Advertentie
Advertentie

Zonder uitzendkrachten lukt het niet

In de FET van 19 november verscheen in Podium een stuk van de jurist Buelens waarin een zeer eigenaardige redenering wordt uiteengezet. Uitzendarbeid moet volgens hem een halt worden toegeroepen zoniet teruggedrongen omdat het een aantal negatieve effecten genereert inzake arbeidsveiligheid en jobonzekerheid. Buelens schreef zijn vrije tribune naar aanleiding van de bespreking van een ontwerprichtlijn met betrekking tot uitzendarbeid van de plenaire vergadering van het Europese Parlement. Hij suggereert alsof de Europese Commissie gezwicht zou zijn voor lobbyactiviteiten van Ciett, de federatie van uitzendbedrijven.Ciett voert op dit ogenblik een sterke campagne tegen de ontwerprichtlijn. Wie de indruk geeft dat de ontwerprichtlijn inzake uitzendarbeid vooral de eisen van de uitzendsector inwilligt, bewijst in de eerste plaats dat hij of zij het dossier absoluut niet kent. De redenering van de auteur is vreemd, zeker als die geopperd wordt door een jurist. Indien elk maatschappelijk fenomeen dat negatieve effecten genereert, moet worden teruggedrongen dan is het einde zoek. Volgens de redenering van Buelens moet logisch gesproken ook de bouwnijverheid worden gekortwiekt want daar gebeuren ook zeer veel arbeidsongevallen. En waarom de jongeren niet verbieden te arbeiden. Zij veroorzaken het meest arbeidsongevallen los van het feit of ze uitzendkracht zijn of niet. U merkt het, zo schieten we niet op. Zowel in het geval van de bouwsector als bij de jongeren moet zoveel mogelijk preventief worden gewerkt. Niet het fenomeen moet worden gekortwiekt, maar de mogelijke negatieve effecten ervan. In het geval van de bouwsector en de jongeren is dit meteen duidelijk. Vreemd genoeg is dit bij de uitzendsector niet het geval. Het komt bij Buelens zelfs niet op dat de uitzendsector misschien ook positieve effecten genereert en dat dus minstens een afweging moet worden gemaakt tussen negatieve en positieve effecten. Hij staat geen moment stil bij de vaststelling dat in weerwil van een bestaande kosteloze publieke arbeidsbemiddeling de private betalende bemiddeling in heel Europa aan een opmars bezig is en in vele landen de publieke arbeidsbemiddeling overvleugelt. Hoe zou dat toch komen? De voorbije jaren heeft een massa onafhankelijk wetenschappelijk materiaal in binnen- en buitenland de voordelen en het belang van uitzendarbeid benadrukt, zowel voor werkgevers, werknemers als voor de arbeidsmarkt en de samenleving als geheel. Voor werkgevers betekent uitzendarbeid een flexibel instrument en een efficiënt wervingskanaal. Wie denkt dat de behoefte aan externe flexibiliteit wordt teruggedrongen in de toekomst dwaalt. Deze behoefte zal integendeel nog toenemen. Indien uitzendarbeid wordt teruggedrongen dan winnen bestaande alternatieven aan belang. Of dit in het belang van werknemers is, betwijfelen ik, want in tegenstelling tot uitzendarbeid ontsnappen deze alternatieven nagenoeg volledig aan controle van de vakbonden. Voor werknemers betekent uitzendarbeid een handige toegangspoort tot de arbeidsmarkt. Via uitzendarbeid oriënteren jongeren zich op de arbeidsmarkt. Voor de arbeidsmarkt en de samenleving als geheel betekent uitzendarbeid een verhoging van de werkzaamheidsgraad, inderdaad een belangrijke doelstelling van de Europese Unie en onze eigenste regering. Buelens zal het niet fijn vinden, maar het is gewoon uitgesloten dat de doelstellingen inzake werkzaamheidsgraad worden gehaald indien uitzendarbeid zich niet verder kan ontwikkelen. Indien uitzendarbeid wordt teruggedrongen leidt dit automatisch tot meer zwartwerk en meer interne flexibiliteit in de vorm van overuren. De Europese Commissie heeft deze redenering zeker laten meespelen bij het uitwerken van het ontwerp wat, nogmaals, niet betekent dat het ontwerp op maat van de sector is uitgewerkt.Ten slotte een korte opmerking over de zogenaamde onzekerheid van de uitzendkrachten. Wetenschappelijk onderzoek van de universiteit van Leuven heeft aangetoond dat uitzendkrachten minder werkonzeker zijn dan collegas met een gewoon tijdelijk contract. Deze laatsten zijn drie keer groter in aantal. Uitzendkrachten weten, in tegenstelling tot de heer Buelens, dat na deze uitzendopdracht een kans bestaat op een andere opdracht. Ze weten ook dat er redelijke kansen zijn op doorstroom naar een contract van onbepaalde duur. Daarnaast zijn er heel wat uitzendkrachten bij wie zekerheid geen issue is. De 100.000 studenten die jaarlijks werken als uitzendkracht willen gewoon een tijdelijke baan, punt. Een niet onbelangrijk aantal werknemers en kleine zelfstandigen verdienen als uitzendkracht een centje bij.Het staat de heer Buelens vrij om een negatieve opinie te hebben over uitzendarbeid. Het ontslaat hem niet van de plicht zijn huiswerk op een correcte manier te maken. Jan DENYSDe auteur werktbij Randstad