Wonen en werken in de natuur

Over enkele dagen komt de zomer er aan. Elk jaar opnieuw heeft dit voor de natuur zeer specifieke gevolgen, zowel op biologisch als op breed-ecologisch vlak.De vakantienemende mens heeft een grote invloed op het hele ecologische systeem, en de gevolgen daarvan zijn nauwelijks onderschatten. De jongste 20 jaar wordt de natuur immers hoe langer hoe meer gezien als een decor waarin de mens naar hartelust kan verpozen. Of als een middel waarmee men zich kan uitleven. Denk maar aan raftings, golf, jacht, visvangst, wandelen, paardrijden, mountainbiken, motorcross, veldlopen, bergbeklimmen, waterspelen, kust- en Ardennentoerisme. De natuur dient om ons te helpen vermaken en ontspannen.Het is voor datzelfde decor veelal een traumatische ervaring als de mens er (massaal) zijn sporen heeft achtergelaten in de vorm van afval, vandalisme, overrecreatie,... Het wordt nog erger wanneer de natuur moet wijken om motorcrosscircuits of golfterreinen aan te leggen, wanneer er moet gedraineerd worden om landbouwgrond te winnen, wanneer het landschap verminkt wordt om grind-, klei- of zandwinningen uit te graven.Onze hedendaagse maatschappij streeft compromissen na om verschillende functies met mekaar te combineren. Wonen, werken, ontspanning, economie, ecologie: meer en meer wordt getracht deze functies ruimtelijk zo bij mekaar te plaatsen dat we ons niet te ver moeten bewegen om aan al onze trekken te komen. Elke gemeente heeft intussen wel haar sporthal, de obligate industriezones, liefst ook enkele winkelparken, een goed uitgebouwd wegennetwerk, ongebreidelde woonmogelijkheden, wat groen hier en daar, filialen van zowat alle grootdistributeurs van voeding en kleding, en ga zo maar door. Met als gevolg dat we met een erg versnipperd landschap opgezadeld zitten, temeer omdat ruimtelijke ordening tot hiertoe een vrij onbekend begrip was in Vlaanderen.Voor de natuur maakt dat de zaken er zeker niet eenvoudiger op. De gemiddelde oppervlakte natuurgebied in België bedraagt hooguit enkele ha. Onze (weinige) bossen zijn dan (gemiddeld) wel wat groter, de eigendomsstructuur is zodanig versnipperd dat we er nog niet echt in geslaagd zijn op grote schaal een efficiënt ecologisch beheer op poten te zetten. De stadsvlucht drijft de mens naar het platteland, op zoek naar rust en groen, maar juist daardoor wordt de druk op het buitengebied zo groot dat een enorm ecologisch kwaliteitsverlies optreedt. Waardoor datzelfde buitengebied een heel pak minder rustig en groen wordt.Weekendverblijven, bungalowparken à la Center Parks, vakantiehuizen, pretparken, drinkwaterwinningen, wateropvangbekkens: heel dikwijls liggen ze in of nabij natuurgebied en leiden ze tot ecologisch kwaliteitsverlies. Wij willen blijkbaar steeds meer de natuur gaan opzoeken om erin te recreëren of te wonen, om aan onze basisbehoeften te voldoen of om ons tegen natuurgeweld te beschermen. De onomkeerbare schade die we daardoor aanrichten wordt meestal bedekt met de mantel van de noodzakelijkheid. Als we niet voorzien in alle opgesomde noden, dan voelen we ons tekortgedaan, dan hebben we economische kansen laten liggen, dan gunnen we de mens zijn basisbehoeften niet. Uit het eerste Natuurrapport (1999) van het Instituut voor Natuurbehoud blijkt anders wel dat het algemeen ecologisch kwaliteitsverlies zo groot is, dat opgeroepen wordt om er dringend wat aan te doen. Ook Europa roept daartoe op, omdat heel wat knelpunten een internationale aanpak vragen. Als we bedenken dat we het broeikaseffect, de afbraak van de ozonlaag, het al of niet gebruiken van genetisch gewijzigde organismen, de problemen van de klassieke landbouw, de algemene verdroging, niet zomaar onder controle krijgen, dan beseffen velen dat we er echt wat moeten aan doen. De vraag is alleen wat en hoe. Kan men in ons huidig maatschappelijk bestel duurzame oplossingen vinden voor zoveel fundamentele problemen die ontelbare raakvlakken hebben met zoveel elementen uit onze waardenpatronen en leefgewoonten, met onze kwaliteitseisen ook?In Nederland heb je een goed uitgebouwd fietspadennetwerk, iedereen is daar zeer over te spreken. Maar wanneer je bijvoorbeeld op een zonnige zomerse weekenddag eens in de Veluwe gaat fietsen, geloof je je ogen niet: je waant je zowaar op een fietsautostrade! Het is ongetwijfeld een goede zaak om toerisme zoveel mogelijk te kanaliseren en de mensen naar plaatsen te leiden waar het minst ecologische schade optreedt. Maar toch verhoogt de druk op de natuurgebieden enorm, en kan je er, zeker in het vakantieseizoen, niet omheen dat op veel plaatsen het draagvlak overschreden wordt. Daar is niet zo direct een antwoord voor, tenzij meer natuurrecreatiegebieden openstellen en de bestaande vergroten, zodat de druk kan verspreid worden.Maar net daar wringt het schoentje; deze laatste twee doelstellingen zijn zo moeilijk te realiseren omwille van wat we al vermeldden. Je ziet de vicieuze cirkel natuurlijk van ver aankomen. Planologen, milieubeschermers, urbanisten, zelfs futurologen breken zich hierover nog steeds het hoofd om tot de slotsom te komen dat mirakels niet bestaan - niet in Vlaanderen, en zeker niet als het gaat om ruimtelijke ordening.Onze aanwezigheid in de natuur is deels ook veranderd doordat de mens de band ermee zowat verloren is. Twee generaties geleden had ongeveer iedereen nog (groot)ouders, neven, of tantes die op het land werkten en we konden ons toen heel wat dingen voorstellen die de band met de natuur logisch maakten. Hoe langer hoe minder huishoudens komen nog rechtstreeks in aanraking met het buitenleven, we vervreemden dan ook aan een snel tempo van de natuur. Het cliché van de melk die uit fabrieken komt en niet van een koe bevat heel wat waarheden die tot nadenken stemmen. Hoe kan je correct omgaan met iets wat je niet kent?Ook ons onvoorwaardelijk geloof in de techniek die wel alle mogelijke problemen zal oplossen, geeft ons een vals gevoel van veiligheid. Als het misgaat zal de techniek ons wel oplossingen aanreiken. Al eeuwenlang voert de mens een strijd tegen een enigszins vijandige natuur, en toch stellen we vast dat ze nog steeds niet getemd is. Elke dag worden we er willens nillens mee geconfronteerd. Wie heeft er geen spinnen in huis? Te veel slakken, mollen of onkruid in de tuin? Ratten en muizen in de kelder, op zolder of tussen de spouwmuren? Last van overstromingen of droogte? Stekende muggen en dazen, agressieve wespen? Mieren tussen de plaveien? Problemen met bergop of tegen de wind in fietsen? Brandnetels of bramen op onze wandelweg, distels op de akkers?Nog steeds willen we veel van deze ongemakken voort uitroeien, en toch zijn er van vele opgesomde elementen nog nooit zoveel geweest. Zullen we ooit wel de strijd winnen, of kunnen we misschien proberen er allemaal wat beter mee samen te leven? Wie weet lossen onoverkomelijkheden zichzelf dan op. Misschien kunnen we iets leren van het verhaal van veel organismen die zolang ze bestreden worden, voor enorm veel nakomelingen zorgen, maar eens ongemoeid gelaten hun voortplantingsdrift drastisch inperken. Ook hier kan liefde misschien meer oplossen dan vijandschap.Of we het nu willen of niet: de zomer en daarmee ook de vakantie komen eraan en de natuur maakt zich nog eens op voor een sessie verkrachting. Misschien willen we ons, met dit beeld voor ogen, iets meer gedeisd houden en het milieu rondom ons wat meer ontzien? Herman DIERICKX