analyse

Hoe we de helden van de zorg (en onszelf) kunnen redden

Het momentum voor hervormingen is er waarmee de overheid de helden van de zorg opnieuw recht in de ogen kan kijken, we een betere zorgkrijgen en we voorbereid zijn op een nieuwe crisis. ©ISOPIX

De coronacrisis toonde de sterktes van onze gezondheidszorg, maar ook de zwaktes. De Tijd schuift vijf lessen uit de crisis naar voren.

Honderd dagen geleden maakte het coronavirus zijn eerste slachtoffer in ons land. België werd zwaar getroffen. In iets meer dan drie maanden lieten bijna 10.000 mensen het leven. Door de lockdown om het virus in te dijken kreeg de economie eenongeziene knauw.

Elke crisis is een stresstest voor het systeem, waarbij de sterktes én de zwaktes bloot komen te liggen. De sterkte was te zien in onze ziekenhuizen, die ondanks de zware belasting standhielden. Het is het verhaal van duizenden onzichtbare artsen en verpleegkundigen die dag in dag uit in de weer waren. Niet voor niks werden ze tot de helden van de zorg gedoopt.

Helaas accentueerde de crisis ook veel zwaktes in ons zorgsysteem. Voor corona leidden die wondjes tot jeuk onder het bedlaken, nu het laken weg is blijken het etterende letsels te zijn. De helden van de zorg klagen terecht over een onmenselijke werkdruk. Hun ongenoegen werd pijnlijk duidelijk toen het personeel van een Brussels ziekenhuis premier Sophie Wilmès (MR) de rug toekeerde. De institutionele versnippering en de onderfinanciering van de ouderenzorg zijn andere tere punten die tijdens de crisis mensenlevens hebben gekost.

Helaas accentueerde de crisis ook veel zwaktes in ons zorgsysteem. Voor corona leidden die wondjes tot jeuk onder het bedlaken, nu het laken weg is blijken het etterende letsels te zijn.



Het woord crisis, zei de Amerikaanse president John F. Kennedy ooit, bestaat in het Chinees uit twee tekens. Het ene staat voor het gevaar, hetandere voor kansen. Na de focus op het gevaar wordt het tijd om te kijken naar de kansen. Het momentum voor hervormingen is er waarmee de overheid de helden van de zorg opnieuw recht in de ogen kan kijken, we een betere zorgkrijgen en we voorbereid zijn op een nieuwe crisis.

De Tijd schuift vijf werven in de gezondheidszorg naar voren waar dringend aan moet worden gewerkt. Over welke richting we uit moeten, zijn de meeste experts het eens. De grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog biedt een unieke kans om orde op zaken te stellen. 

©Photo News

1. Beloon het zorgpersoneel

Om de meer dan 650.000 mensen in de gezondheidszorg tijdens de coronacrisis te steunen werd de afgelopen maanden om acht uur ’s avonds geapplaudisseerd en hingen mensen witte lakens buiten. ‘Dat is een mooie geste, maar er is meer nodig. Ook de helden van de zorg moeten op het einde van de maand hun rekeningen betalen. Ze kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken’, zegt Jan-Piet Bauwens van de socialistische bediendevakbond BBTK.

2.200
euro
Het brutoloon van een beginnende zorgkundige in een woon-zorgcentrum ligt met 2.200 euro fors onder het mediaanloon van 3.150 euro.

Artsen worden in ons land goed betaald, verpleegkundigen al wat minder en bij zorgkundigen is de situatie problematisch. Verdient een beginnende verpleegkundige in het ziekenhuis 2.500 euro bruto, dan is dat bij een zorgkundige in het rusthuis 2.200 euro. Na 35 jaar krijgt die zorgkundige nog altijd minder dan 3.000 euro, bij de verpleegkundige is dat 4.250 euro. Ter vergelijking: het mediaanloon in ons land ligt op 3.150 euro.

De sector is al lang vragende partij om de starters meer te geven. ‘Dat is nodig om het beroep aantrekkelijker te maken’, zegt Bauwens. Of het nu over rust- of ziekenhuizen gaat, het probleem is overal hetzelfde: een gebrek aan personeel. Zorginstellingen slagen er nu al niet in alle vacatures in te vullen. Door de vergrijzingsgolf in de sector worden de tekorten enkel nijpender. De voorbije jaren werden voorzichtige stapjes naar een betere verloning gezet, al bleef het grotendeels bij voornemens.

Nog meer dan het loon is de hoge werkdruk een grote verzuchting. Uit de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor blijkt dat slechts de helft van de werknemers in de zorg hun werk als werkbaar beschouwen. Deels is dat het gevolg van de flexibiliteit die van het zorgpersoneel wordt gevraagd: avond- en weekendwerk en onderbroken shiften behoren tot de dagelijkse realiteit. Voor veel werknemer is het niet eens mogelijk een keer per jaar twee weken vakantie - de drie weekends inbegrepen - te nemen.

Onze ziekenhuizen tellen gemiddeld één verpleegkundige per 9,4 patiënten, terwijl dat volgens het federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) om veiligheidsredenen maximaal acht patiënten mogen zijn.

De hoge werkdruk is gelieerd aan een schrijnende onderbezetting, het gevolg van de onderfinanciering vanuit de overheid. Onze ziekenhuizen tellen gemiddeld één verpleegkundige per 9,4 patiënten, terwijl dat volgens het federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) om veiligheidsredenen maximaal acht patiënten mogen zijn. Dat blijft niet zonder gevolgen: minder personeel kan leiden tot een hogere overlijdenskans van patiënten. Andere landen doen het beter: in Nederland is er een verpleegkundige per zeven patiënten, in Noorwegen een per vijf.

Alleen al in de ziekenhuizen zijn 5.000 extra personeelsleden nodig om aan de norm van acht verpleegkundigen te voldoen. Hetzelfde tekort aan handen aan het bed doet zich voor in de woon-zorgcentra. ‘De weinigen die nog niet doorhadden dat ze het daar met te weinig personeel moeten doen, zijn door corona wakker geschud’, zegt Mark Selleslach van de christelijke vakbond ACV-Puls.

Toch gaat het niet altijd om meer centen. Het kan helpen de regels te versoepelen. Zo is heel nauwkeurig vastgelegd wat een zorgkundige of een verpleegkundige mag doen. Verpleegkundigen verdrinken in het administratieve werk, terwijl het efficiënter kan zijn daar anderen bij te laten helpen. Voorgeschreven geneesmiddelen kunnen ook door zorgkundigen worden gegeven.

2. Red de rusthuizen

De meeste coronadoden in ons land woonden in woon-zorgcentra. Het gaat om de kwetsbaarste leden van onze samenleving, die niet altijd de juiste zorg krijgen. Dat is een gevolg van de onderfinanciering van de sector, die onder de bevoegdheid van de regio’s valt. ‘Meer geld geven is snel gezegd, maar voor de ouderenzorg is het duidelijk dat meer geldnodig is’, zegt professor gezondheidseconomie Lieven Annemans (UGent en VUB). ‘Een studie van de KU Leuven wijst op een tekort van 17 procent.’

Mensen blijven almaar langer thuis, waardoor alleen de allerzwaksten in het rusthuis belanden. Maar die krijgen nog altijd geld van de overheid alsof het plaatsen zijn waar bejaarden gezellig kaarten. De realiteit is dat het almaar meer verkapte ziekenhuizen zijn, die meer personeel nodig hebben.

2
miljard
Volgens zorgkoepel Zorgnet-Icuro is voor een echt kwaliteitsvolle ouderenzorg 2 miljard euro extra nodig.

Dat werd pijnlijk duidelijk in de coronacrisis. De woon-zorgcentra werd gevraagd zeer zwakke besmette bewoners niet meer naar het ziekenhuis te sturen. Maar met nauwelijks hoger opgeleide verpleegkundigen in dienst - de woon-zorgcentra werken vooral met zorgkundigen - en zonder het juiste beschermingsmateriaal waren ze te weinig in staat de juiste zorg te geven.
Volgens zorgkoepel Zorgnet-Icuro is voor een echt kwaliteitsvolle ouderenzorg 2 miljard euro extra nodig.

De overheid financiert vandaag 0,48 medewerkers per bewoner, terwijl volgens de grootste zorgkoepel van het land 0,9 medewerkers per bewoner het streefdoel moet zijn. De gehandicaptenzorg en de jeugdhulp, eveneens regionale bevoegdheden, kampen met gelijkaardige problemen. Daar is nog eens 2 miljard nodig. Ter vergelijking: het volledige Vlaamse budget voor Welzijn is 14 miljard euro.

Waar komt het geld vandaan? Eén optie is de woon-zorgcentra toe te laten hun prijzen te verhogen, zodat ze de kosten voor de betere zorg kunnen doorrekenen aan de bewoners. Een andere optie is de kosten solidariseren, bijvoorbeeld door het verhogen van de Vlaamse zorgpremie. Die jaarlijkse premie bedraagt 53 euro en 26 euro voor mensen met een laag inkomen. Dat bedrag zou stijgen.

Naast meer geld zijn ook hervormingen nodig in de ouderenzorg. Al te vaak zijn rusthuizen kleine eilandjes die elk hun ding doen. In de coronacrisis bleken het juist opvolgen van hygiënische voorzorgsmaatregelen en een juiste omgang met beschermingsmateriaal dikwijls een probleem. Er is nood aan een intensere samenwerking met ziekenhuizen, waardoor de zorg in de rusthuizen geprofessionaliseerd kan worden.

3. Stop de overconsumptie

In ons land besteden we ongeveer10 procent van onze welvaart aan de financiering van de zorg. De Belgische gezondheidszorg is in verhouding tot het bruto binnenlands product (bbp) zeker niet de duurste van Europa. Frankrijk en Duitsland geven meer uit. Van die10 procent wordt 8 procentpunten gefinancierd door de overheid, de rest betaalt de patiënt uit eigen zak.

Cru gezegd levert slechte zorg zelfs geld op, want voor patiënten die kunnen terugkeren, kunnen artsen extra aanrekenen.

Door de vergrijzing van de bevolking nemen de noden in de zorg jaar na jaar toe. De federale overheid, die instaat voor de financiering van de ziekenhuizen en de terugbetaling van de geneesmiddelen, laat de uitgaven daarom jaarlijks meer stijgen dan de inflatie. Onder de vorige legislatuur werd die groeinorm op 1,5 procent geprikt. ‘Dat is het minimum om de noden op te vangen’, zegt professor gezondheidseconomie Lieven Annemans (UGent en VUB).

Een goede gezondheidszorg is toegankelijk, kwalitatief hoogstaand en financieel efficiënt. Maar die drie dingen kan je niet tegelijk doen: een kwalitatief hoogstaande en zeer toegankelijke zorg is duur. Onze zorg is zeer toegankelijk, voor medische ingrepen zijn de wachtlijsten beperkt. En de kostprijs is in vergelijking met andere landen zeker niet hoog. Maar de keerzijde is dat de kwaliteit niet de allerbeste is. Als het gaat over de overlevingskansen na een beroerte of een hartaanval of over preventie is België eerder een Europese middenmoter.

Dat is het gevolg van een gezondheidszorg die zeer prestatiegedreven is. In grote lijnen komt het erop neer dat artsen worden betaald per uitgevoerde ingreep, onderzoek of behandeling. Ziekenhuizen romen daar een deel van af en verdienen ook aan de ziekenhuisapotheek. Het leidt tot een prikkel voor overconsumptie. Het geneesmiddelengebruik ligt haast nergens hoger. Weinig landen plaatsen meer knie- of heupprotheses of maken meer dure scans.

grafiek-zorgreeks-jd-heupen

Cru gezegd levert slechte zorg zelfs geld op, want voor patiënten die kunnen terugkeren, kunnen artsen extra aanrekenen. Door de coronacrisis hebben de artsen en de ziekenhuizen gemerkt wat er gebeurt als de patiëntenstroom plots stokt. ‘Omdat ze nauwelijks prestaties konden doen, geraakten ze een deel van hun inkomen kwijt’, zegt Annemans. Eerder dan een zuiver prestatiegedreven financiering pleit hij voor een gedeeltelijke betaling perpatiënt. ‘Er zal altijd een vergoeding voor prestaties moeten zijn, maar je moet ook werken met een vaste vergoeding per patiënt die tijdens een bepaalde periode wordt verzorgd.’

In een ideale wereld valt zo’n hervorming samen met het herzien van de artseninkomens. Uit een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) blijkt dat de best betaalde specialisten, zoals radiologen en klinisch biologen, na afdrachten aan het ziekenhuis gemiddeld meer dan 400.000 euro bruto per jaar verdienen, terwijl dat bij neurologen de helft is. Die verschillen hebben een historische reden, maar beantwoorden niet meer aan de realiteit.

400.000
bruto
De best betaalde specialisten, zoals radiologen en klinisch biologen, verdienen na afdrachten aan het ziekenhuis gemiddeld meer dan 400.000 euro bruto per jaar, terwijl dat bij neurologen de helft is.

Door artsen te belonen voor wat ze doen en niet langer voor hoeveel ze doen, komt de patiënt centraal te staan. Voor artsen wordt het dan interessanter samen te werken met collega-artsen of met woon-zorgcentra. Zo’n systeem moet leiden tot minder prestaties en een hogere kwaliteit van de zorg.

Internationale studies wijzen erop dat tot 15 procent van het budget verloren gaat aan verspilling. Als die er deels kan worden uitgehaald, kunnen miljarden worden bespaard om te gebruiken waar de noden het hoogst zijn. Met een boutade: het geld dat gaat naar soms overbodige nieuwe knieën, kan naar de rusthuizen gaan. De keerzijde is dan wel dat onze zorg iets minder toegankelijk wordt: als de prestatiedruk afneemt, kunnen (beperkte) wachtlijsten ontstaan.

©Photo News

4. Omarm de 21ste eeuw

De klevertjes van het ziekenfonds zijn in de meeste gevallen afgeschaft en de papieren fichebakken van artsen behoren tot het verleden. Toch kunnen in ons land nog grote stappen worden gezet om de gezondheidszorg de digitale 21ste eeuw binnen te loodsen. De coronacrisis tekende voor een kleine, zij het belangrijke, doorbraak. Na zich jarenlang te hebben verzet gingen de artsen eindelijk overstag om over te gaan op teleconsultaties. De federale overheid regelde dat een raadpleging op afstand wordt terugbetaald.

Na zich jarenlang te hebben verzet gingen de artsen tijdens de coronacrisis eindelijk overstag om over te gaan op teleconsultaties.

De raadplegingen op afstand volgen op de elektronische patiëntendossiers. Vroeger zat het papieren dossier van een patiënt in een lade bij de huisarts, nu is daar een elektronische versie van. Zorgverstrekkers kunnen daardoor nagaan wie welke onderzoeken heeft ondergaan, welke geneesmiddelen die persoon kreeg en welke vaccinaties zijn toegediend.

De technologie laat nog veel meer toe. Er duiken almaar meer medische apps op die zorg op afstand mogelijk maken. De potentiële efficiëntiewinst is gigantisch. Als een hartpatiënt via een hartslagmeter thuis zijn hartslag kan opvolgen en de resultaten via een teleconsultatie met zijn specialist kan bespreken, hoeft hij niet meermaals naar het ziekenhuis te gaan. Hetzelfde met het via een slimme pleister meten van de bloedglucosewaarden van diabetespatiënten.

Patiënten worden beter geholpen, want screening in een thuissituatie levert doorgaans accuratere resultaten op dan in een kille ziekenhuisomgeving. Artsen kunnen efficiënter werken en ziekenhuizen kunnen kleiner worden. Het uitgespaarde geld kan elders worden ingezet.

grafiek-zorgreeks-jd-bbp

Allerhande slimme apps kunnen ons helpen om onze achterstand op het vlak van preventie bij te benen. Elke euro die verstandig wordt geïnvesteerd in preventie, kan tot vier keer worden terugverdiend. België geeft slechts 2 procent van zijn zorgbudget uit aan preventie, terwijl het Europese gemiddelde 3 procent is.

Het voorkomen of tijdig opsporen van ziektes is goedkoper dan de dikwijls zeer dure behandelingen die patiënten moeten redden als het bijna te laat is. In België zijn per 100.000 mensen nog altijd 155 overlijdens die met een betere preventie vermeden hadden kunnen worden. In Nederland zijn er dat 135, in Zweden maar 121.

De digitalisering moet ertoe leiden dat de patiënt meer centraal komt te staan. De tijd dat dokters boven het hoofd van pa tiënten beslisten en ze in nauwelijks te begrijpen vakjargon wat meedeelden, ligt gelukkig achter ons. Via mijngezondheid.be moet de Belg meer inzicht krijgen in zijn toestand. De ziekenfondsen proberen relevant te blijven door zich om te vormen tot adviserende gezondheidsfondsen. Toch is een veelgehoorde klacht dat de omslag traag verloopt door de weerstand op het terrein en onze ingewikkelde staatsstructuur.

De app van het Belgische Fibricheck meet je harteritme. ©rv


5. Wijs de weg uit het doolhof

Nergens is de complexiteit van ons land duidelijker dan in de gezondheidszorg. Liefst negen ministers zetelen in de interministeriële conferentie. Naast federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) en Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) zijn er voor Brussel, Wallonië en de Duitstalige Gemeenschap nog zeven andere bevoegde excellenties.

De coronacrisis was één lange illustratie van hoe moeilijk die ministers tot beslissingen komen. Of het nu ging over het verdelen van mondmaskers, het afnemen van tests of het opsporen van wie mogelijk met het virus besmet is geraakt, de deelstaten en de federale overheid wezen meer dan geregeld naar elkaar. Dat valt te begrijpen, want dikwijls zijn ze beide deels bevoegd.

Ook voor de coronacrisis was al duidelijk dat de zorgsector een institutioneel doolhof is geworden. Een ziekenwagen die uitrukt voor een spoedgeval valt onder de bevoegdheid van de federale overheid. Een ziekenwagen die een patiënt tussen twee ziekenhuizen vervoert, is regionale materie. De gemeenschappen moeten geld steken in het preventiebeleid, maar de winsten van die preventie in de vorm van minder kosten voor het genezen van patiënten zijn voor de federale overheid.

grafiek-zorgreeks-jd-preventie

Zowat alle politieke partijen zijn het erover eens dat werk moet worden gemaakt van coherente bevoegdheidspakketten. Wie geld besteedt aan preventie, moet daarvan de financiële vruchten plukken. Wie beslist hoeveel personeel wordt ingezet, moet het bijbehorende budget krijgen. Zorgkoepel Zorgnet-Icuro pleit er samen met Beke voor om alle bevoegdheden bij de gewesten te leggen. De Block wil de ouderen- en gehandicaptenzorg bij de deelstaten laten, maar alle ziekenhuisbevoegdheden weer federaal maken.

Voor beide voorstellen zijn argumenten. De aflijning van de bevoegd heden moet wel gepaard gaan met de zorg zo dicht mogelijk bij de mensen te organiseren. Menig land zet stappen naar decentrale zorg omdat de noden verschillen naargelang het over een landelijk gebied of een stad gaat. Nederland geeft bijvoorbeeld almaar meer zorgtaken aan de gemeenten omdat die het best kunnen inspelen op lokale gevoeligheden en noden.

Een ziekenwagen die uitrukt voor een spoedgeval valt onder de bevoegdheid van de federale overheid. Een ziekenwagen die een patiënt tussen twee ziekenhuizen vervoert, is regionale materie.


Ook in ons land bestaat die tendens, al gaat die traag. In Vlaanderen is werk van gemaakt van 60 eerstelijnszones, waarbinnen artsen en apothekers veel meer moeten samenwerken. Het moet vermijden dat patiënten van het kastje naar de muur worden gestuurd, op vijf plekken gaan aankloppen en uiteindelijk niet geholpen worden.

Boven die eerstelijnszones zweven 13 Vlaamse ziekenhuisnetwerken. De ziekenhuizen in zo’n netwerk moeten de taken onderling verdelen, waarbij niet iedereen nog alles doet. Het aantal kankerafdelingen of materniteiten kan worden beperkt tot één of enkele ziekenhuizen in een regio, wat de efficiëntie en de kwaliteit van de zorg ten goede komt.

Zowel de creatie van eerstelijnszones als de ziekenhuisnetwerken blijken hervormingen van lange adem. Zolang het financieringsmodel niet aangepast wordt en zorgverstrekkers per prestatie worden vergoed, is het voor hen weinig interessant samen te werken. Hetzelfde met de ziekenhuizen: als ze patiënten doorverwijzen naar elders, verliezen ze ook hun inkomsten.

Volg de reeks in de krant en op tijd.be

  • Dinsdag 23 juni: De versnippering in de zorg
  • Woensdag 24 juni: Hoe de rusthuizen robuuster maken?
  • Donderdag 25 juni: Kies voluit voor tech en innovatie
  • Vrijdag 26 juni: Verhoog de samenwerking en de efficiëntie
  • Zaterdag 27 juni: Hoe kan het beter? Dubbelinterview met Inge Vervotte, ex-CD&V-minister van Volksgezondheid en voorzitter van de zorggroep Emmaüs, en Pedro Facon, de topman van de FOD Volksgezondheid.

 


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie