Zwitserse architekten bouwen Tate Gallery of Modern Art

LONDEN (reuter/tijd) - Twee architekten die buiten Zwitserland nauwelijks bekendheid genieten, hebben de internationale wedstrijd gewonnen met het oog op de verbouwing van de bekende Londense Tate Gallery. Jacques Herzog en Pierre de Meuron zullen de oude Bankside krachtcentrale, een minimal art-werk uit de jaren 1930 aan de oever van de Theems, ombouwen tot museum voor moderne kunst, aldus Tate-direkteur Nicholas Serota.De jury had, voor ze haar beslissing nam, een aantal door het Zwitserse tweetal neergezette gebouwen bezichtigd, onder andere de galerij waarin de Goetz-kollektie is ondergebracht en het Zwitserse paviljoen op de Biënnale in Sao Paolo (Brazilië) van afgelopen jaar. Vanuit die ervaringen en het wedstrijdontwerp besloot ze Herzog en de Meuron te selekteren.

Herzog en de Meuron worden beschouwd als dogmatische modernisten. Direkteur Serota had lovende woorden voor hun 'nutsvriendelijke arbeid', bij de bekendmaking van de winnaars. De Zwitserse architekten wonnen het van zes architektenbureaus van een oorspronkelijke lijst van dertien bureaus. Onder hen bevond zich onder meer het 'Office for Metropolitan Architecture' van de Nederlander Rem Koolhaas. De andere bureaus kwamen uit het VK, Spanje, Italië en Japan.

De verbouwingswerken over een oppervlakte van 20.000 vierkante meter exporuimte annex een ruim honderd meter hoge schoorsteen krijgen hun beslag op de zuidelijke oever van de Theems, tegenover St. Paul's Cathedral. In een 'spectaculair' genoemde turbinezaal van de vroegere elektriciteitscentrale of in reusachtige olietanks onder de grond zullen de gaanderijen en hallen worden ingericht.

Naar het voorbeeld van het Parijse Centre Pompidou moet de vernieuwde Tate Gallery de Moderne Kunst uit de 20ste eeuw een plaats bieden. Die ontbrak nog in het Londens museumaanbod. Het projekt zou voor de helft kunnen worden gefinancierd uit de opbrengst van het Millenium Fund, de kultuurpot van de kersverse Britse lotto. Tate zal proberen de direktie van het fonds te overhalen naar aanleiding van de eeuwwisseling, tijdstip van de geplande opening, met geld over de brug te komen. Met de overname en restauratie van het gebouw zou een bedrag van 80 miljoen pond (4 miljard fr.) gemoeid zijn. De andere helft van de som wil Tate bij elkaar sprokkelen uit donaties.

De 'oude' Tate Gallery, maar haar rijke verzameling oude en nieuwe schilderijen bevindt zich enige kilometers stroomopwaarts, langs de noordelijke Theemsoever. Daar zou de Britse kunstverzameling, onder meer de kollektie van William Turner (1775-1851) ondergebracht blijven.

De Baselse architekten wonnen de wedstrijd voor vijf konkurrenten. De wedstrijd wordt beschouwd als de belangrijkste die de jongste twintig jaar door de Londense kultuurgezagsdragers werd uitgeschreven. De Zwitserse ontwerpers willen de buitenmuren van het gebouw en de schoorsteen intakt laten en het geheel de afmetingen geven van het Centre Pompidou, 'één van de grootste musea voor moderne kunst ter wereld', aldus Tate-direkteur Serota.

De Bankside energiecentrale, een afgrijselijk minimal art-bouwwerk, werd eertijds ontworpen door Sir Giles Gilbert Scott, de ontwerper die ook de overbekende Britse rode telefooncellen uittekende.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud