Griekse deal hangt af van als-en-datten

Donderdagavond, 21 uur. Daar ligt de deadline voor de private schuldeisers van Griekenland om in te stemmen met de schuldherschikking die nu op tafel ligt (de zogenaamde PSI).  Die operatie - de grootste in zijn soort ooit - moet de Griekse schuldenlast met 106 miljard euro verlichten.

Of dat ook effectief lukt, is koffiedik kijken. Het is nog altijd onduidelijkheid troef of Griekenland met zijn voorstel voldoende schuldeisers over de streep kan trekken. Deze ochtend weerklonken geruchten dat de deadline zou opgeschoven worden, wat even later ontkend werd door het Griekse schuldagentschap.

Daarna circuleerden twee verhalen die haaks staan op elkaar naast elkaar. Het eerste was dat de trojka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds) onvoldoende deelnemers verwachtte om de obligatieruil rond te krijgen. Volgens het andere zou de participatiegraad vlotjes 75 tot 80 procent bedragen.

De 12 belangrijkste houders van Griekse schuld hebben alvast ingestemd met het omruilen van hun schuldpapier. De Griekse banken hadden daarin overigens geen keuze.

De voorwaarden om de PSI tot een goed einde te brengen zijn behoorlijk complex. Van de uitstaande obligaties valt 86 procent of 177 miljard euro onder Grieks recht, de rest valt onder buitenlands recht. Om mezelf en u vandaag een punthoofd te besparen, focus ik hier enkel op die eerste. Bij obligaties onder buitenlands recht is de situatie immers flink anders. Zo moeten collectieve actieclausules (CAC's) daar op elke lijn afzonderlijk toegepast worden, wat de omruiling heel wat omslachtiger maakt.  Er is ook een andere settlement date, namelijk 11 april.*

Volgens de Griekse wetgeving gaat de ruil van start als 50 procent van het staatspapier betrokken is in de voorgestelde deal. De CAC wordt geactiveerd als een meerderheid van tweederde daarvan akkoord gaat met de ruil. In dat geval worden de credit default swaps geactiveerd.

Concreet betekent dit dat Griekenland met heel wat geluk met een participatiegraad van 28,75 procent goed 86 procent van de uitstaande schuld kan betrekken in de schuldherschikking. (86,2 * 50% * 2/3)

Omdat de regeling dan algemeen bindend verklaard wordt, treed de verzekering tegen wanbetaling in werking. Als de Grieken niet aan de verhoopte 75 procent van de uitstaande 206 miljard geraken, kunnen ze de PSI afblazen. (Op de foto staat trouwens de Griekse minister van Financiën, Evangelos Venizelos).

Concreet zijn er deze week dus drie mogelijke uitkomsten:

* de PSI gaat door, maar enkel vrijwillig
* de PSI gaat door, en de collectieve actieclausule wordt geactiveerd
* de PSI gaat niet door

Een obligatiehouder heeft verschillende opties:

* Zijn obligaties aanbieden voor de ruil en dus met de voorwaarden instemmen.
* Akkoord gaat met de aanpassingen aan de obligaties, maar niet automatisch met de omruil. Dit is wat de houders van credit default swaps (een soort verzekering tegen wanbetaling) waarschijnlijk verkiezen. Als hen toch de omruiling wordt opgedrongen, kunnen ze daar alsnog mee instemmen, en er tegelijk op gokken dat de collectieve actieclausule de CDS activeert.
* De deal verwerpen.

Als de obligatieruil uiteindelijk doorgaat (dat zou op 12 maart gebeuren), slikken de banken dan een waardevermindering van 53,5 procent op hun Grieks schuldpapier, 74 procent in net present value. Ze krijgen daarvoor wel nieuw papier in de plaats waarop een garantie van het Europees noodfonds EFSF rust.

Dat betekent meteen ook dat als er een tweede schuldherschikking volgt, het de eurolanden zijn die met geld over de brug zullen moeten komen.

Als Griekenland de deal niet rond krijgt, gaat het land waarschijnlijk nog deze maand bankroet. De internationale bankenlobby IIF raamt de mogelijke kosten daarvan op 1.000 miljard euro. Dat blijkt uit een rapport dat in februari werd overhandigde aan de Europese leiders, maar vandaag pas bekendraakte.

* Griekse obligaties onder Brits recht noteren tweemaal zo duur als die onder Grieks recht. De reden daarvoor is eenvoudig: het is veel moeilijker om aan die eerste te raken. Ze liggen daardoor in een hogere schuif dan de obligaties. Daarvoor zijn verschillende redenen. Zo kan het Atheens parlement de voorwaarden van die leningen niet wijzigen, en gebeurt een schuldomruil per obligatieuitgifte en dus zijn de voorwaarden niet dezelfde als die waarbij alle obligaties over dezelfde kam geschoren worden. Dat laatste maakt het ook moeilijker om een blokkeringsminderheid van 33,3 procent op te bouwen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud