blog

Het jachtverlof is er, nu de buit nog

Het 'tappen' van latex in Thaise rubberbomen ©Bloomberg

Een beursweek in het teken van goede en veel minder goede boekhoudregeltjes. En de Harmattanwind.

Als een wereldreis er niet meteen inzit, zijn er altijd nog de halfjaarlijkse verslagen van de plantagegroep Sipef (51,50 euro, +5,1%). Die lezen als een soort mondiaal weerbericht. Het jongste halfjaarrapport heeft het onder meer over de langer dan gebruikelijk durende bladwissel van de rubberbomen in Sumatra.

En we weten nu wat een Harmattan is: een droge en stofferige noordoostenwind die in de winter soms vanuit de Sahara over West-Afrika waait. Een sterke Harmattan leidde in januari tot koele temperaturen in Ivoorkust, wat resulteerde in een tragere en minder kwaliteitsvolle bananenproductie. Voeg daarbij Indonesische palmolieplantages die in het tweede kwartaal met uitstel leden onder de gevolgen van de El Niño-droogte van 2015 en de lagere halfjaarwinst is snel verklaard.

De rest van 2016 zal echter via betere productievooruitzichten ook zonder spectaculair prijsherstel een stuk beter worden. Daarom voorspelt Sipef nu tegenover 2015 een hogere in plaats van minstens stabiele winst.

Dat is niet het enige goede nieuws. Beste belegger: juicht! Vanaf dit jaar oogt de resultatenrekening van de plantagegroep een stuk minder complex. Gewoon twee kolommen met de cijfers van 2016 en de vergelijkende cijfers voor 2015.

Een verademing tegenover de zes kolommen de voorbije jaren waarbij Sipef voor elk jaar de resultaten zonder IAS41, de impact van IAS41 en de resultaten mét IAS41 oplijstte. En dat allemaal omdat een boekhoudkronkel - dat nummer 41 dus - de groep verplichtte elke periode een ‘marktwaarde’ te plakken op haar plantages. Alsof je Solvay zou vragen elk kwartaal een nieuwe waarde te plakken op de fabrieken.

François Van Hoydonck, CEO van Sipef ©DRIES LUYTEN

‘In 2004 heeft de boekhoudwaakhond beslist dat alle landbouwbedrijven hun beplante oppervlakte tegen marktwaarde moesten waarderen’, zegt CEO François Van Hoydonck. ‘Probleem: probeer dat maar eens voor een palmolieplantage, dat is onmogelijk. Wij hebben de geraamde toekomstige kasstromen (DCF-methode) genomen als benadering, maar het was verre van perfect. Te meer daar onze resultaten door IAS41 een stuk volatieler werden. Daarom de zes kolommen, om beleggers zinvolle resultaten te kunnen blijven voorleggen.’

‘Samen met de andere beursgenoteerde plantagegroepen hebben we tien jaar lang een kruistocht gevoerd tegen IAS41’, vervolgt de CEO. ‘Uiteindelijk met resultaat, gelukkig.’

Hangende vruchten

Dat IAS41 nu IAS 41R geworden is, stemt Van Hoydonck dan ook gelukkig. Al zit er nog een addertje onder het gras. De bomen van de plantages mag Sipef nu tegen historische kostprijs waarderen. Maar - hou u vast - de ‘groeiende biologische productie’ in principe niet. Met andere woorden: de ‘voorraden’ palmolievruchten, latex of theebladeren die aan of in een boom aan het groeien zijn, moeten een marktwaarde krijgen.

‘Dat is óók onbegonnen werk’, zegt Van Hoydonck. ‘We weten tot de oogst gewoon niet hoeveel latex er precies in een boom zit. Over die hangende vruchten en groeiende bladeren voeren we bijgevolg nog onderhandelingen met de revisoren.’

Mocht de IAS19R-pensioenregel net als bij Agfa onverkort op België toegepast worden, dan mag premier Michel aankloppen bij het IMF wegens virtueel failliet.

Belangrijk om te weten is dat het aandeel Sipef door de herziene boekhoudregel optisch een stuk duurder oogt voor de belegger die graag aandelen tegen de boekwaarde afzet. Onder IAS41R staan de plantages nu nog tegen de historische kostprijs van 149 miljoen dollar op de balans, minder dan de helft van de ‘marktwaarde’ van 329 miljoen dollar onder IAS41. Het gevolg is dat het eigen vermogen per eind december nog 411 miljoen in plaats van 547 miljoen dollar beliep.

Maar eerlijk gezegd: dat is geen slechte zaak. Onder de internationale boekhoudnormen is de slinger te veel doorgeslagen richting ‘mark-to-market’, een bijna fundamentalistisch geloof dat alles een marktwaarde heeft. Dankzij tien jaar kruistocht kan Sipef een beetje terugkeren naar het voorzichtigheidsprincipe dat dé gouden regel was onder de Belgische boekhoudnormen en leidde tot minder lucht in de balans.

©MEDIAFIN

Dat principe had tot gevolg dat verschillende balansposten van Belgische beursgenoteerde bedrijven zeer conservatief geschat werden. Maar de wetenschap dat een eigen vermogen vrijwel zeker niet met de realiteit strookt wegens te laag, is als je het ons vraagt beter voor de gemoedsrust dan op alles een ‘fair value’ proberen te plakken. Want ‘fair’ is vaak een eufemisme voor nattevingerwerk.

Waar de internationale boekhoudpausen wél goed werk geleverd hebben, is door beursgenoteerde bedrijven te verplichten hun pensioenverplichtingen in de balans op te nemen. We spreken over IAS19R, de grote beleggersvriend. Daar kan Agfa-Gevaert (3,27 euro, +6,8%) van meespreken.

Het enige dat de beeldvormingsgroep uit een glorieus verleden overhoudt, is een grote pensioenlast. Tussen haakjes: mocht IAS19R onverkort op België toegepast worden, mag Charles Michel bij het IMF aankloppen wegens virtueel failliet.

Nevenberoep

Wat financiële schulden betreft, heeft Agfa schitterend werk verricht: de 700 miljoen euro grote schuldenberg in 2007 is tot nagenoeg nul herleid. Maar dan blijft er nog altijd netto meer dan 1 miljard pensioenschulden over.

©MEDIAFIN

En dat pensioenfonds beheren slorpte de voorbije jaren jaarlijks zo’n 80 miljoen of de helft van de operationele kasstroom op. Meteen dé reden waarom CEO Christian Reinaudo een operationele marge van 10 procent ambieert. Met de marges van de voorbije jaren is Agfa gedoemd om een pensioenfonds te blijven dat in nevenberoep technologiebedrijf is.

Dat margeherstel begint met het bovenste lijntje: de jarenlange krimp van de omzet een halt toeroepen. Elk bedrijf dat jaar na jaar de verkoop ziet slinken moet continu in de kosten snijden om verlies te vermijden.

Daarom was het bericht dat in het Hemelvaart-weekend op het financieel persbureau Bloomberg verscheen zo hoopgevend. Het Amerikaanse ministerie van Defensie kent Mortsel een contract met maximale waarde van 768 miljoen dollar (688 miljoen euro) toe voor een digitaal communicatiesysteem van medische beelden. Een enorm bedrag, afgezet op een jaaromzet die rond 2,6 miljard schommelt.

Nu is Agfa al frustrerend lang de beursgenoteerde triomf van hoop over realiteit, sinds tienduizenden Vlamingen midden 1999 intekenden op de blijde terugkeer van de technologieparel. Agfa zelf nuanceerde het contract in Washington.

Belangrijk is het zeker, maar de omzet is niet binnen. Het gaat om de verlenging van een raamcontract en binnen dat contract mag Agfa meedingen naar deals. Een ‘licence to hunt’ in het jargon. En zoals elke jager weet, is met een jachtverlof de buit nog lang niet binnen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect