Advertentie
analyse

Waterstof zet de machtsverhoudingen op haar kop

©Bloomberg

De federale regering wil van België een draaischijf maken voor waterstof in Europa. Voor de Belgische industrie moet dat import op grote schaal mogelijk maken. Maar ook Australië, Chili en de oliestaat Saoedi-Arabië zetten zwaar in op de groene energiebron. Blijven we ook met waterstof te afhankelijk van buitenlandse producenten?

België moet een draaischijf worden voor de invoer van waterstof in Europa. Dat is de toekomststrategie van de federale regering. De focus ligt daarbij op het gebruik van groene waterstof - gemaakt met hernieuwbare energie - om processen in de industrie te verduurzamen. Binnen vijf jaar moet het eerste stuk leidingnetwerk er liggen om het energiehoudende gas tot bij Belgische bedrijven te krijgen.

Een klein deel van die waterstof kan hier geproduceerd worden. Maar België is te klein en te dichtbevolkt om met wind- en zonne-energie volledig in te staan voor zijn eigen waterstofbehoefte. Daarom wordt resoluut de kaart getrokken van infrastructuur om groene waterstof te importeren uit pakweg Oman of Chili, waar veel capaciteit is voor de goedkope productie van hernieuwbare energie.

Waarover gaat het?

De Belgische regering kiest voor grootschalige import van waterstof om de industrie te verduurzamen. Ons land moet ook een draaischijf worden voor de export van waterstof naar de rest van Europa.

Wat ging vooraf?

Almaar meer landen investeren in waterstof, als ‘democratischer’ brandstof. De omschakeling kan helpen om minder afhankelijk te worden van olie- en gasproducerende regimes die geopolitiek gevoelig liggen.

Wat nu?

Het ontluiken van de waterstofeconomie biedt economische opportuniteiten. Maar eerst moet de nodige infrastructuur er komen, net als duidelijkere plannen over het gebruik van waterstof.

Waterstof is een zeer brandbaar gas, dat zoals aardgas gebruikt kan worden voor de verwarming van gebouwen en als brandstof voor voertuigen. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen bevat het geen koolstof. Maar voor de productie van waterstof is energie nodig. Die kan van aardgas komen (grijze waterstof, want er komt CO₂ vrij), maar ook van zonne- en windenergie (groene waterstof). Als de emissies opgevangen en opgeslagen worden, heet het blauwe waterstof. De productie van groene waterstof is fors duurder dan die van grijze waterstof.

Oplossing

Waterstof lijkt tegenwoordig wel de oplossing voor bijna alles. Verduurzaming van een vervuilende staalfabriek? Schoner vrachtverkeer? Verwarming van huizen? Opslag van overtollige hernieuwbare energie? Waterstof, waterstof, waterstof. En dan het liefst groene waterstof. De roep om waterstof komt allang niet meer alleen voort uit de wens om de klimaatverandering tegen te gaan. Het gaat ook over economische duurzaamheid: het behoud van industrieën, werkgelegenheid en de huidige levensstandaard.

In 2050 willen veel landen en bedrijven klimaatneutraal zijn. Waterstof wordt daarom gezien als een belangrijk middel om industrie, vrachtverkeer en scheepvaart te verduurzamen. Hoe groot de vraag naar waterstof precies zal worden, is nog onduidelijk. Maar het is wel duidelijk dat kleine landen, zoals België, bijna onvermijdelijk waterstof zullen moeten importeren, bij gebrek aan voldoende groene stroom.

Het Planbureau becijferde dat België tegen 2050 nood heeft aan tot 117 terawattuur (TWh) aan groene stroom als we de waterstof grotendeels zelf produceren. Ter vergelijking: het volledige stroomverbruik van België schommelde de voorbije jaren rond 85 TWh, waarvan slechts 15 TWh werd opgewekt door zonne- en windenergie. Op basis van onder andere een studie van de consultant Deloitte en de federale overheidsdienst Economie schat de regering dat België tegen 2030 3 tot 6 terawattuur (TWh) hernieuwbare moleculen kan importeren voor eigen gebruik. Dat komt overeen met 1,5 tot 3 procent van de huidige invoer van fossiel aardgas. Die volumes kunnen nog verdubbelen door van België een centrale draaischijf te maken voor de doorvoer van waterstof naar de rest van Europa, zoals nu ook al het geval is voor aardgas. Tegen 2050 mikt België op 100 tot 165 TWh waterstofimport voor eigen gebruik en nog eens het dubbele voor de export naar de buurlanden.

Landen met veel potentieel voor de productie van hernieuwbare energie kunnen ook groene waterstof produceren. ‘Er liggen kansen voor productielocaties in Zuid-Europa’, zegt René Peters, waterstofexpert bij de Nederlandse onderzoeksinstelling TNO. ‘In Italië, Spanje en Portugal bijvoorbeeld. IJsland kijkt dan weer naar aardwarmte en waterkracht.’

De Europese projecten gaan echter traag van start. Buiten Europa lijken ze sneller te handelen. ‘Waterstof betekent kansen voor landen met veel zon en ruimte, waar je goedkoop zonne-energie en windenergie kan opwekken’, zegt Frans Rooijers van het milieuonderzoeksbureau CE Delft.

Democratischer

De federale regering ziet waterstof als een democratischer brandstof omdat ze overal waar veel wind of zon is kan worden gemaakt. De omschakeling kan helpen om minder afhankelijk te worden van olie- en gasproducerende regimes die geopolitiek gevoelig liggen. ‘Met waterstof heb je meer keuze omdat die op meer plekken te maken is en je niet afhankelijk bent van ondergrondse reserves’, zegt Peters. ‘Het breed scala aan landen dat vol inzet op waterstof zal de verhoudingen minder gespannen maken’, zegt hij.

Hoe snel de ontwikkeling van de wereldwijde waterstofplannen is gegaan, illustreert het werk van Thijs Van de Graaf, onderzoeker aan Universiteit Gent en consultant bij de International Renewable Energy Agency (Irena). In 2019 publiceerde hij een rapport over de geopolitieke gevolgen van de energietransitie. Waterstof maakte daar toen nog amper deel van uit. Nu onderzoekt hij ook de geopolitieke gevolgen van waterstof.

Ongeveer vier jaar geleden had alleen Japan een waterstofstrategie, zegt Van de Graaf. ‘Nu hebben al bijna 40 landen zo’n strategie. België komt nu ook in dat rijtje, en veel landen werken eraan.’ Van de Graaf verwacht dan ook dat dit het decennium van waterstof kan worden. ‘In de jaren 90 was er veel aandacht voor windmolens, daarna voor zonnepanelen, vervolgens voor batterijen en elektrische auto’s. Nu zou waterstof het kunnen worden.’

40
landen
Al bijna 40 landen hebben een waterstofstrategie. In 2017 was dat er volgens UGent-onderzoeker Thijs Van de Graaf nog maar één: Japan.

Naast ambities een hub te worden, kan België ook op een andere manier een graantje meepikken van de ontluikende waterstofeconomie, zegt Van de Graaf. ‘Hier is enorm veel kennis en expertise aanwezig, maar ook grote chemieclusters waar ingezet wordt op de vergroening van waterstof. Die knowhow kunnen we te gelde maken en wereldwijd exporteren.’

Toch is dat vooral een toekomstscenario. Er zijn nog veel vragen onbeantwoord, en ook op vlak van infrastructuur is België nog niet klaar. Bovendien is waterstof, net als de installaties om ze te maken, nog erg duur, zegt Van de Graaf. ‘De kosten zullen wel gaan dalen. Maar waterstof wordt ook genoemd voor veel toepassingen waarvoor directe elektrificatie veel efficiënter is. Er moet een duidelijker plan komen voor het gebruik ervan.’

Bij het omzetten van groene energie naar waterstof gaat veel energie verloren. Er is dus veel meer energie nodig om hetzelfde te bereiken. Er zijn industriële processen, zoals het maken van staal of aluminium, waarbij waterstof voor de hand ligt. Maar plannen om te koken met waterstof of personenauto’s te laten rijden op waterstof, noemt Van de Graaf onverstandig. ‘Groene waterstof is de champagne onder de energiedragers: het is een fantastisch middel, maar erg duur. Alleen voor speciale gelegenheden.’

Marokko

Waarom zou je energie van ver halen, bijvoorbeeld met een lange kabel op de zeebodem (zoals de Britten van plan zijn om zonnestroom uit Marokko te halen) of met containers vol vloeibare waterstof? Doen bedrijven met veel behoefte aan energie er niet beter aan te verhuizen naar de productielocaties van duurzame energie? Dat zou kosten, moeite en de natuur- en milieubelasting schelen. Bovendien zouden landen waar veel energieopwekking plaatsvindt, zoals Marokko, ook zelf groen staal of groen aluminium kunnen produceren omdat de marges hoger zijn, in plaats van groene waterstof’, zegt Van de Graaf. Dat is goed nieuws voor het klimaat, maar minder goed nieuws voor landen die minder energie kunnen produceren.

Volgens Peters zullen er een pak investeringen en een grootschalige waterstofinfrastructuur nodig zijn ‘als we de bedrijven hier willen houden’.

Rooijers noemt de productie van aluminium als voorbeeld. Dat vraagt veel stroom, maar weinig arbeid, en de marges zijn klein. Net als ammoniak, dat nu nog van aardgas wordt gemaakt, maar straks wellicht ook van waterstof elders. ‘Aan de andere kant, de installaties en kennis zijn al hier. Je hebt veel personeel met technologische bagage nodig in de hoogwaardige industrie. Dat hebben we in huis, vooral met de chemiesector. Dat verdwijnt niet zomaar.’

China heeft een dominante positie met zonnepanelen. Europa wil op zijn beurt technologisch leiderschap ontwikkelen op het gebied van waterstof.
Thijs Van de Graaf
Professor internationale politiek (UGent)

Toch is de Europese Unie erg enthousiast over de ontwikkeling van een waterstofeconomie, zoals blijkt uit onder meer het recente Fit For 55-plan. Want naast de klimaatdiscussie - ‘anders zouden we überhaupt niet naar waterstof kijken’, aldus Van de Graaf - speelt ook een politieke dimensie mee. Van de Graaf: ‘China heeft een dominante positie met zonnepanelen. Op zijn beurt wil Europa technologisch leiderschap ontwikkelen op het gebied van waterstof.’

De traditionele olielanden staan niet stil. In het noordwesten van Saoedi-Arabië, in een gebied ter grootte van België, moet naast de geplande megastad Neom een wereldwijde hub voor groene waterstof komen. Vorig jaar maakte de oliestaat bekend een fabriek te bouwen van zo’n 4 miljard euro. Die moet tegen 2026 operationeel zijn.

Van de Graaf: ‘Een land als Saoedi-Arabië heeft geologisch gezien twee keer de loterij gewonnen: eerst met de oliereserves en nu met de mogelijkheden voor zonne-energie. Zulke landen profiteren van de bestaande infrastructuur. Ze hebben al havens en de infrastructuur om brandstof op schepen te laden. Landen als Marokko, Chili en Namibië hebben dat voordeel niet.’

In Dubai hebben Siemens en de Dubai Electricity and Water Authority een proefinstallatie neergezet, speciaal voor de wereldtentoonstelling die vorige maand de deuren opende. ‘Bij de start van het project in 2018 spraken mensen al wel over waterstof, maar niet op dezelfde schaal als vandaag’, zegt Dietmar Siersdorfer, directeur van Siemens Energy in het Midden-Oosten. ‘Deze sector zal zich in de komende vijf tot tien jaar flink ontwikkelen.’

Dubai investeert 11,7 miljard euro en rekent op een productiecapaciteit van 5.000 megawatt tegen 2030. Siersdorfer verwacht dat exporteurs van olie en gas op termijn kunnen veranderen in exporteurs van waterstof. Daarvoor kijkt Siemens ook naar andere regio’s in het Midden- Oosten, zoals Abu Dhabi en Egypte. Maar ook Chili heeft forse ambities geuit. Het wil tegen 2030 de goedkoopste waterstofproducent ter wereld zijn. En Australië exporteerde al vloeibare waterstof, weliswaar nog geproduceerd met vuile bruinkool.

Overgangsperiode

Van de Graaf verwacht dat de traditionele olielanden zullen inzetten op een overgangsperiode met zogenoemde blauwe waterstof, waarbij de uitstoot wordt opgeslagen. Zijn werkgever, Irena, verwacht dat in 2050 een derde van de waterstof blauw zal zijn. ‘Daarin kunnen we beter pragmatisch dan idealistisch denken.’

Hoewel meer landen de mogelijkheid hebben om energie te produceren in de vorm van waterstof, zijn er toch ook geopolitieke gevaren, zegt de onderzoeker. Doordat een wereldmarkt voor waterstof vooralsnog ontbreekt, zal er in de komende jaren veel sprake zijn van bilaterale handelsverdragen, met leidingen en handelsstromen tussen specifieke landen. Dat vergroot de onderlinge afhankelijkheid en kwetsbaarheid.

Als voorbeeld noemt Van de Graaf Duitsland, dat vorig jaar een overeenkomst sloot met Marokko voor de levering van waterstof. Dat land belandde vervolgens in een diplomatieke rel met de Europese Unie over het statuut van de Westelijke Sahara. Duitsland erkent het zeggenschap van Marokko over de regio niet. Dat zinde Marokko niet, waarna zij vluchtelingen lieten passeren naar de Spaanse enclaves in het land. ‘Als ze een stroom vluchtelingen al manipuleren, wat doen ze dan met de energietoevoer?’

In het algemeen zal de geopolitieke kwetsbaarheid in de eerste jaren groot zijn en mogelijk het buitenlandse beleid van landen belemmeren, denkt hij. ‘Leg je sancties op aan landen waarvan je afhankelijk bent?’ Dat maakt ook bepaalde sectoren, zoals de zware industrie en de chemie, in Europa tijdelijk kwetsbaarder. ‘De afhankelijkheid is groot zolang er geen wereldwijde markt is.’

Op termijn zien Van de Graaf, TNO en CE Delft het zonniger in, met meer aanbieders van groene energie en Europa dat zelf produceert. ‘Er zijn zelfs studies waarin beweerd wordt dat Europa volledig zelfvoorzienend kan worden. De import zal nooit zo groot zijn als die van olie en gas. Dus de afhankelijkheid ook niet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud