Advertentie

Zeg niet kasstroom tegen cashflow ...

Even een ‘nerd alert’: het begrip ‘ebitda’ is niet hetzelfde als 'kasstroom', al voedt Deceuninck zelf wel de verwarring door die lettersoep in zijn persbericht ‘operationele cashflow’ te noemen.

De ebitda vertrekt immers van de bedrijfswinst ofte Earnings Before Intrest & Taxes en dat is een boekhoud- en geen cashconcept, waar je vervolgens twee grote klassieke ‘niet-cash’ kosten bijtelt: afschrijvingen (de D van depreciation) en afboekingen (de A van amortization).

De ebitda is dus een relatief vlot te berekenen en vaak gehanteerde benadering van de rendabiliteit van een bedrijf. Een benadering die bovendien abstractie maakt van het feit of een bedrijf zich vooral met eigen middelen dan wel schulden financiert.

Maar als belegger ben je je er best van bewust dat 'ebitda' een boekhoudconcept is en blijft. Net als bij Belgacom, waar ebitda iets heel anders is dan de cruciale vrije kasstroom. Bij Deceuninck bijvoorbeeld zakte die ‘ruime bedrijfswinst’ over het eerste halfjaar met goed een vijfde naar 19 miljoen euro.

De échte kasstroom uit operationele activiteiten – wat voor Deceuninck dus niet hetzelfde is als operationele cashflow, volgt u nog? – verdrievoudigde bijna tot 21,4 miljoen euro. Dit vooral dankzij een forse verbetering van het werkkapitaal: het bedrijf heeft voor de dagelijkse werking flink minder cash nodig, onder meer via lagere voorraden (zie tabel onderaan).

En die kasstroom is hoopgevend voor een bedrijf dat na de veel te dure overname van Thyssen Polymer nog altijd een zware schuldenerfenis moet uitzweten. De nettoschuld zakte zo eind juni tot 84,7 miljoen euro, tegenover 117,6 miljoen eind 2012.



 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud