Advertentie

De gevaarlijke tube tandpasta

Er zijn verschillende manieren om de torenhoge schulden omlaag te krijgen, zei Carmen Reinhart onlangs op haar doortocht in Brussel. ‘Lang besparen en daarom ook lange tijd met een lage groei zitten, een hogere inflatie aanvaarden, en schulden herschikken. Bij de grootste crisis in 75 jaar moeten alle instrumenten aan bod komen.’

Voorlopig zijn enkel het eerste, en in mindere mate het derde, in Europese zwang. Armlastige landen krijgen een ijzeren besparingscarcan aangemeten, en ook clementie kwam al eens aan bod. Al gold die gedeeltelijke schuldvergiffenis voor Griekenland enkel voor de private schuldeisers, en niet voor de leningen van de Europese overheden. Of beter gezegd: nog niet, want Athene lijkt eerder zijn naam te zullen veranderen in Berlijn dan dat het alle leningen terugbetaalt.

Wat dan met die onaangesproken tweede optie? Reinhart bepleit dat centrale banken enkele jaren een hogere inflatie van 4 tot 6 procent zouden aanvaarden. Dat is eigenlijk niets meer dan een verdoken belasting op spaargeld. De rente op schuldpapier ligt immers vast voor de uitgeleende periode. In normale tijden ligt die vergoeding boven de inflatie omdat beleggers een reëel rendement eisen voor het afstaan van hun centen. Als de inflatie hoger komt te liggen dan die rente, verliezen ze dus aan koopkracht.

Financiële repressie, zoals het fenomeen bekend staat, is niet mooi, maar wel nodig, vindt Reinhart. ‘Er is geen betere tijd dan nu voor centrale banken om wat van hun geloofwaardigheid op te offeren. Het zou de schuldenberg van overheden, bedrijven en gezinnen afbouwen, en de vastgoedprijzen sneller omlaag halen.’

Het lijkt een aanlokkelijke redenering. Inflatie is een sluipende transfer van schuldeisers naar schuldenaars, en het is duidelijk dat de eurozone daar dringend nood aan heeft, al kan dat door politieke bezwaren niet via de open weg. Toch is het een uiterst gevaarlijk experiment. Inflatie is geen waakvlam die je zomaar eventjes in een bunsenbrander omtovert om vervolgens na bewezen diensten terug te herleiden tot een onschuldig blauw vlammetje. ‘Inflatie is als tandpasta. Eenmaal uit de tube, krijg je hem er niet meer terug in’, luidt de beroemde vergelijking van Karl Otto Pöhl. De Bundesbank-voorzitter maakte in de vroege jaren 80 samen met Paul Volcker een einde aan de stagflatie van de tweede helft van de jaren 70.

Het is niet toevallig net in die periode dat centraal bankiers er zich echt van bewust werden hoe belangrijk het is om in het hoofd van de consument te speuren naar waarin die gelooft. Als de burger geen vertrouwen heeft in wat zijn centrale bank verkondigt, blijft haar beleid dode letter. Tot ze kan overtuigen, wat veel pijn kan doen. Volcker moest de rente tot 21,5 procent jagen en zo de VS-economie in het begin van de jaren tachtig in een diepe recessie duwen, vooraleer de Federal Reserve zijn reputatie kon terugwinnen.

In de eurozone is de inflatieoptie overigens nog steeds toxisch. Vooral Duitsland wil er niet van weten. ‘De inflatieverwachtingen in de eurozone zijn stevig verankerd in lijn met onze doelstelling van een inflatie dichter bij, maar lager dan 2 procent’, zal ECB-voorzitter Mario Draghi vandaag wel weer verkondigen. Niets minder dan muziek in Duitse oren.

In Statler bespreekt Daan Ballegeer een stukje economische actualiteit

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud