weekboek

Over nieuwe, slappe en straffe koffie

Serge Mampaey

Miko, Lotus, Picanol, Jensen, Orange Belgium: de voorbije weken raasde een verkooplawine over Belgische defensieve aandelen. En dat opent opportuniteiten.

Sinds enkele maanden moeten we bij De Tijd voor ons dagelijks bakje zwarte troost een beroep doen op een nieuwe machine. Een zwarte bak met veel lichtjes met het opschrift ‘Chaqwa’ braakt na even geduldig wachten een lungo, espresso of chocolademelk uit. Voor de machine die ook een veel te zout soepje serveert, moeten we naar de overkant bij de heren en de dames van de publiciteitsafdeling, want voor het journalistenzootje is koffie meer dan genoeg om de dag door te komen.

De komst van de nieuwe koffieautomaat was niets minder dan een revolutie op de redactie. Sinds mensenheugenis slurpten we Michielsen Koffie, kortweg Miko (-7,8%, 108 euro). Eerst uit ijzeren reuzenthermossen die we zelf moesten vullen, daarna uit kleinere machines waar de keuze wat beperkt was. Het 109 jaar oude familiebedrijf uit Turnhout heeft aan De Tijd-journalisten steeds goed verdiend.

Persoonlijk ontwaar ik weinig smaakverschil tussen onze nieuwe en de oude koffie, al hebben ze wel wat gemeen. Het nieuwe merk Chaqwa is een concept van de drankenreus Coca-Cola. En wie ontwierp zowel het logo van Miko als dat van Coca-Cola? Eén en dezelfde persoon, ene Raymond Loewy! Het werk van deze uit Frankrijk afkomstige Amerikaan ziet u trouwens nog vaak in het straatbeeld. Uit zijn brein ontsproten ook de logo’s van Shell, Exxon of de Spar-supermarkten.

Verkooplawine

Heeft de koffiewissel op de redactie een alarmsignaal doen rinkelen bij beleggers? Want de koers lijkt op slappe koffie. Sinds het einde van de zomer kelderde het Miko-aandeel 22 procent, en dat voor een bedrijf met een stevige staat van dienst met een ijzersterke balans dat bovendien nog een mooie groei kan voorleggen. Miko is niet alleen.

De voorbije weken raasde een verkooplawine over dit soort Belgische defensieve aandelen. Lotus Bakeries zakte al 11 procent, Picanol 10 procent, Jensen 15 procent en Orange Belgium 21 procent. In de coulissen van de eindejaarsvoorspellingen bij de beurshuizen hoorden we een gerucht dat een groot fonds heel wat stukken verkocht. Misschien openen die pandoeringen wel opportuniteiten om eens nader naar de bedrijven te kijken.

Miko legde over het eerste halfjaar een omzetgroei voor van 12,4 procent. De invloed van onze weggevallen consumptie is trouwens verwaarloosbaar, want driekwart van de verkoop gebeurt in het buitenland. Vooral in Scandinavië, waar de grootste koffiedrinkers ter wereld wonen, heeft Miko via overnames een stevige voet aan de grond.

Bovendien is die omzet bijna perfect verdeeld tussen de twee takken van de groep: koffie en plastics. Miko ontwikkelde voor de Brusselse wereldtentoonstelling in 1958 de overbekende plastic éénkopskoffiefilter. Later stampte het bedrijf een hele plasticsdivisie uit de grond, die nu roomijsdozen of verpakkingen voor slaatjes maakt. De bedrijfscashflow van Miko steeg 8,7 procent. Door de koersdaling noteert Miko nog tegen 14 keer de winst over dit jaar, en 6,5 keer de ondernemingswaarde versus de bedrijfscashflow. Dat is historisch niet duur voor het aandeel. Het grootste risico lijken de duurdere grondstoffen in de plasticsdivisie, met de olie als aanjager.

Delistingkandidaat

Bij Jensen (-5,8%, 37,35 euro) speelt wellicht mee dat de gelijknamige Deense familie recent voor 3,3 miljoen euro aandelen verkocht. De maker van industriële wasmachines geldt bij veel beurshuizen als een eeuwige delistingkandidaat, maar door die verkoop lijkt de kans afgenomen dat de familie het bedrijf van de beurs haalt.

Al wil dat nog niets zeggen: uit alle studies blijkt dat aankopen door insiders een veel krachtiger signaal zijn dan verkopen. Want je weet nooit waarvoor iemand geld nodig heeft. Een scheiding? De aankoop van een woning? De wens om meer te diversifiëren? Het kunnen logische aanleidingen zijn om wat stukken van de hand te doen. Operationeel draait het bij Jensen meer dan behoorlijk. Vorig kwartaal steeg de omzet 5 procent. Het orderboekje werd 15 procent dikker.

Dokter Tack

De tuimelperte bij de maker van weefgetouwen Picanol (-2,8%, 90,30 euro) gebeurde bij een drukke handel, maar zonder enig bedrijfsnieuws. Drie weken geleden veranderden via één ‘blocktrade’ 30.000 stukken van eigenaar tegen 95,61 euro. Die verkoop vertegenwoordigde liefst 1,6 procent van het vrij verhandelbare kapitaal. Topman Luc Tack, die net geen 9 op de 10 aandelen in handen heeft, was de koper niet. Anders had hij dat aan de beurswaakhond moeten melden. Picanol is naar eigen zeggen op weg naar een recordomzet dit jaar.

Bovendien houdt Tessenderlo (-1%, 38,33 euro) nog relatief goed stand. Picanol heeft 37 procent van de chemiegroep in handen, waardoor die laatste een belangrijke parameter voor de koers van de moeder is geworden. Als je het persoonlijk belang van Tack in Tessenderlo meetelt, controleert de West-Vlaamse bedrijvendokter al bijna 41 procent van Tessenderlo. Het zou niet verbazen mocht Tack zijn macht nog uitbreiden, om opnieuw een poging te wagen Picanol en Tessenderlo te laten samensmelten. Tegen 13 keer de winst over 2017 is Picanol met zijn sterk trackrecord niet duur, al moet je wel tevreden zijn met een schraal dividendje van amper 10 cent per aandeel.

Dokter House

Het zou ons te ver leiden om alle fors teruggevallen aandelen waarvoor geen gekende aanleiding is te bespreken. Want we moeten het nog hebben over een toch zeer uitzonderlijk feit op de Brusselse beurs: een koersverdubbeling in één week. Dat huzarenstukje zette Argenx (+92%, 48,39 euro) neer.

Vroeger dan verwacht rapporteerde het Gentse biotechbedrijf de testresultaten van een middel tegen myasthenia gravis, vrij vertaald ‘ernstige spierzwakte’. Het is een zeldzame auto-immuunziekte, perfect geschikt om een aflevering van ‘Dr. House’ te stofferen. De wat bizarre tv-dokter zou er zijn hart aan kunnen ophalen, zeker omdat het reddende medicijn gebaseerd is op de studie van de antilichamen van lama’s. Amper 60.000 Amerikanen lijden aan de spierziekte, waarbij het immuunsysteem de eigen lichaamscellen aanvalt, en de signaaloverdracht tussen zenuwen en spieren verstoort.

Argenx testte 24 patiënten. Driekwart reageerde positief op de behandeling. Genezing is niet mogelijk, maar ze konden wel een min of meer normaal leven leiden. Het zal nog wel enkele jaren met grootschalige tests duren voor het medicijn met de voorlopige naam ARGX-113 kan worden goedgekeurd. Nog belangrijker dan deze doorbraak, is dat Argenx zijn technologische knowhow in het domein van immunotherapie heeft aangetoond. Dat kan de interesse van andere farmabedrijven wekken om met Argenx samen te werken.

Argenx besloot meteen het ijzer te smeden als het heet is, en haalde met de vingers in de neus 231 miljoen dollar op door verse aandelen uit te geven op de Amerikaanse Nasdaq. De beurswaarde is opgelopen tot 1,33 miljard euro. Dat is nog iets minder dan die van Ablynx (+1,9%, 20,56 euro), waar CEO Tim Van Hauwermeiren en zijn twee medestichters nog hebben gewerkt. Vanuit hun raam in de Gentse biotechvallei kunnen ze nu evenwaardig naar hun oude werkgever turen. Straffe koffie!

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content