analyse

‘Het CO₂ moet naar waar het vandaan komt: de grond in’

©Jiri Buller

Decennialang haalde het oude boorplatform P18A voor de Nederlandse kust aardgas uit de Noordzeebodem. Binnenkort gaat de Rotterdamse haven er CO₂ weer in de grond pompen. ‘Er is nog voor jaren potentieel in lege gasvelden. Zo kopen we tijd.’

In de verste uithoek van de Maasvlakte ligt een kiezelstrand met parking. Rotterdamse havenwerkers komen hier ’s middags ‘een patatje mét’ bestellen in de friettent Balkon van Europa, met uitzicht op de havenmonding en de Noordzee. Bij helder weer is aan de horizon een grijs stipje te zien. Dat is het oude boorplatform P18A, waarmee oliemaatschappijen 18 miljard kubieke meter aardgas uit de Noordzeebodem haalden. Nu de gasvelden na dertig jaar bijna leeg zijn, willen de Rotterdamse havenbedrijven er voor het eerst in de tegenovergestelde richting pompen. Vanaf 2024 plannen ze in de lege gasvelden CO₂ op te bergen, broeikasgas dat ze in hun fabrieksschoorstenen zullen afvangen.

‘Hier achter ons komt een compressorstation, waar de afgevangen CO₂ onder hoge druk wordt gebracht’, zegt Sjaak Poppe, van het havenbedrijf van Rotterdam, wijzend op een braakliggend stuk grond. ‘Via een pijpleiding van 21 kilometer over de zeebodem gaat het richting het boorplatform. Daar wordt het CO₂ via de bestaande boorputten 3 kilometer diep geïnjecteerd in de poreuze laag zandsteen waar eeuwenlang aardgas heeft gezeten. Als de velden vol zitten, sluiten we de boorputten af met een prop cement van 50 meter. Normaal blijft het daar dan zitten. We zullen de velden nog enkele decennia monitoren. Blijft alles zoals gedacht, dan moeten we er nooit meer naar omkijken.’

De grote klimaatslag

De industrie en de elektriciteitsproductie staan voor bijna de helft van alle CO2-uitstoot in België. De Tijd gaat op zoek naar technologieën die in die industrie op grote schaal het verschil kunnen maken.

Hoe kunnen staal- en cementfabrieken, olieraffinaderijen en de chemiesector de komende decennia hun uitstoot wegwerken? Waar kunnen ze fossiele brandstoffen vervangen door elektriciteit of waterstof? En leidt CO2-opvang tot een doorbraak?

De verwachtingen voor Carbon Capture and Storage (CCS), de techniek van CO₂- opslag, zijn hooggespannen. Om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen is in het klimaatakkoord van Parijs afgesproken dat de wereldeconomie tegen 2050 de hoeveelheid broeikasgas in de atmosfeer niet verder mag doen toenemen. Voor de industrie betekent het een radicale omslag. Ofwel moet ze op zoek naar nieuwe productieprocessen zonder CO₂- uitstoot, ofwel moet ze CO₂ afvangen en opbergen om de doelstellingen te kunnen halen.

Tank met schelpenlogo

In Europa is Rotterdam een voorloper in CO₂-opslag. Het havenbedrijf richtte het Porthos-project op, samen met de Nederlandse gasnetbeheerder Gasunie en EBN, het staatsbedrijf dat de Nederlandse olie- en gasparticipaties beheert en dat dus precies weet welke velden zich voor opslag lenen. Ze willen een pijpleiding door de Rotterdamse haven aanleggen waarop bedrijven kunnen aansluiten om hun afgevangen CO₂ te laten afvoeren.

Van de ruim 18 miljoen ton CO₂ die jaarlijks in het Antwerpse havengebied wordt uitgestoten, kan ongeveer de helft worden afgevangen tegen 2030.
Jacques Vandermeiren
CEO Port of Antwerp

Het gekozen traject start aan de grootste raffinaderij van Nederland, het enorme Shell-complex in het oosten van de haven, waar het gele schelpenlogo van Nederlands Koninklijke reuzengroot op een opslagtank prijkt. Poppe: ‘Shell zal het CO₂ hier in de schoorstenen afvangen en aan het hek aan ons overdragen. Ondergronds gaat het dan verder onder de Oude Maas en langs de andere bedrijven die zullen aansluiten.’

De havenman toont ons in de auto het hele traject: een route van 32 kilometer over de Botlek-brug langs de A15 tot aan het uiterste puntje van de Maasvlakte. Onderweg passeren we talloze raffinaderijen, chemiebedrijven en petroleumterminals. Aanvankelijk toonden tien van die bedrijven interesse om aan te sluiten bij Porthos. De keuze viel op de vier die in korte tijd het makkelijkst grote hoeveelheden CO₂ konden afvangen: Shell, de raffinaderij van Exxon en de waterstoffabrieken van Air Liquide en Air Products. Die laatste twee produceren waterstof om de olie van de raffinaderijen te ontzwavelen. Ze splitsen daarvoor aardgas, een proces waarbij grote hoeveelheden CO₂ vrijkomen in de atmosfeer. Met Porthos engageren ze zich om het broeikasgas in de toekomst af te vangen.

Nederland heeft zich als doel gesteld tegen 2030 de totale CO₂-uitstoot te halveren tegenover 1990. De industrie moet haar emissies tegen dan met 14,3 miljoen ton verminderen. Ongeveer de helft van die reductie hoopt ze te behalen via CO₂-opslag.

De vier pioniersbedrijven die aansluiten op Porthos willen jaarlijks 2,5 miljoen ton CO₂ onder de grond steken, ongeveer 10 procent van de huidige uitstoot van de industrie in Rotterdam. In de gasvelden rond P18A hebben ze plaats om gedurende 15 jaar hun afgevangen CO₂ op te slaan.

Maar voor de haven van Rotterdam stopt het daar niet. Poppe: ‘We bouwen de pijpleiding nu al groter dan nodig voor deze vier. We voorzien in een capaciteit van 10 miljoen ton per jaar, zodat later nog andere bedrijven zich kunnen aansluiten met nieuwe projecten. Ook verder op zee zijn nog talloze mogelijkheden. Nederland heeft nog genoeg lege gasvelden om 1,5 miljard ton CO₂ op te bergen. We kunnen dus nog jaren verder.’

Antwerpse pijpleiding

Ook in Antwerpen volgt de industrie de Rotterdamse ontwikkelingen op de voet. Elke maand vindt overleg plaats met de initiatiefnemers van Porthos om te kijken of in de toekomst ook de Antwerpse petrochemie kan aansluiten op het CO₂- bergingsproject.

‘Het potentieel is zeer aantrekkelijk’, zegt Jacques Vandermeiren, de CEO van het havenbedrijf Port of Antwerp. ‘Van de ruim 18 miljoen ton CO₂ die jaarlijks in het Antwerpse havengebied wordt uitgestoten, kan ongeveer de helft worden afgevangen tegen 2030. De technische studies naar de meest optimale infrastructuur lopen en we kijken hoe we alles op de goedkoopste en snelste manier gerealiseerd krijgen.’

Het industrieel consortium Antwerp@C broedt op twee mogelijkheden om de Antwerpse CO₂ tot in de lege gasvelden op zee te krijgen. Ze kunnen een liquefactieterminal bouwen om het broeikasgas vloeibaar te maken en het dan afvoeren per schip. Of ze kunnen een pijpverbinding met Porthos in Rotterdam bouwen om zo aan te takken op de Nederlandse koolstofopslag. ‘Een beslissing daarover zal voor de komende maanden zijn’, zegt Vandermeiren. ‘Voor gasvelden dichtbij kan je met pijpleidingen werken, maar voor verder op zee zijn schepen efficiënter. Waarschijnlijk wordt het een combinatie van beide. BASF, Air Liquide, Borealis, ExxonMobil, Total en Ineos kunnen op hun sites afvanginstallaties bouwen. Langs de Scheldelaan moet dan een backbone van pijpleidingen komen om het CO₂ af te voeren.’

De gasnetbeheerder Fluxys onderzoekt volop welke nieuwe leidingen nodig zijn en waar aardgasleidingen kunnen worden omgebouwd om CO₂ te transporteren. Het netbedrijf richt zich eerst op de belangrijkste industriezones: Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi. De Fluxys-gasterminal in Zeebrugge kan dan als ideale draaischijf fungeren om het CO₂ geëxporteerd te krijgen. België heeft geen lege gasvelden, maar in de Nederlandse, Deense, Britse en Noorse wateren zijn talloze mogelijkheden.

De ontwikkeling van hernieuwbare energie alleen gaat te traag. CO2 afvangen is de enige manier om onze klimaatdoelen te halen.
Sjaak Poppe
Woordvoerder Port of Rotterdam

Alles staat of valt met de financiering. Antwerp@C schat dat een investering van 3 miljard euro nodig is om in Antwerpen CO2 af te vangen en de infrastructuur te bouwen. Fluxys-CEO Pascal De Buck zei onlangs in De Tijd dat je voor pijpleidingen voor CO₂ en waterstof in België al snel aan een bedrag van 1 miljard euro komt. En een recente Vlaio-studie samen met de VUB en Deloitte stipuleert dat tussen nu en 2050 in Vlaanderen 2 tot 7,5 miljard euro nodig is voor de bouw van afvanginstallaties alleen, zonder rekening te houden met de transportinfrastructuur of de uitbatingskost van de installaties, die veel energie vergen.

‘Pijpleidingen zijn één zaak maar de duurste component is het afvangen zelf’, zegt Vandermeiren. ‘De hoofdkwartieren in Parijs, Dallas en Ludwigshafen zullen het laatste woord hebben om al dan niet te investeren. Hoeveel financiering er vanuit Europa komt, geeft voor hen de doorslag.’

Miljardensubsidies

Dat de subsidiebedragen niet min zijn, bewijzen de Nederlanders. Shell, ExxonMobil, Air Liquide en Air Products hebben in Rotterdam samen 2,1 miljard euro subsidies aangevraagd uit SDE++, de Nederlandse pot van 5 miljard euro met klimaatsubsidies.

Het is een doorn in het oog van milieuorganisaties dat vier olie- en gasbedrijven zo beslag dreigen te leggen op het gros van het geld voor klimaatinvesteringen. Door CO₂-afvang te subsidiëren, houd je in feite de fossiele industrie in stand, luidt de kritiek. Structureel komt er geen oplossing en wat gaat de olie-industrie doen als de makkelijkste lege gasvelden straks allemaal gevuld raken?

Volgens het havenbedrijf van Rotterdam is er geen alternatief. Poppe: ‘CO₂ afvangen is de enige manier om onze klimaatdoelen te halen. De ontwikkeling van hernieuwbare energie alleen gaat te traag. Met carbon capture kan de industrie de komende tien jaar de helft van haar beoogde uitstootreductie realiseren. Weinig technologieën zijn zo efficiënt en hebben zulke lage kosten voor elke ton CO₂ die ze vermijden. Het is niet de techniek voor de komende honderd jaar, maar we kunnen er wel op korte termijn grote hoeveelheden CO₂ mee uit de atmosfeer houden. De samenleving en de industrie kopen zich zo tijd om de transitie te maken.’

Ook Vandermeiren zit op die lijn. ‘Als we in België tegen 2030 de CO₂-uitstoot met 55 procent willen reduceren tegenover 2009, zullen we ook hier CO₂ moeten afvangen’, zegt de Antwerpse havenbaas. ‘Zo kunnen we miljoenen tonnen CO₂ relatief gemakkelijk jaar na jaar uit de atmosfeer houden. Niemand doet het van harte en het is niet de definitieve oplossing, maar wel een heel belangrijke in afwachting van de doorbraak van groen waterstof op grote schaal.’

De hoofdkwartieren in Parijs, Dallas en Ludwigshafen zullen het laatste woord hebben. Hoeveel financiering er vanuit Europa komt, geeft voor hen de doorslag.
Jacques Vandermeiren
CEO Port of Antwerp

De onderzoekers van Vlaio, de VUB en Deloitte zien voor Vlaanderen een cruciale rol weggelegd voor koolstofafvang. Voor verschillende chemische productieprocessen is het de enige haalbare manier om de uitstoot te verminderen, of is het economisch de aantrekkelijkste optie. Tegen 2050 verwachten ze dat in Vlaanderen 8,5 miljoen ton CO₂ wordt afgevangen voor opslag en nog eens 3,9 miljoen ton CO₂ voor hergebruik. In Vlaanderen zal dan 40 tot 55 procent van alle CO₂-emissies worden afgevangen, vooral in de grotere industriële clusters.

Op enkele plaatsen in Antwerpen is koolstofcaptatie de komende jaren al de logische stap, zegt VUB-onderzoeker Tomas Wyns, een specialist in industriële klimaattransitie. ‘Bij processen met een vrij zuivere CO₂-stroom, zoals de productie van ammoniak en waterstof op basis van aardgas, ligt het voor de hand. Afvangen is er goedkoop, de knowhow is er, de technologie is klaar. Alleen de infrastructuur om de afgevangen koolstof te transporteren ontbreekt nog.’

