De Enron Factor

Gillian Tett heeft het in haar Market Insight in de FT over de Enron Factor die de rapportering van de grote banken kleurt. Tot voor kort gebruikten banken op Wall Street voor de waardering van activa die te maken hebben met subprimehypotheken financiële modellen. Het is immers niet eenvoudig om voor deze ingewikkelde producten duidelijke marktprijzen te krijgen, zo gaat het argument.

Alleen, de auditors hebben sinds het Enron debacle hun lesje geleerd. Een lakse houding tegenover hun cliënten leidt tot rechtszaken wanneer het misgaat, en vervolgens tot huizenhoge schadevergoedingen. De auditors vragen nu dat de waardering van de subprimeproducten gebeurt op basis van de ABX-index, een mandje van afgeleide producten die gelinkt zijn met subprime-effecten. Het ding is maar twee jaar oud en de handel is dun, maar er is niet veel keuze.

De index toont voor de risicovolle tranches van de subprime-gelinkte schuldtitels een daling van 80 procent sinds het begin van het jaar. Maar ook de zogenaamd heel veilige tranches (AAA, AA) gingen respectievelijk 20 procent en 50 procent lager. Precies in dit zogenaamde veilige deel belegden heel wat instellingen, die zich veilig waanden wegens het AAA en AA gehalte van de producten.

De combinatie van de Enron factor en de ABX verplichtte de jongste tijd Wall Street bedrijven grote waardeverminderingen in rekening te brengen. Instellingen buiten Wall Street zijn uiteraard huiverachtig om een waardering op basis van de ABX te doen en proberen de zaken zo lang mogelijk toe te dekken, hopende dat de inzakking van de ABX maar tijdelijk is. Alleen, de markten voelen dit aan als een gebrek aan transparantie dat veel ergs doet veronderstellen, met alle gevolgen vandien voor de koersen van de bankaandelen.

Roland Legrand

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud