Xenakisterie

Op 4 februari ll. overleed de 81-jarige Grieks-Franse toondichter Iannis Xenakis. Hij geldt als een baanbrekend componist uit de vorige eeuw. In de Gentse Logos Tetraëder vindt morgenavond een herdenkingsconcert plaats. Eerder dan de man te roemen getuigt dit bescheiden programma van respect en biedt het een blik op de kern van zijn muziek.Op het programma staan elektro-akoestische werken uit zijn beginjaren en solistenwerken uit de jaren zeventig. Het programma is onder voorbehoud. Een werk van Xenakis studeer je immers niet als tussendoortje in. Vast staat de medewerking van klarinettist Jan Bossier en cellist Arne Deforce. Ook andere uitvoerders zoals Yutaka Oya en Piet van Bockstal kunnen hun opwachting maken.Zeker de werken van de jaren zestig en zeventig stellen vaak buitengewone eisen aan de uitvoerder. Xenakis houdt hierbij weinig rekening met de uitvoerbaarheid. De keuzes die de uitvoerder maakt zullen wellicht vaak uit zelfbehoud zijn, om letsels te voorkomen. Virtuositeit wordt door Xenakis immers vaak beperkt tot bijzondere behendigheid, waarbij er niets anders mee te delen is dan de noten. Ook verwijzingen naar de muziekgeschiedenis zijn van minder tel. Als hij al elementen uit de traditie gebruikt is dat veeleer om een verschil te benadrukken, dan een assimilatie in zijn muziektaal. Volgens traditionele criteria is zijn harmonie ongemotiveerd, het contrapunt primitief en de schriftuur brutaal. Zijn muziektaal is weliswaar geëvolueerd met de tijd, maar de kern blijft in de jaren negentig even ruw als in de jaren vijftig. Wat van belang was, was het geluid, als een opborrelende massa. De kracht van zijn muziek haalt hij uit een oneigenlijk gebruik van timbres en het koppelen van het notenmateriaal aan kernachtige stuwingen. Om ook de complexiteit ervan tijdens het componeren te kunnen beheersen maakte hij gebruik van mathematische technieken. Zijn muziek is echter allerminst wiskundig, als dat al zou kunnen. Het objectiverende is zeker essentieel, maar zijn benadering maakt zijn muziek niet abstract maar zeer concreet. Xenakis had immers geen hoge pet op van de westerse concepten sentimentaliteit en subjectiviteit.De elektroakoestische werken op het programma stammen allemaal uit dezelfde periode. In Diamorphoses uit 1957 baseert Xenakis zich op een studie van ruis en de veranderingen ervan door verdichting. De oorsprong van de geluiden, o.a. aardbevingen, vliegtuigen en klokken zijn soms te onderscheiden. Concret PH uit 1958 werd voor het eerst uitgevoerd als tussenstuk van twee uitvoeringen van Edgar Varèses Poème Electronique. De basis van het muziekstuk is het geluid van knisperend vuur. Orient-Occident uit 1960 werd gemaakt als geluidsband bij een film van Fulchignoni over de geschiedenis van de film en beeldcultuur in het algemeen. Het werk geldt als een van de eerste mijlpalen uit de elektronische muziek. Bohor uit 1962 is opgedragen aan Pierre Schaeffer, een pionier van de musique concrète, en plaatst de luisteraar in een aanhoudende geluidsmassa.Xenakis schreef twee werken voor cello solo, Nomos Alpha uit 1966, en Kottos uit 1977, dat hier door Arne Deforce wordt uitgevoerd. Kottos is een van de drie monsterlijke reuzen uit de Olympische scheppingsmythe. Bij Xenakis is de cello geen 19de-eeuws melancholisch melodie-instrument, maar een geavanceerde klankbron waarvan alle mogelijkheden optimaal worden benut, aldus Deforce. In Charisma voor cello en klarinet uit 1971 toont Xenakis zich van zijn aforistisch kant, en het heeft als ondertitel een citaat uit Homerus Ilias: Et lâme pareille à de la fumée se dirigea dans la terre en griçant. Het klankbeeld is echter hard, explosief en extreem.Het herdenkingsconcert van Xenakis vindt plaats op 1 maart om 20 uur in de Logos Tetraëder, Bomastraat 26 in Gent. Kaarten en inlichtingen: 09/223.80.89 of www.logosfoundation.orgDruk en indrukkenIn de Brusselse concertzaal DImprimerie kunnen we luisteren naar werken van twee uiteenlopende Vlaamse componisten. Het rustige werk van Luc de Winter staat er tegenover de drukkere composities van de jonge Paul Craenen.Paul Craenen (1972) is van opleiding pianist, en als componist autodidact. Pas sinds twee jaar legt hij zich op het schrijven toe, maar hij krijgt nu reeds behoorlijk wat belangstelling. Zo werd hij, samen met Annelies van Parys, als enige Vlaming geselecteerd voor het tweede Ictus Composer Seminar dat plaatsvindt in april. Van hem staan vier werken op het programma. A:A voor altviool en jazzgitaar werd geschreven in opdracht van Manuela Bucher en Tom Pauwels, die het hier ook creëren. De instrumenten worden onconventioneel en fysiek behandeld. Falco Tinnunculus werd geschreven voor Frederik Croene, die het in juli vorig jaar creëerde, en het ook vanavond brengt. Het is een strakke, geladen compositie waarbij opeenstapelingen van chromatische tonen en versnellende ritmes worden onderbroken door virtuoze erupties. Atman voor basklarinet, stethoscoop, piano en elektroakoestische versterking was onlangs nog onafgewerkt. De adem, waar de titel naar verwijst, staat hier centraal. Er is in dit werk geen sprake van dialoog of polyfonie tussen de instrumenten. De uitvoerders zijn in hun handelingen zo aan mekaar vastgeklonken dat ze één instrument worden met een heel specifieke klank, aldus de componist. Kooi voor piano vierhandig en videobeeld werd geschreven voor The Black Jackets Company. De uitvoerders bevinden zich in een kleine ruimte, niet zichtbaar voor het publiek. De toetsen van de piano zijn geblokkeerd. De resterende handeling worden via contactmicrofoons naar versterkers rond het publiek gestuurd, die dit kunnen volgen op een geprojecteerd videobeeld.Luc de Winter is een heel andere componist. Zijn werken worden gekenmerkt door een zeer grote rust. Door het langzame en meditatieve aspect zou men geneigd zijn om termen als new age te gebruiken, maar dat klopt niet. Zelf reikte hij met bezonkenheid een mooi en toereikend woord aan om zijn muziek te omschrijven. Door de statische tijdsbeleving waarin grote spanningen worden gelegd is zijn muziek zowel voor de uitvoerder als de luisteraar behoorlijk veeleisend. De inspiratie van De Winter is vrij Amerikaans, met componisten als Cage, Feldman en Reich als belangrijkste voorbeelden. Uit 1996 staan ... Agat in Rebus voor mezzosopraan en piano, en Drie dansen voor fluit, altviool, basklarinet en contrabas op het programma. Het laatste werd geschreven op vraag van Jan Fabre, maar deze gebruikte het niet. Beide werken zijn tot dusver nog maar één keer uitgevoerd. Het vorig jaar geschreven Voor piano wordt vanavond gecreëerd.Werken van Paul Craenen en Luc de Winter worden gebracht op 1 maart om 20.30 uur in DImprimerie, Fabrieksstraat 43 in Brussel. Kaarten en inlichtingen: 02/502.50.07.Samenstelling: Peter-Paul DE TEMMERMAN