De betrokkenen verwachten dat het snel gaat, zeker als er de komende maanden uitsluitsel komt over de toewijzing van Europese subsidies. Antwerp@C hoopt al in 2024 een eerste stuk CO₂-netwerk in gebruik te nemen en in Gent ambieert North Sea Port tegen 2026 de infrastructuur te hebben om CO₂ vloeibaar te maken en via schepen weg te voeren. De Vlaams- Zeeuwse fusiehaven verwacht tegen 2030 6,5 miljoen ton af te vangen en in lege gasvelden op te slaan.

60
Afhankelijk van het chemische proces en de zuiverheid van het CO2 dat vrijkomt schat het Nederlandse Planbureau dat de kostprijs voor afvang én opslag 60 tot 90 euro per ton zal bedragen.

In Rotterdam willen ze begin volgend jaar de vergunningen rond hebben en de finale investeringsbeslissing nemen. Poppe: ‘De bouw duurt twee jaar. Dan zou je in 2024 CO₂ kunnen beginnen te bergen. Als we snel schakelen, kunnen we al in 2025 of 2026 een tweede project aantakken op de Porthos-leiding, misschien wel met CO₂ uit Antwerpen. Tussen beide havens ligt al een straat met pijpleidingen voor ruwe olie, waterstof en gas. Daar kan nog makkelijk een CO₂-leiding bij.’

Het belangrijkste is partijen samen te brengen die vooruit willen. ‘Je kan heel lang in de fase van de studies blijven hangen, maar je moet er ook gewoon aan beginnen’, zegt Poppe. ‘Als we de industrie hier willen houden en de klimaatdoelen halen, zullen we CO₂ moeten afvangen en opslaan. We moeten nu initiatief nemen en die ervaring opdoen. We kunnen niet op elkaar blijven wachten.’

Valt er geld te verdienen aan CO₂-opslag?

Dat afvangtechnologie al decennia bestaat, maar nooit van de grond raakte, valt volgens Sjaak Poppe, van de haven van Rotterdam, te wijten aan het ontbreken van een verdienmodel. ‘Heel eenvoudig’, zegt hij. ‘Het was altijd goedkoper om CO₂ in de atmosfeer te blazen dan om het er uit te houden.’

De komende decennia zou daar verandering in kunnen komen. Verschillende productieprocessen kunnen het kantelpunt bereiken waarbij CO2 afvangen de economisch meest aantrekkelijke optie wordt. Energiebedrijven en de grote industrie in Europa moeten via het emmissiehandelssysteem ETS een prijs betalen voor iedere ton CO₂ die ze uitstoten. Omdat de toegelaten hoeveelheid uitstootrechten jaar na jaar afneemt, dreigt vervuilen almaar duurder te worden. In een jaar tijd is de Europese prijs al meer dan verdubbeld tot net geen 45 euro per ton.

Naarmate emissierechten duurder worden, verkleint de kloof om afvang rendabel te maken, zeker als de verwachte kostendalingen er ook komen voor afvangtechnologie. ‘Hoe hoger de CO₂-prijs oploopt, hoe minder de overheid via subsidies uiteindelijk zal moeten bijpassen’, zegt Poppe. ‘Dankzij die overheidsgarantie verdwijnt voor marktpartijen het risico dat de miljoenen die ze nu investeren in afvang niet terugverdiend raken als de CO₂-prijs laag zou blijven.’

Toch verwacht hij niet dat emissierechten zo duur worden dat afvang en opslag zich volledig terugverdient. Voor de Porthos-pijpleidinginfrastructuur is een investering van 450 tot 500 miljoen euro nodig, een bedrag dat de initiatiefnemers zullen recupereren door 40 à 50 euro aan te rekenen aan de deelnemende bedrijven voor iedere ton CO₂ die ze aanleveren. Maar daarboven zitten de ondernemingen nog met de kost voor het afvangen van de koolstof zelf. Afhankelijk van het chemische proces en hoe zuiver de CO₂ is die vrijkomt, schat het Nederlandse Planbureau dat de totale kostprijs voor afvang én opslag 60 tot 90 euro per ton zal bedragen. ‘Je zal zeker in het begin dus nog een deel overheid nodig hebben om het verschil bij te passen’, zegt Poppe.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie