weekboek

Make the Bel20 great again!

Fransen en Nederlanders bepalen nu al één derde van de marsrichting van de 'Bel'20. Mag het iets patriottischer, aub?

Bij de geboorte van mijn petekind in het voorjaar van 2002 heb ik hem een Bel20-fonds gekocht. Pamperrekeningen boeien mij niet en ik wou van die prachtige nieuwe Belg een kleine patriot maken, met een - bescheiden - deelbewijs in de fine fleur van het Belgische bedrijfsleven.

Een geluk dat mijn petekind tijdens zijn eerste levensjaar niet zijn bankuittreksels checkte, anders zou hij gezien de minus 40 procent rendement in een jaar tijd ernstige vragen gesteld hebben bij de expertise van zijn peter. Na vijftien jaar beloopt het rendement 50 procent, geherinvesteerde dividenden niet meegerekend.

Aardig. Maar: het had beter en vooral patriottischer gekund.

Eenvoudig gesteld: de Bel20 anno 2017 is een vlag die de lading niet meer dekt. De index is op 15 november 2005 gestopt met een goede Belg te zijn. Toen besloot Euronext het afzwaaiende Electrabel te vervangen door de Franse overnemer Suez, het latere Engie .

©Mediafin

Sindsdien hebben de buitenlandse koekoeksjongen alleen maar meer echte Belgen uit de ‘Belgische’ korf geknikkerd. De Fransman Engie en Nederlanders ING en Ahold Delhaize bepalen bijna een derde van de Brusselse beursbarometer. Weet u dat ING met 13,8 procent nu de meest dominante Bel20’er is? Meer dan de oer-Belgen Bekaert, Colruyt, Solvay en Umicore samen.

Euronext heeft met die buitenlandse koekoeksjongen de houders van Bel20-fondsen - petekind incluis - geen dienst bewezen. Neem Engie. De jongste vijf jaar zit de Franse nutsreus in het sukkelstraatje, wat de beurskoers naar een diepterecord bracht.

Daar komt bij dat het huidige Bel20-reglement wanprestaties beloont. Dat zit zo: Euronext plafonneert bij de jaarlijkse herziening de weging van de grootste bedrijven op 12 procent. Na elk ontgoochelend jaar waarbij Engie ‘maar’ zo’n 10 procent van de Bel20 meer uitmaakt, worden er extra stuks Engie in de Bel20-korf opgenomen tot het plafond van 12 procent weer bereikt is.

Mag de Bel20 eindelijk eens gewoon de grootste twintig Belgische bedrijven omvatten?

Wat mede verklaart waarom Engie de voorbije vijf jaar de Bel20 165 punten kostte (zie grafiek). Zonder die Franse slag zou de Brusselse index zo’n 5 procent hoger noteren.

Daarom mijn verzuchting: mag de Bel20 eindelijk eens gewoon de grootste twintig Belgische aandelen omvatten? Veel illusies maak ik me niet. De beursuitbater Euronext blijft mordicus gefocust op vlot verhandelbare steraandelen, ten koste van de belgitude.

Ik heb alvast een eigen Bel20 op een rekenblad getoverd. Met de grootste twintig Belgen, die elk een startgewicht van 5 procent krijgen.

Criteria: hoofdkantoor in België, hoofdnotering in Brussel, geen ‘duplicerende’ monoholdings à la Tubize (zie pagina 23), minstens 30 procent van de aandelen bij het brede publiek en geen buitenlandse controlerende grootaandeelhouder (meer dan 30 procent). Komen aan de start: AB InBev, KBC, GBL, UCB, Solvay, Proximus, Ageas, Colruyt, Umicore, Bpost, AvH, Sofina, Elia, Melexis, CFE, Bekaert, D’Ieteren, Cofinimmo, Ontex en Lotus. We houden u in deze kolommen op de hoogte.

De familie Mab

Een van die patriotten waar de houders van een Bel20-fonds de voorbije vijf jaar veel plezier aan beleefd hebben, is UCB (65,78 euro, +8,1%). Met de B van Belg. De Union Chimique Belge is nu een biofarmaciegroep. En dus staat of valt de waardering met de pijplijn aan geneesmiddelen.

UCB heeft er een erg zwak 2016 op zitten. Dat heeft deels te maken met een patentoorlog rond het epilepsiemiddel Vimpat, een strijd die normaal gezien tegen eind mei beslecht moet worden.

©Mediafin

Maar nog belangrijker waren de niet geheel overtuigende tussentijdse testresultaten voor romosozumab, het experimentele middel tegen osteoporose. Botontkalking treft vooral vrouwen na de menopauze. Romosozumab bleek effectief om bij vrouwen met osteoporose wervelbreuken te vermijden, maar minder effectief voor pols- en heupbreuken. Daarom temperden analisten hun prognoses voor de piekverkopen van 3 à 4 miljard naar zo’n 2 miljard dollar.

De definitieve testresultaten moeten er ook dit halfjaar nog komen. ‘Op dit ogenblik plakken analisten nul waarde op romosozumab’, stipt JPMorgan-analist Richard Vosser aan. Hij schat zelf het middel op ruim 17 euro per aandeel (zie tabel).

Niet alleen voor UCB wordt 2017 make or break. Dat is ook zo voor Ablynx (12,21 euro, +12,9%), nog een Belgische biofarmatrots die na een zwak 2016 het nieuwe jaar met frisse hoop inzet. Bij de Gentenaars worden de testresultaten voor caplacizumab, een potentieel middel tegen de zeldzame bloedziekte TTP, eind dit jaar cruciaal.

Een alerte lezer heeft uiteraard gemerkt dat de grote hoop van zowel UCB als Ablynx op ‘mab’ eindigt. En dat is geen toeval. Mab is de Engelse afkorting voor monoklonale antilichamen, eiwitten die ons lichaam zelf aanmaakt als afweer tegen virussen en andere ongewenste indringers.

De ‘mab-familie’ leverde al blockbusters op: reumamiddelen adalimumab en infliximab, gecommercialiseerd onder de namen Humira en Remicade, en de borstkankerbestrijder trastuzumab, beter bekend onder de verkoopnaam Herceptin. We duimen patriottisch dat ook de mabs van UCB en Ablynx eind dit jaar hun weg vinden naar die monoklonale hall of fame.

©Mediafin

Lees verder

Tijd Connect