weekboek

Aandelen zijn niet duur. En Donald Trump is een toffe pee.

Laat u niets anders wijsmaken: aandelen zijn na acht jaar hausse gewoon duur.

Het wordt moeilijk’, zucht Roland Van der Elst, de peetvader van de Vlaamse beleggers, hoofdschuddend kijkend naar de Trump-beursrally in de jongste editie van het VFB-ledenblad ‘Beste Belegger’. ‘De ondertoon van mijn schrijfsels is positief omdat ik een fervente voorstander ben van beleggen in aandelen en ik geloof in buy & hold. (...) De mogelijkheid bestaat natuurlijk om het ons niet aan te trekken, want op lange termijn komt het goed. Voor mij ligt dat anders omdat de lange termijn op mijn leeftijd eerder korte termijn wordt. Ik wil niet nog eens een algemene koersval van 50 procent meemaken.’

Niet dat het meteen zo’n vaart zal lopen, maar Van der Elst noemt als een van de weinigen een kat een kat. Als u ons een plotwending op Hans Christian Andersen toelaat: de keizer heeft kleren aan, maar niemand durft te zeggen dat die heel duur zijn.

De Bel20  noteert tegen 16 keer de winst over 2016. Duur op zich. Bovendien is 'de beurs' duurder dan de Bel20, omdat in die Bel20 KBC en ING zwaar wegen. En banken noteren relatief goedkoop. Logisch, gelet op de ultralage rente, een strenge regelgeving en overheden die bij elke begrotingsronde een nieuwe taks bedenken.

Met de weerom hogere roerende voorheffing is de speculatietaks de facto vervangen door een getrouwheidstaks.

Voor groei betaalt u intussen flink wat geld: Melexis: 34 keer de nettowinst. Lotus: 31 keer. Bekaert: 26 keer. Umicore: 24 keer. IBA: dik 50 keer. Typisch voor een schuimende beurs is de ‘melt-up’ van de koers bij elk bedrijf dat sterk uit de hoek komt.

Denk aan CFE  (126 euro, +10,1%), de eigenaar van de baggeraar DEME. Tot nader order vreet de veranderende mix van het orderboek (minder lucratief ‘puur’ baggerwerk, meer bouw van windmolenparken) minder dan gevreesd aan de royale marges. Gevolg: een steile klim sinds de publicatie van de resultaten en een aandeel dat nu tegen 19 keer de winst noteert.

Of neem Telenet  (55,40 euro, +3,9%). Ook hier een kleine melt-up sinds de jaarcijfers. De telecom- en televisiegroep noteert nu tegen 150 (!) keer de nettowinst. Maar ook abstractie makend van de hoge rentelasten noteert Telenet tegen 13 keer de bedrijfswinst.

Trucje

Evenmin is Telenet een koopje afgezet tegen de verbluffend sterke cashflow: de recordkoers is bijna 9 keer de operationele cashflow en 24 keer de vrije kasstroom. Terzijde: een Citi-analist merkt op dat dat laatste cijfer in 2017 in de lift zal zitten.

De Duitse DAX noteert dicht tegen een record ©EPA

Dat zit zo. Sinds vorig najaar past Telenet een trucje toe van moeder Liberty Global om de vrije kasstroom op te krikken. Dit dankzij het krediet van 360 dagen dat Telenet krijgt van leveranciers van telecomapparatuur (‘vendor financing’ in het jargon). Daardoor zijn de boekhoudkundige kapitaalinvesteringen hoger dan de ‘cash’ kapitaalinvesteringen, met het verschil ten gunste van de vrije kasstroom.

Maar zelfs met die turbo op de gerapporteerde cashflow blijft Telenet gewoon duur. Van der Elst heeft overschot van gelijk. Ook voor wie vergeleken met de beursveteraan minder kilometers op de teller heeft, maakt het een groot verschil tegen welke koers je koopt. Maakt niet uit of je vervolgens je aandelen zeven jaar of zeven generaties bijhoudt. ‘Langetermijnbeleggers mogen nog instappen’, lees je soms. Onzin.

Een goede langetermijnbelegger kiest na grondig huiswerk bedrijven met een sterk management en goede vooruitzichten (de twee gaan niet per se samen). En dan - dat wordt vaak vergeten - becijfert hij de maximumprijs die hij wil betalen. Vervolgens wacht hij tot Mister Market depressief in plaats van manisch is om toe te slaan. Dat kan een week, een jaar of zelfs drie jaar zijn. Maar het zal geen zeven generaties zijn.

De meeste mensen meten een succesvolle langetermijnbelegging aan de koerswinst die ze boeken. Er is echter een andere manier. Voor de belegger die in de strategie van een bedrijf gelooft en niet van plan is snel te cashen is die relevanter: het jaarlijkse dividend afzetten tegenover de initiële inleg.

©Mediafin

Je kruipt in de huid van zo’n saaie obligatiebelegger, die alleen geïnteresseerd is in de coupon die hij ontvangt. Met dat verschil dat de ‘coupon’ op een aandeel kan stijgen. Niet alleen bieden aandelen een natuurlijke indekking tegen inflatie - die stijgende levensduurte die voor ene Mario Draghi zo belangrijk is dat hij er in twee jaar 1.700 miljard euro in ‘geïnvesteerd’ heeft - een goed management slaagt er ook in boven de inflatie het bovenste lijntje van de resultatenrekening extra te laten groeien. Die ‘topline’-groei zet een hefboom op de winst en - bij een gelijke uitkering - het dividend.

Afgelopen week vierden we de achtste verjaardag van de huidige stierenmarkt. Sinds 9 maart 2009 zitten de beurzen in de lift. We deden de oefening en zetten het huidige nettodividend van Belgische aandelen af tegenover de koers op het Bel20-dieptepunt van vrijdagavond 6 maart 2009.

Ik weet het, een theoretische oefening. Zelfs de krenterigste langetermijnbelegger had tegen dan zijn korf met Belgische kwaliteitsaandelen gevuld en keek op korte termijn tegen zwaar verlies aan. Maar ik wil het punt maken dat de instapkoers ertoe doet, hoe lang de horizon ook is. Ik laat bijgevoegde tabel het woord voeren.

Merk op dat er nochtans een extra ‘handicap’ is ingebouwd: de regering heeft sinds 2009 de roerende voorheffing van 25 naar 30 procent verhoogd. In veel gevallen zelfs van 15 naar 30 procent, want de VV-strips zijn afgeschaft.

Met die werkpaarden genoot de kleine belegger die zijn geld jaren aan het Belgische bedrijfsleven toevertrouwde van een lagere roerende voorheffing. Over de speculatietaks is liters inkt gevloeid. Waar blijft de verontwaardiging over de weerom hogere roerende voorheffing? Die treft louter kleine langetermijnbeleggers.

De speculatietaks is de facto vervangen door een getrouwheidstaks. Ook fiscaal gezien is in het huidige beursklimaat speculeren lonender dan beleggen.

©Mediafin

Lees verder

Gesponsorde inhoud