Gelukkig gedumpt

Zo. Terwijl de Europese bankiers nog volop bezig zijn, zit voor hun Amerikaanse collega's het 'resultatenseizoen' er op. Op het eerste gezicht gaat het de Grote Vijf over de plas goed. Het kwintet dat in meerdere of mindere mate de bankencrisis overleefde - JPMorgan, Bank of America, Citigroup, Goldman Sachs en Morgan Stanley - rapporteerde een nettowinst van 16 miljard dollar, ruim het tienvoudige van de 1,4 miljard dollar die een jaar eerder op het gezamenlijke onderste lijntje prijkte.

'Maar was het dan geen rotzomer op de financiële markten?', hoor ik u al vragen. Ja hoor. Beleggers zegden inderdaad door die barre markten hun vertrouwen op in de banken en dumpten hun schuldpapier. Maar, hou u vast: die 16 miljard dollar nettowinst hebben de vijf banken voor het leeuwendeel te danken aan het feit dat beleggers geen vertrouwen meer hebben in hen.

Voor u mij naar de psychiater stuurt, laat het me even proberen uit te leggen. Die 16 miljard dollar winst is voor ruim de helft fictie. Geen fictie à la Enron, maar perfect legale fictie. Wat grasduinen in de vijf rapporten leert dat 9,4 miljard dollar van de nettowinst - bijna 60 procent dus - te danken is aan wat bankiers omfloerst 'credit value adjustment' of 'debt value adjustment' noemen.

Waar gaat het om? Beleggers dumpten het voorbije kwartaal schuldeffecten - obligaties bijvoorbeeld - van Amerikaanse banken, wat de marktwaarde deed kelderen. Een kronkel in de boekhoudnormen laat banken dan toe een 'meerwaarde' te boeken, omdat de marktwaarde van de uitstaande schuldverplichtingen gekrompen is door de gedecimeerde beurskoers.

Uiteraard is dat theorie zolang de bank die schulden niet effectief terugkoopt. En dat is het net: in volle marktencrisis is het minder waarschijnlijk dat de bank tot zo'n terugkoop overgaat. Als we de boekhoudkronkel tot in het absurde doortrekken is het laatste kwartaal voor een bank over de kop gaat en beleggers de koers van de bankschulden tot nul herleiden, het meest rendabele kwartaal ooit.

Positief is wel dat de internationale boekhoudwaakhond IASB erkent dat zo'n markttoets van de eigen schulden onzin is. 'Het druist in tegen de intuïtie en verschaft de belegger geen nuttige informatie', erkende de IASB al in mei 2010.

De IASB stelt voor de meer- of minwaarden op eigen schulden uit de eigenlijke resultatenrekening te halen en naar het lijntje 'other comprehensive income' (OCI) te verbannen. Die OCI is zo een beetje de 'rommelbak' van de bankverslaggeving. Maar wel een verzameling exotica die beleggers in de mot moeten houden.

Dexia parkeerde jarenlang de miljarden latente minwaarden op zijn beleggingsportefeuille in die OCI. Het achterliggende argument was altijd dat beleggers zich geen zorgen moesten maken. Die minwaarden waren het gevolg van irrationele markten, op de eindvervaldag zou alles netjes aan Dexia terugbetaald worden. Intussen weten we wel beter en hebben beleggers Dexia niet de kans gegeven rustig tot die eindvervaldag te wachten.

Ook hier de boodschap: wie 'de' nettowinst als het meest informatieve lijntje van een resultatenrekening beschouwt, zal zeker in de banksector van een kale reis terugkomen. Want het onderste lijntje kan wel degelijk liegen. En nog niet zo'n klein beetje ook.

In Statler bespreekt Kurt Vansteeland een stukje economische actualiteit.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect