‘Ik heb al zitten blèten, maar café-uitbater blijft mijn droomjob'

©Kristof Vadino

Zes op de tien Belgische cafés en restaurants die voor corona gezond waren, kampen een jaar na de uitbraak met ernstige betalingsproblemen. De helft van die groep flirt met een faillissement. De ondernemers kreunen. ‘Met de overheidssteun kan ik maar een deel van de vaste kosten betalen.’

De garagebox van Sonny Marcou heeft een mooie witte poort, is makkelijk inrijdbaar en goed beveiligd. Voor 50.000 euro is hij van u. ‘Ik moet hem verkopen om mijn café te laten overleven’, zegt de 29-jarige uitbater van De Bolle in Heist-aan-Zee. ‘Door corona heb ik al maanden 0 euro inkomsten. Ik moet elke maand meer dan 1.000 euro persoonlijk spaargeld ophoesten om mijn zaak te laten overleven. Dat is niet meer houdbaar, en dus heb ik het geld van mijn garage nodig.’

Marcou is een van de duizenden Belgische horecaondernemers die na een jaar coronavirus geen of bijna geen financiële reserve meer hebben. De cafés en restaurants waren in de helft van de voorbije twaalf maanden dicht.

Dat heeft gevolgen. ‘We onderzochten 53.435 cafés en restaurants. Bijna acht op de tien verkeerden een jaar geleden in goede gezondheid’, zegt Eric Van den Broele van het onderzoeksbureau Graydon. ‘Maar het gros heeft intussen dringend geld nodig om te overleven. Bijna 12.000 zaken dreigen failliet te gaan.’ Daarnaast zijn er de horecaondernemingen die het ook voor corona moeilijk hadden. De financiële situatie van die 5.000 cafés en restaurants is de voorbije twaalf maanden nog penibeler geworden.

Toch hebben de overheidsmaatregelen erger voorkomen. Als de overheden het voorbije jaar geen subsidies hadden gegeven aan de Belgische cafés en restaurants, zou amper 10 procent nog levensvatbaar zijn.

Geen vriend van AB Inbev

De eigenaars van de duizenden doodzieke cafés en restaurants moeten hun reserves zo snel mogelijk bijspekken. Dat kan door privégeld te investeren - zoals Marcou van plan is dankzij zijn garagebox - of door de deuren opnieuw te openen, en meteen voldoende volk te lokken.

Dat lijkt er niet snel in te zitten, want het coronavirus blijft welig tieren. Het plan is de horeca op 1 mei te laten heropenen, heeft het Overlegcomité vrijdag beslist. Als dat niet gebeurt op die datum, dikt het aantal virtueel failliete cafés en restaurants met zo’n 200 aan.

De banken gedragen zich misdadig. Ik krijg geen betalingsuitstel meer, wel een nieuwe lening met 9 procent rente. Onze zaak bloeide nochtans voor de crisis.
Wim Schoolmeesters
Bistro Bed van Napoleon in Lubbeek

De ondernemers worden er moedeloos van. ‘Ik heb al zitten blèten van onmacht’, zegt Bart Van Holderbeke. Hij nam tijdens de eerste lockdown in mei het failliete Leuvense café Den Delper over. ‘Ik heb altijd in de horeca gewerkt als personeelslid. Maar het was mijn droom ooit Den Delper over te nemen. Toen de kans zich voordeed, heb ik al mijn spaargeld geïnvesteerd. Twee maanden heb ik mijn zaak open kunnen houden. Toen volgde een tweede horecasluiting, waarop ik niet gerekend had. Toch heb ik er geen spijt van. Dit blijft mijn droomjob. En ik ben bijna 56 jaar. Waar anders zou ik nog een job vinden?’

‘Ach, het komt wel goed. Ik krijg 2.400 euro overheidssteun per maand. Daarvan moet ik mezelf onderhouden en mijn café. Ik heb het op dit moment niet breed. Ik heb geen vrouw en kinderen en geen auto. Maar de vaste kosten van mijn café wegen zwaar door: de boekhouder, energie, Telenet en de huur van het pand. Verhuurder AB InBev zegt dat het 25 procent van de huur zal terugstorten, maar daar heb ik voorlopig nog niks van gezien. Het is niet mijn beste vriend.’

De ondernemers roepen steeds luider dat ze weer open willen. ‘Wat mij betreft, kunnen we maximaal tot eind maart gesloten blijven', zegt Charlotte Geerlof, al negen jaar de zaakvoerder van het eetcafé Oude Sint-Pieter in Izegem.

Tot dan ziet ze het zitten om voort te spartelen. ‘Al het persoonlijke spaargeld dat ik in de zaak kon steken, heb ik er intussen in gestoken’, zegt ze. ‘Om inkomsten te hebben verkoop ik sinds de eerste lockdown spaghettisaus. Dagelijks gaat het om zo’n 40 liter. Daarmee kan ik een deel van de vaste kosten betalen, maar niet alles.’

Veel ondernemers hebben het psychologisch allesbehalve makkelijk. ‘Toen de tweede lockdown werd aangekondigd, zakte de moed me in de schoenen’, zegt Geerlof. ‘Toen had ik even zin om de handdoek in de ring te gooien. Maar ik ben doorgegaan. Het kan niet anders. Een faillissement kost ook geld.’

Ik moet elke maand meer dan 1.000 euro eigen spaargeld ophoesten om mijn zaak te laten overleven. Dat is niet meer houdbaar.
Sonny Marcou
Café De Bolle in Heist-aan-Zee

Ze prijst zich gelukkig dat ze vergunningen heeft om voedsel te mogen verkopen. ‘De cafés in de buurt mogen dat niet en hebben geen inkomsten. Daarom werk ik met enkele zaken samen. Ze overtuigen hun klanten om bij mij saus te kopen. Per bestelling die ze aanleveren, krijgen ze 5 procent van de inkomsten.’

Inkomsten genereren is ook moeilijk voor Johan van de Koevering, de eigenaar van café ‘t Kelderke in Geel. ‘Ik verkoop af en toe bierflesjes aan klanten. Maar daarmee concurreren we met goedkopere drankenhandels, zoals Prik&Tik. Alleen de trouwe klanten kopen bier bij ons, om ons te steunen.’

Van de Koevering besliste om de vrijgekomen tijd nuttig te besteden. ‘Sinds twee weken ben ik vrijwilliger in het lokale vaccinatiecentrum. Ik houd toezicht en verwelkom mensen. Helaas ben ik nog maar een paar dagen moeten gaan omdat er te weinig vaccins zijn. Ze mogen me gerust elke dag inzetten, tot de cafés weer opengaan.’

Toch hebben ook restaurants het niet makkelijk. Ondernemer Wim Schoolmeesters van de bistro Bed van Napoleon in Lubbeek kent geen moment rust meer. ‘Ons personeel is tijdelijk werkloos. Zelfs onze poetsvrouw, want mijn vrouw, dochter en ik doen nu werkelijk alles zelf om kosten te besparen.’

De inkomsten die Schoolmeesters sinds het begin van de crisis via afhaalmaaltijden binnenkreeg, volstaan sinds kort niet meer om de kosten te dekken. ‘Tijdens de eerste sluiting waren de maaltijden erg populair. Iedereen wou ons steunen. Maar de vermoeidheid is toegeslagen. Alleen de trouwste klanten blijven bestellen.’

Alleen de trouwste klanten steunen ons nog door maaltijden af te halen.
Wim Schoolmeesters
Bistro Bed van Napoleon

Bovendien maken de banken het hem nu moeilijk. ‘Tijdens de eerste golf verleende onze bank betalingsuitstel voor de lening die ik tien jaar geleden sloot om mijn zaak te starten. Maar tijdens de tweede golf wil ze geen uitstel meer geven’, zegt Schoolmeesters. De bank biedt hem wel een lening aan om te overleven. ‘Met 9 procent rente. Terwijl onze zaak bloeide voor de crisis. Na lang aandringen krijgen we nu misschien toch uitstel voor één krediet.’

‘Ik ben woest. De banken gedragen zich schandalig en misdadig’, zegt Schoolmeesters. Het is voor hem een onaangename herontdekking van het bankwezen. Tot 2008 was hij zelf 20 jaar bankier. ‘Ik gaf investeringsadvies. Tijdens de kredietcrisis heb ik in een half uur tijd verschrikkelijke dingen zien gebeuren, en ben ik er gedegouteerd uitgestapt.’

Voor de overheid heeft Schoolmeesters niets dan lof. ‘Ze levert fantastisch werk met haar steunmaatregelen. Ik sloot recent met de overheid een lening om mijn huur te betalen.’ Hij noemt die situatie wel absurd. ‘Ik moet aan de overheid geld vragen om mijn bankier te kunnen betalen. Terwijl de banken het deontologisch en economisch verplicht zijn om ons te helpen, zeker na wat in 2008 is gebeurd.’

Schoolmeesters blijft strijden, zegt hij. ‘De aasgieren vliegen vast al rond, maar ze zullen mijn zaak niet kopen voor een appel en een ei. Over mijn lijk!’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud