met het nadeel dat de bruikbare codesprekers enorm kostbaar waren. En men moest te allen prijze vermijden dat zon Navajo levend in handen van de vijand viel. Stof genoeg voor conflictsituaties, dachten we, maar het scenario komt nooit verder dan wat we zelf hadden kunnen verzinnen: problemen met racistische rednecks, de nobele Indiaan die op een bepaald moment het leven redt van zon hatelijk individu, de verzoening tussen culturen voor het Grotere Doel, de gedesillusioneerde soldaat die terug geïnspireerd raakt door de Indiaanse mystiek. Bovendien blijkt het een dodelijke combinatie om een door en door bombastische filmer als Woo een door en door bombastische genre als de Hollywoodoorlogsfilm in handen te stoppen. Niet alleen zien we tijdens het eerste halfuur al drie keer prominent de Stars & Stripes flapperen, het vuurwerk en de brutaliteiten die Windtalkers op het scherm schildert heeft niets van de onmenselijkheid die je van zulke situaties zou verwachten. Je zit erbij en je kijkt ernaar, en het enige wat je qua emoties kan opbrengen, is bewondering voor het technisch vernuft van de special-effectsploeg. Van John WooMet Nicolas Cage, Christian Slater, Adam Beach, Peter Stormare, Noah Emmerich, Mark Ruffalo, Jason IsaacsLadversaireEen sterke acteur in een sappige hoofdrol, het is al heel wat maar het maakt nog lang geen film. Dat is de wijze les die Nicole Garcia uit haar Ladversaire mag trekken. De ingeving om Daniel Auteuil het hoofdpersonage toe te vertrouwen, verdient zeker alle lof. Auteuil is nu eenmaal de grootste acteur die Frankrijk de voorbije decennia heeft voortgebracht. Jean-Marc Faure, zijn personage, is een dun verhulde versie van Jean-Claude Romand, die begin jaren 90 de wereld schokte door zijn eigen gezin in koelen bloede te vermoorden. En de verbijstering was des te groter toen bleek dat de man bijna 20 jaar lang iedereen (echtgenote en ouders incluis) had doen geloven dat hij een lucratieve job had als dokter bij de Verenigde Naties, terwijl hij niet eens zijn studies had afgewerkt. Auteuil zet die vreemde figuur neer met een fascinerende mix van radeloosheid en verwrongen charme, maar omdat Garcia er geen moment in slaagt ook maar een beetje spanning (in welke vorm dan ook) in haar betoog te leggen, schieten ook de inspanningen van haar hoofdacteur tekort. Volgende week leest u in Tijd-Cultuur een gesprek met Auteuil.Van Nicole GarciaMet Daniel Auteuil, Géraldine Pailhas, Emmanuelle Devos, François Cluzet, Alice Fauvet, Bernard Fresson, François BerléandSamenstelling: Ruben NOLLETAdvocaat van de DuivelIn de beperking toont zich de ware meester, zei Goethe ooit, maar het is een universele wijsheid waar de Mexicaanse regisseur Guillermo del Toro duidelijk geen boodschap aan heeft. Niet dat hij om het even wat wil proberen. Nee, de man windt er geen doekjes om dat hij zijn leven wil wijden aan de horrorfilm, het zo vaak verguisde genre dat zo vaak aanleiding geeft tot middelmatigheid. En Del Toro weet hoe hij die valkuil moet omzeilen. In zijn ogen is horror namelijk het genre bij uitstek dat geen middelmatigheid verdraagt. Het steunt op extremen en wie het vertikt of te bang is om tot het uiterste te gaan, mislukt onvermijdelijk. Vandaar dat Del Toro er nooit voor terugschrikt om alle registers open te trekken. Denk bijvoorbeeld maar aan zijn hyperenergetische Blade-sequel die in juni bij ons in de zalen kwam. Misschien heeft het ook te maken met de bittere ontgoocheling waarmee hij terugdenkt aan Mimic, zijn eerste Hollywoodervaring. De intrigerende insectengruwel die hij toen voor ogen had, werd door de producerende studio Miramax grotendeels verneukt. Sindsdien kiest de regisseur zijn projecten des te voorzichtiger: ofwel big-budgetfilms waarvan hij weet dat ze bij zijn specifieke stijl en smaak passen (zoals Blade 2), ofwel kleinschaliger producties die hij volledig naar eigen zin kan invullen. The Devils Backbone past in de tweede categorie. Del Toro draaide het atmosferische spookverhaal in Spanje, waar hij ongestoord zijn gang kon gaan. Het getuigt alvast van een grote diversiteit dat hij achtereenvolgens The Devils Backbone en Blade 2 heeft afgeleverd, twee films die qua stijl en toon bijna loodrecht tegenover elkaar staan.Blade 2 had vooral de ambitie om het publiek te doen walgen, terwijl The Devils Backbone eerder voor de subtiele huiver gaat. Wat vind je zelf het moeilijkst om te bereiken?Guillermo del Toro: Het is allebei behoorlijk moeilijk. Een pure lolfilm maken zoals Blade 2, die het publiek wil entertainen, valt in deze tijd ook niet mee. Veel filmmakers denken dat ze moeten kiezen voor de grootste gemene delers om een groot publiek te bereiken. Maar als je dan naar zon formulefilm gaat kijken, merk je dat niemand er echt van geniet. Dat mag je dus niet onderschatten. Maar emotioneel en artistiek is een film als The Devils Backbone een veel grotere uitdaging. Je kan het vergelijken met het verschil tussen een kleine Vermeer en een muurreclame voor Coca-Cola. Je hanteert totaal andere borstels en kleuren en technieken. Maar het geweldige is dat de ene stijl je ideeën geeft om de andere interessanter te maken. Ik zie mezelf graag als een vakman die mooie stoelen kan maken maar ook nog tot andere dingen in staat is.The Devils Backbone speelt zich af tegen de achtergrond van de Spaanse Burgeroorlog. Wat sprak je daarin aan?Del Toro: Met mijn eerste film, Cronos, wou ik een vampierenfilm maken die verwees naar wat onsterfelijkheid betekent voor verschillende mensen. In The Devils Backbone wou ik het idee van een geest vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Voor mij is een geest iets wat onopgelost is, onvolledig, iets wat nog in de lucht hangt en daarom mensen bespookt. Daarom hebben alle personages uit de film iets verloren. Jacinto, het jongetje, heeft bijvoorbeeld een kindertijd verloren die hij hartsgrondig haat. Càsares wordt achtervolgd door een liefde die hij nooit heeft kunnen uitspreken. In dat opzicht is de oorlog de grootste spookmachine die je kan bedenken, omdat het zowel het verleden, het heden als de toekomst vernietigt. De Spaanse Burgeroorlog is zon conflict dat nooit echt beëindigd is. Het is gewoon stilletjes uitgedoofd. Maar je voelt dat het nog steeds in de hoofden van het Spaanse volk spookt. Burgeroorlogen zijn altijd veel wreder omdat je vaders hebt die hun zoon moeten doden, of broers die het tegen elkaar moeten opnemen. Voor de oorlog was het normaal om een republikeinse vader, een fascistische zoon, een republikeinse zoon en een fascistische moeder samen aan tafel te zien zitten.Je hebt de film in Spanje gedraaid. Zie je dat niet als een stap terug nadat je in Hollywood aan de slag bent geweest?Del Toro: Helemaal niet. Ik ga waar het verhaal me heen leidt. Ik wil zeker geen Hollywoodcineast worden. Dat zou ik veel te saai vinden. Als je enkel daar werkt, ga je op de duur enkel rommel maken. En als ik rommel maak, moet het mijn eigen rommel zijn. Ik heb er geen behoefte aan om een luxeleven te leiden. Ik kleed me verschrikkelijk. Ik rijd met een krakkemikkige wagen. Het enige waar ik veel geld aan uitgeef, zijn comics, dvds en originele stripkunst. Veel heb ik dus niet nodig. Ik wil het simpel houden, want dan worden mijn opties ook heel simpel.Je blijft mateloos gefascineerd door het horrorgenre. Komt dat door jouw achtergrond als make-upartiest?Del Toro: Nee, ik maakte al horror toen ik met make-up en speciale effecten begon te experimenteren. Daar ben ik enkel mee begonnen omdat ik niet tevreden was met de effecten in mijn eerste films. Op de duur vroegen andere cineasten me voor hun films. Ik maak horror omdat het in mijn ogen het meest creatieve genre is dat je kan vinden. Verhalen vertellen over dingen die niet bestaan, is creativiteit op zijn puurst. Vooral ook omdat het in deze tijden heel moeilijk is om een publiek te doen geloven dat wat je op het scherm brengt echt is. Iedereen weet tegenwoordig hoe speciale effecten en make-up in elkaar steken. Dat is de uitdaging.Jouw gevoel voor humor is eerder excentriek en donker. Ben je teleurgesteld als niet iedereen erom kan lachen?Del Toro: Je weet op voorhand dat je onmogelijk iedereen kan plezieren. Een film is als een blind date, zij het met 300 mensen tegelijk. Met een deel van dat publiek beland je uiteindelijk tussen de lakens, bij de rest blijft het bij een kopje koffie. Daar kan je niks aan doen. Hetzelfde geldt voor mensen bang maken. In het echte leven word je bang als je geen controle meer hebt over wat er gebeurt en je beseft hoe chaotisch deze wereld is. Maar die grens is anders voor elke persoon. Ook al bestaan er mechanismen om een groot deel van het publiek angst aan te jagen, het blijft een heel zware opdracht. De kracht van een goeie horrorfilm mag je nooit onderschatten.Je bent een doorgewinterde comics-fan. Hoe staat het intussen met je geplande verfilming van Mike Mignolas strip Hellboy?Del Toro: Het script is af en we werken eraan om de productie op poten te krijgen. Ik hoop dat ik daar zo snel mogelijk aan kan beginnen. Ik zie die film als de brug tussen twee werelden, iets wat zo groot en snel en luidruchtig is als Blade 2 maar tegelijk zo persoonlijk als The Devils Backbone. Thematisch gezien is Hellboy mijn autobiografie. Maar het is een duur project en dus is het onmogelijk te voorspellen wanneer het ervan zal komen. Als het me niet meteen lukt, ga ik me waarschijnlijk concentreren op een kleinschaliger film waar ik al tien jaar aan werk. Mephistos Bridge heet hij, opnieuw een heel persoonlijk verhaal. En huiveringwekkend. (grijnst)The Devils Backbone komt deze week in de zalen.