Advertentie

Zeer stabiele prijzen in internationaal wegvervoer

De tarieven die de Belgische internationale wegvervoerders hun klanten in 1987 aanrekenden, zijn in vergelijking met het jaar voordien niet gestegen; op sommige relaties is zelfs sprake van een daling. Ondertussen zijn de kosten van de beroepsvervoerders in de voorbije twaalf maanden toch blijven stijgen: met gemiddeld 3,25 procent volgens de federatie van de wegvervoerders; met hooguit 2,75 procent volgens het IWT. Het ziet er dan ook naar uit, dat de tarieven in 1988 iets zullen worden opgetrokken.

In opdracht van het direktoraat-generaal Vervoer van de EG- kommissie onderzoekt het Instituut voor Wegtransport (IWT) in Brussel al sinds midden 1979 de Belgische transportmarkt op haar aktiviteit, aanwerving van personeel, financiële toestand van de transportbedrijven, investeringen, e.d.m. De enquêtes geven ook een inzicht in de evolutie van de kosten.

Volgens dat marktonderzoek stegen de kosten bij de Belgische wegvervoerders in de eerste tien maanden van 1987 met gemiddeld 2,4 tot 2,5 procent. Na extrapolatie betekent dat voor het hele jaar een stijging met ca. 2,75 procent.

Die kostenstijging is te vergelijken met de bevindingen van het IWT in vorige jaren: een daling met 4,1 procent in 1986 ingevolge de instorting van de olieprijzen; een stijging met 2,7 procent in 1985 en zelfs met 4,7 % in 1984.

Basis van onderhandelingen

Het op de voet volgen van de kostenstruktuur is belangrijk in het licht van de onderhandelingen tussen de wegvervoerders en hun opdrachtgevers over de jaarlijkse hernieuwing van kontrakten. De studiedienst van de Nationale Belgische Federatie der Baanvervoerders (NBFBV) houdt zelf die evolutie dan ook mee in 't oog.

Volgens Guy Roelants, ekonoom van de federatie, zijn de gegevens van de NBFBV gebaseerd op reële exploitatiegegevens; in tegenstelling tot die van het IWT die worden verkregen middels door vervoerders zélf ingevulde formulieren. De resultaten van de twee vormen van marktonderzoek lopen natuurlijk in grote lijnen parallel, maar toch zijn er duidelijke verschillen. Het zal wel niemand verbazen dat volgens de federatie de kosten van de transporteur sneller stijgen dan volgens het IWT (...).

Voor de twaalf maanden van 1987 komt Roelants aan een gemiddelde kostenstijging van 3,25 procent (t.o. de genoemde 2,50 over tien maanden van het IWT). Meer dan driekwart van de globale stijging is terug te voeren tot drie kostenposten: de prijs van de gasolie ging met 4 procent omhoog (invloed op de globale kostenstijging: 0,58 %), de lonen met 4,8 (1,62 %) en de algemene onkosten met 2,75 procent (0,34 %). Samen zijn zij dus goed voor 2,54 procent of 78 % van de genoemde globale stijging met 3,25 procent.

Andere kostenposten dragen slechts marginaal bij aan de algemene kostenstijging. Aanschaf van nieuw rollend materiaal zorgt ook nog eens voor een derde. Volgens de heer Roelants werd de eventueel lagere interestlast voor leningen gekompenseerd door meeruitgaven voor de aanschaf van vrachtwagens met een toegelaten maximaal gewicht van 44 ton. Voor dat zwaarder materiaal zijn natuurlijk ook de verzekeringspremies duurder, zo werd gezegd.

Ook in de vorige jaren waren er nogal wat verschillen tussen de resultaten van de marktonderzoeken van federatie en IWT. Voor 1986 kwam de NBFBV uit op een bescheiden stijging van de kosten met gemiddeld 0,10 procent (tegenover een daling met ruim 4 procent volgens het IWT); in 1985 hield ze het bij 4,5 procent, waar het IWT niet verder kwam dan +2,7 procent.

Tarieven zeker niet hoger

Tegenover de kosten staan de door de transporteurs aan hun klanten aangerekende vervoertarieven. Dat is een veel ingewikkelder zaak: in het binnenland zijn de prijzen vrij; officiële tarieven zijn er wel voor het internationaal vervoer over de weg, maar het is een bekend gegeven dat die veeleer worden gehanteerd als leidraad.

Het bestuur van het vervoer in Brussel, ressorterend onder het ministerie van verkeer, tracht door steekproeven inzicht te krijgen in de evolutie van de toegepaste prijzen. De reële prijzen, die worden opgenomen, worden vergeleken met het tarief dat van toepassing is. Door die relatieve prijzen van een bepaalde periode te vergelijken met die van een andere periode bekomt men de evolutie.

Het bestuur maakt prijzen op per semester en vergelijkt die met de zes maanden daarvoor en met het overeenkomstige semester van het jaar voordien. Omdat een aantal bilaterale tarieven in de loop van het jaar werden gewijzigd, en om een deugdelijke vergelijking met de vorige semesters mogelijk te maken, werd het eerste halfjaar van 1987 voor sommige vervoersrelaties uitgebreid tot zeven, soms zelfs tot acht maanden.

Het tarief voor het Benelux-vervoer over de weg kreeg onlangs een nieuwe struktuur (wat overigens niet in alle gevallen automatisch leidde tot hogere prijzen). Daarom heeft het bestuur van het vervoer zijn eerste "semester' van 1987 uitgebreid t/m augustus. De prijzen, die in die eerste acht maanden van 1987 werden opgetekend, vertonen tegenover het tweede semester 1986 gemiddeld een daling met 2,1 procent; tegenover de eerste zes maanden van 1986 is er sprake van een verschil van anderhalf procent in min.

Op 1 september kwam een nieuw Belgisch-Duits bilateraal tarief in voege; het ging om een bscheiden lineaire verhoging. Het eerste semester, waarmee het bestuur rekening hield, slaat eveneens op de eerste acht maanden van 1987.

De tarieven van die periode lagen gemiddeld 0,1 procent beneden die van het tweede semester 1986 en zelfs 1,2 procent beneden die van de eerste zes maanden van 1986.

Tussen België en Frankrijk werd op 1 augustus een nieuw tarief van kracht. Het ging om zowel een veralgemeende prijsverhoging als een volledige herstrukturering. Hier noteerde het bestuur van het vervoer een verschil van -0,3 % tegenover de tweede helft van 1986, en van + 0,1 % tegenover de eerste zes maanden van laatstgenoemd jaar.

Op de relatie België-Italië ten slotte is een nieuw tarief van toepassing sinds 1 januari 1987. Het is een volledig gewijzigd tarief met nieuwe marges én nieuwe tonnageklassen. De vergelijkingen slaan hier natuurlijk op de gebruikelijke semesters van zes maanden.

Tegenover de tweede helft van 1986 stegen de wegvervoertarieven in de eerste helft van 1987 met gemiddeld 1,9 procent. Maar in vergelijking met de eerste zes maanden van1986 was er sprake van een gemiddelde daling met 0,8 procent.

Daling tot stabilizatie

De algemene konklusie van het bestuur van het vervoer is, dat de tarieven van de Belgische internationale wegvervoerders voor goederenvervoer naar de buurlanden en Italië zich in de eerste zes tot acht maanden van vorig jaar stabilizeerden of zelfs lichtjes daalden in vergelijking met 1986. Dat is toch een merkwaardige ontwikkeling, want in de periode 1981-'85 werden nog jaarlijkse prijsstijgingen genoteerd van 4 tot 6 procent naargelang van de vervoersrelatie.

Een vergelijking tussen de prijzen en de vorengenoemde kostprijsevolutie is niet volledig te maken, omdat het in het eerste geval gaat om het eerste halfjaar; in het tweede om twaalf maanden. Maar dat er een verband is, is wel duidelijk.

Dat de prijzen nu misschien iets achter liggen op de kostprijs, daaraan tillen de beroepsvervoerders kennelijk niet al te zwaar. "Bij het maken van nieuwe prijsafspraken wordt toch wel een zekere veiligheidsmarge genomen', zo hoorden wij in beroepskringen zeggen.

Overigens ziet het ernaar uit, dat de internationale wegvervoerders, gewapend met het studiemateriaal van zowel IWT als eigen federatie, voor 1988 aansturen op een globaletariefsverhoging van zo'n 2,5 procent.GH

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud