interview

‘Ik was doodsbang om met lege handen achter te blijven'

©Brecht Van Maele

Een jongensdroom was het. Michaël Brijs zou eindelijk debuteren als schrijver, met de roman ‘Nachtbouwer’ over de spirituele kracht van architectuur. Toen vergrendelde corona de boekhandels en werd zijn uitgeverij opgedoekt. ‘Het was de wet van Murphy: om gek van te worden.’

‘Kijk. Daar zijn ze.’ Door zijn zware stem echoot het enthousiasme van een jong voetballertje dat een droom in vervulling ziet gaan als de deuren van de spelersbus van de Rode Duivels voor zijn neus openschuiven. De vinger van Michaël Brijs wijst niet verwachtingsvol naar Romelu Lukaku of Kevin De Bruyne, maar naar de Kielse blokken van Renaat Braem aan de einder van een imponerende skyline.

We staan met de 41-jarige schrijver op de dertiende verdieping van de Oudaan, ook een gebouw van de Antwerpse architect (1910-2001). In de als monument beschermde panoramazaal van deze modernistische politietoren speelt zich de sleutelscène af van Brijs’ romandebuut ‘Nachtbouwer’. Na een feestje op deze plek is het hoofdpersonage - een onhandelbare scholier die uit de handen van de politie wil blijven - vastbesloten zijn leven te beteren en architect te worden.

Veerkracht
Na drie maanden lockdown lonkte voor artiesten opnieuw het grote publiek. Een zomer vol voorbereidingen en hoop op een drukke herfst, die alweer gehypothekeerd is. De Tijd praat elke week met een kunstenaar over de moeizame heropstart en de nood aan perspectief na corona.

Brijs was hier nooit eerder geweest. Hij baseerde zich voor de beschrijving van de ruimte in het boek op foto’s op het internet. ‘Die zijn genomen met een groothoeklens, waardoor de ruimte langer lijkt. Maar ik herken het wel. Hier stond het koor, daar de fanfare’, wijst hij.

Net als zijn hoofdpersonage raakte Brijs door Braem gefascineerd door diens bekende woonblokken op het Kiel. Als kind passeerde hij elke dag de ‘imposante monolieten’ uit de jaren 50 op weg naar school. Hoewel hij de rechthoekige gebouwen van beton, staal en glas lang deprimerend vond - ze zijn intussen prachtig gerenoveerd - deden ze hem dromen van een leven als architect. Maar hij was niet goed in wiskunde en fysica en ging Germaanse en muziek studeren.

Magisch realisme

Brijs verdiende de voorbije tien jaar zijn sporen als muzikant en performer, maar bleef altijd schrijven. ‘Nachtbouwer’ is een verfrissend debuut. Het boek drijft op een authentieke, ongebreidelde vertelkracht, aangelengd met een vleugje magisch realisme dat je op onverwachte momenten laat lachen. Het hoofdpersonage raakt door toedoen van twee leraars gefascineerd door de wijk op het Kiel, en ziet vervolgens in zijn dromen gebouwen die hij nog nooit heeft gezien. In de meest surreële scènes begint hij plots een heel gesofisticeerde taal te gebruiken, de architectuur beïnvloedt ook zijn taalgebruik.

Ik wil niet de verongelijkte kunstenaar uithangen, maar het getoeter over subsidieslurpers heeft met deze crisis een nieuw dieptepunt bereikt.
Michaël Brijs
Schrijver

Het boek gaat over de spirituele kracht van architectuur. ‘Eigenlijk wilde Braem met zijn gebouwen het onbewuste beïnvloeden’, vertelt Brijs. ‘Hij vertelde over de Wooneenheid Kiel dat hij door de indeling van het grondplan, de spanning tussen de volumes en de inplanting van wijde groene ruimtes, de geest van de bewoners wilde bevrijden zonder dat ze het per se beseften. Hij wilde hun geestesleven ‘van onder de kerktoren’ weghalen en een pure omgeving creëren die sterk contrasteerde met de beklemmende oudere arbeiderswijken. De bewoners konden er vrij hun positieve eigenschappen ontwikkelen. Dat klinkt vandaag misschien naïef, maar het getuigt van een prikkelend idealisme.’

Schrijver Michaël Brijs: 'De coronamaatregelen zijn erger dan het euvel dat ze moeten voorkomen.' ©Brecht Van Maele

Evengoed gaat ‘Nachtbouwer’ over de nefaste werking van architectuur. Het hoofdpersonage woont met zijn aan lager wal geraakte moeder in een vervallen sociale woning, ook het schoolgebouw is beklemmend. Het brengt ons bij de reden waarom het boek met vier maanden vertraging verschijnt: corona. De pandemie opende de debatten over stedelijke verdichting en hoe we in de toekomst willen samenleven en -werken. De lockdown maakte het vraagstuk rond duurzamer wonen en werken - iets waarvoor Braem als architect stond - pregnanter. Tegelijk leek corona de ‘verkavelingsvlamingen’, die de architect in zijn bekende boek ‘Het lelijkste land van de wereld’ (1968) zo verguisde, gelijk te geven. Zij zaten tijdens de lockdown veiliger in hun kot buiten de stad dan de stedeling in zijn woontoren.

Brijs: ‘Daar ben ik het niet mee eens. De Wooneenheid Kiel is een voorbeeld van goede ruimtelijke planning in de verstedelijkte kern. Er is veel groen en de bewoners hebben genoeg zonlicht en verse lucht om gezond te blijven zonder dat ze de onmiddellijke nabijheid van hun flat hoeven te verlaten. Het Groen Kwartier (een wijk tussen Zurenborg en Berchem, red.) is een recenter voorbeeld van een geslaagde ingreep in de kernstad. In Nederland zijn er veel meer voorbeelden. Ik was onlangs in Rotterdam: daar zie je heel goed dat weloverwogen stadsaanleg betere resultaten aflevert dan het welig tierend privé-initiatief. Het nieuwe Rotterdam bewijst dat een modernistische stad niet zielloos hoeft te zijn, dat het er kan bruisen en dat het er aangenaam toeven is.’

‘Nog een bedenking bij de idee dat het buiten de stad beter zou zijn: op het Vlaamse platteland zijn de oude dorpskernen op sterven na dood omdat belangrijke symbolische ontmoetingsplaatsen worden verkocht, gesloopt en volgebouwd met flatgebouwen. Daar zit geen enkele urbanistische strategie achter, alleen winstbejag. De verkoop van publieke ruimtes aan projectontwikkelaars is meestal geen goede zaak als er geen visie is die rekening houdt met het sociale weefsel van een plek.’

‘Nachtbouwer’ is een verfrissend debuut. Het boek drijft op een authentieke, ongebreidelde vertelkracht, aangelengd met een vleugje magisch realisme dat je op onverwachte momenten laat lachen.

Door corona zat Brijs plots zelf opgesloten in zijn appartement op het Zuid - zoals veel kunstenaars zonder opdrachten. Naast de boekrelease in mei viel ook een reeks optredens met zijn rockband The Valerie Solanas in het water. ‘Het voelde als een dubbele straf. Als muzikant leerde ik al flink incasseren en met ontgoochelingen om te gaan. Je hebt grote verwachtingen, maakt cd’s en investeert, maar de muziekindustrie wil niet echt volgen. Vervolgens werk je vijf jaar aan een boek waarvan het verhaal al tien jaar in je hoofd speelt. Ik had met Polis eindelijk een uitgever gevonden met wie het klikte en in de laatste rechte lijn naar de verschijningsdatum gingen de boekhandels op slot. Om gek van te worden.’

Hij wilde ‘Nachtbouwer’ toch laten verschijnen, maar dat vond zijn uitgever geen goed idee. ‘Ik dacht in mijn naïviteit dat iedereen plots tijd zou hebben om online boeken te kopen en gulzig aan het lezen zou slaan, maar de meeste mensen zaten series te kijken op Netflix. (lacht) Ik ook trouwens.’

Boven op het uitstel door corona kwam nog slechter nieuws. In mei ontplofte een bom in letterenland: de uitgeverij Pelckmans zette van de ene dag op de andere de activiteiten van haar dochter Polis stop om economische redenen. Brijs leefde een maand in onzekerheid of zijn boek gepubliceerd zou worden. ‘Het was de wet van Murphy’, blikt de auteur terug op die heftige periode. ‘Door corona had ik al een hoop optredens moeten uitstellen. Ik was doodsbang om met lege handen achter te blijven. Het maakte me ook kwaad: hoe kan je zo’n mooi fonds opdoeken?’

Paniekvoetbal

Intussen is die boosheid gaan liggen. Pelckmans ging door met ‘Nachtbouwer’, dat nog onder het merk Polis verschijnt. Brijs is wel nog altijd kwaad op onze beleidsmakers, blijkt als we het coronabeleid ter sprake brengen. ‘De coronamaatregelen zijn erger dan het euvel dat ze moeten voorkomen. Voor de eerste lockdown kon ik begrip opbrengen. Niemand wist wat aan de hand was, we kenden het virus niet. Maar de afgelastingen in augustus waren puur paniekvoetbal.’

‘Ik begreep niet waarom gouverneur Cathy Berx zo veel lof kreeg. De teneur was: eindelijk toont iemand uit de politiek leiderschap. Leiderschap? Machtsvertoon vond ik het: ‘We leggen een strenge regel op, en zo wekken we de indruk dat alles onder controle is.’ Want ja, het is toch maar cultuur. Ik wil niet de verongelijkte kunstenaar uithangen, maar het getoeter over subsidieslurpers heeft met deze crisis een nieuw dieptepunt bereikt. Alsof de cultuursector als enige aan het overheidsinfuus hangt. Hoeveel belastinggeld gaat naar het bedrijfsleven voor onderzoek en ontwikkeling?’

‘Nachtbouwer’ verschijnt op 22 september bij Polis. 240 bladzijden.

Volgende week: cabaretier en presentator Jan Jaap van der Wal (slot).

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud