Winnen is leuk, maar het is niet grappig

In 1943, toen hij 20 jaar was, stierf de moeder van de Amerikaanse comic strip-tekenaar Charles Schulz aan kanker. Hij kwam dat verlies nooit te boven. Op 12 februari 2000 verloren Charlie Brown, Lucy, Snoopy en zovele anderen, bekend als Peanuts, hun geestelijke vader aan dezelfde ziekte. Het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal herdenkt de wereldberoemde tekenaar met een tentoonstelling over 50 jaar Peanuts.Charles Schulz werd op 26 november 1922 geboren als kapperszoon. Het tekenen zat hem in het bloed. In zijn jonge jaren tekende hij, zoals zovelen, de Disney-figuurtjes na: Mickey Mouse, de drie biggetjes en daarnaast ook de populaire stripfiguren uit zijn tijd: Popeye, Buck Rogers Er bestaat van hem een tekening uit zijn tienertijd (de jaren 30-40) waarop hij vrij accuraat maar ietwat naïef allerlei zaken, telkens in drievoud, heeft neergetekend: drie kammen, drie scharen, drie cornflakesverpakkingen, drie Hitler-hoofdjes, drie springveren, drie ijsjes, enzovoort. Het zegt veel over zijn observatievermogen, zijn perfectionisme (Schulz: Bijna niets van wat ik nu teken, is niet gebaseerd op reële kennis van het object dat ik teken: al is het een schoen, een hondenhok of een kinderhand. Striptekenen is gewoon een kwestie van goede design) en over de invloed die zijn omgeving zal hebben op zijn werk. Heel wat van de elementen uit Peanuts zijn immers autobiografisch. Op zijn dertiende kreeg hij bijvoorbeeld een wit-met-zwart gespikkelde hond, Spike. Hij werd de inspiratiebron voor Snoopy, die Schulz oorspronkelijk Sniffy wou noemen, totdat hij ontdekte dat er al een striphondje was dat zo heette. Charlie Brown, Linus en Frieda zijn weer andere voorbeelden van de wisselwerking tussen leven en werk: het zijn de namen van vrienden-collegas aan de Art Instruction School in Minneapolis, waar hij tekenles gaf. De eenzaamheid waaraan Charlie Brown ten prooi is, leerde Schulz kennen in zijn legertijd tijdens de Tweede Wereldoorlog: lange dagen, avonden, weekends spendeerde hij er, zonder notie van tijd, in de overtuiging dat er nooit een eind aan zou komen.Schulz startte zijn stripcarrière in Timeless Topix, een katholiek stripmagazine, waarvoor hij stripballonnetjes letterde. Op aanraden van een collega aan de kunstschool, die zijn stripprobeersels had gezien, begon hij een strip over kinderen in de Saint Paul Pioneer Press, getiteld Lil Folks. Het werd de voorloper van Peanuts, want tot die naam werden de Lil Folks, de kleine luitjes, herdoopt op 2 oktober 1950, datum waarop de figuurtjes al onmiddellijk uitzwermden naar zeven lokale Amerikaanse kranten. Het einde van het verhaal is ondertussen bekend: Peanuts werd een van de eerste succesvolle exportproducten van de Amerikaanse cultuur, de meest verkochte strip op deze planeet, afgedrukt in meer dan 2.600 publicaties, gelezen door 355 miljoen mensen in 75 landen en vertaald in 21 talen. Bij ons bereikte de serie haar hoogtepunt in de jaren 70-80. Vooral Humo pakte er toen mee uit en uitgeverij Bruna bracht een hele reeks Peanuts-pockets uit in haar toenmalige Zwarte Beertjes-serie. Daarna taande bij ons het succes, maar mondiaal was dat niet het geval. De Peanuts gingen ook nog een eigen leven leiden onder de vorm van een serie tv-filmpjes, vier bioscoopfilms, duizenden boeken en poppen. Schulz is er miljardair mee geworden. Hij mocht zich tot de 500 rijkste Amerikanen rekenen. Peanuts vertrok oorspronkelijk vanuit de wreedheid die kinderen soms tegenover elkaar tonen. Het gevecht voor zelfbevestiging onder spelende kinderen werd exemplarisch voor de struggle for life in de Amerikaanse samenleving. Vooral in de sport kwamen die gelijkenissen tussen wat zich op het sportveld en wat zich op het veld van het leven afspeelt tot uiting. Als een van de eersten maakte Schulz op die manier het Amerikaanse baseball bij ons bekend. De frustraties van een mislukte baseballslag waren te vergelijken met die van de mislukkingen in het dagelijkse leven. Als volwassenen blijken we uiteindelijk kleine mensjes te zijn, met een nooit bevredigd verlangen naar liefde en tederheid. Terzelfder tijd kregen de kleine mensjes in de strip volwassenentrekjes: ze dweepten met Beethoven of Mendelssohn, hielden psychiatrische sessies, maakten filosofische bedenkingen over het leven Vandaar dat Peanuts algauw de naam kreeg een intellectuele, eerder diepzinnige strip te zijn, niet direct bedoeld voor op vrijblijvend vermaak beluste lezers.De Peanuts-karakters evolueerden (Snoopy ging bijvoorbeeld rechtop lopen en praten, terwijl hij in het begin gewoon een hond was), maar Charlie Brown bleef steeds de centrale figuur. Hij is de doorsneeman, een succesvolle loser. Hij is degene die ongeluk brengt over zijn vriendjes of die de ultieme volle laag krijgt. De lezer sympathiseert met Charlie, omdat wij allemaal meer vertrouwd zijn met verliezen dan met winnen. In de woorden van Schulz: Winnen is leuk, maar het is niet grappig. Terwijl één iemand de gelukkige winnaar is, zijn er wellicht honderden verliezers die grapjes verzinnen om zichzelf te troosten.Over het fenomeen strip beweerde Schulz dat hij het niet als grote kunst beschouwde, maar het was wel een uiterst creatieve vorm van inspanning. Een wonderbaarlijke combinatie van schrijven en tekenen, zo zei hij, doorgaans uitgevoerd door een man aan een tekenplank, helemaal alleen in een kamer, zoals een componist aan zijn piano zit of een schrijver gebogen over zijn schrijfmachine. In december van verleden jaar al besloot Schulz dat hij die inspanning, gelet op zijn ziekte, niet meer kon opbrengen. Hij liet zijn lezers weten dat hij de Peanuts-serie stopzette. Honderden lezers reageerden onthutst. Het mocht niet baten.RPDe tentoonstelling 50 Jaar Peanuts... Dat is niet niks ! loopt van 7 maart tot 11 juni in het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal, Zandstraat 20, in Brussel. Alle dagen, behalve maandag, van 10 tot 18 uur.