Dicht bij het einde van de berenmarktrally

Dit is een vierde post van onze gastblogger, Philippe Gijsels, senior structured product strategist bij Fortis Bank.

De laatste dagen verschijnen er steeds meer tegenvallende economische cijfers op onze schermen. En dat lijkt de steile opmars van de indexen een halt toe te roepen. 

Er zijn weer meer dan verwachte werkloosheidsaanvragen. En ook de kleinhandelsverkopen in de Verenigde Staten lagen aan de onderkant van de verwachtingen.

Fiscale stimuli hebben de consument de afgelopen maanden zeker wat geholpen (en dat maakte de voorgaande cijfers een beetje beter dan verwacht), maar dat neemt niet weg dat de modale (Amerikaanse) consument nog steeds te diep in de schulden steekt en zich terecht zorgen maakt over zijn job.

En het zal als geen verrassing komen dat hij daarom meer begint te sparen. De spaarquote is ondertussen opgelopen van bijna niets naar een goede 4 procent. Als we echter weten dat de spaarquote historisch gezien, zelfs in de VS, rond de 8 procent zat, is het duidelijk dat we hier nog een stukje te gaan hebben. We zullen dus voor een tijdje niet of  alleszins toch minder moeten rekenen op Joe Six Pack om de wereldeconomie draaiende te houden.

Dus op het eerste zicht is de minder goede gang van zaken over de afgelopen dagen een rechtstreeks gevolg van de mindere cijfers. Maar dat is waarschijnlijk te simplistisch. Onze menselijke geest heeft de gewoonte om in twee dingen die quasi ter zelfde tijd gebeuren oorzaak en gevolg te zien.

In de “reële” wereld wil dat nog wel eens kloppen: een blikseminslag en de donder, een slag en een gebroken ruit en een kind dat beweert dat het niets heeft gedaan. Maar zodra er complexe sociale en psychologische processen aan te pas komen loopt de oorzaak-en-gevolg redenering spaak.

Als de beurs zakt is het niet zo moeilijk om daarbij een reden te verzinnen. En diezelfde reden kan evengoed gebruikt worden om een stijging te verklaren. Maar om een lang en saai verhaal kort te maken, ik ben er niet echt van overtuigd dat de “wait and see mode” die we de afgelopen dagen op de beurs zien een gevolg is van tegenvallende cijfers.

Perceptie

Als we al het cijfergeweld over de afgelopen maand bekijken dan moeten we eerst en vooral stellen dat wat we de afgelopen week hebben gezien niet meteen ver afwijkt van de afgelopen vier of vijf weken. Alleen de perceptie is anders.

Op het dieptepunt van begin maart was de angst groot en belangrijker, algemeen, dat de wereld zou vergaan en het beleggen in aandelen voor altijd zou kunnen worden afgeschreven. Met andere woorden, het sentiment, zoals we dat ook meten met onze sentimentsindicatoren, was onder het Siberische vriespunt beland.

Daarna kon het op korte termijn alleen maar beter gaan. Ieder economisch cijfer dat niet meer verder verslechterde of dat een beetje boven de extreem lage verwachtingen uitkwam, was een geschenk uit de hemel.

De spreekwoordelijke “wall of worry” was zo hoog geworden dat zelfs de meest zwartgallige pessimisten het niet konden nalaten hem te beklimmen. Als we echter eens met een meer neutrale bril naar de cijfers kijken, kunnen we er toch niet meteen vrolijk van worden.

Een ISM van rond de 40 ( een heel stuk beneden het breakeven niveau van 50) is toch niet om naar huis te schrijven. De opluchting was echter dat het een beetje boven het cijfer van afgelopen maand was en zelfs boven de verwachtingen.

Je hoort nu overal dat de tweede afgeleide positief is Met andere woorden het gaat een beetje minder slecht. Maar niets zegt dat je daarom van een beetje minder slecht naar goed of zeer goed zal gaan.

Probeer maar eens te Googelen op de zogenaamde “green shoots in the economy” en sta maar versteld van de hits. (366.000 hits and counting). De consensus is dus in sneltreinvaart gegaan van “de wereld vergaat” naar “hoor het is lente”.

Uit een aantal peilingen blijkt dat nu zowat 80 procent van de strategen, marktcommentatoren en beleggers uitgaan van een substantiële verbetering van de economie in de tweede helft van dit jaar om dan in 2010 op kruissnelheid te komen. Alles kan, maar dat wil ik toch nog zien.

Akkoord ,het systematische risico voor het systeem is verminderd ( maar zeker niet volledig weg) en de vergelijkingsbasis een stuk makkelijker. Maar de wereld voelt meteen een stuk veiliger om niet te zeggen aangenamer na een stijging van meer dan 30 procent.

Ik ben benieuwd hoe het zal voelen en wat de headlines zullen zijn als we weer 15 tot 20 procent lager duiken. Er is nog heel wat bevestiging nodig en een duidelijk verbeterende eerste afgeleide om te concluderen dat we de bodem van deze berenmarkt hebben gezien.

Uit het werk van Russell Napier (Anatomy of the Bear) blijkt trouwens ook dat na historisch sterke berenmarkten ( en zo mogen we wat we de afgelopen maanden hebben beleefd toch wel noemen) de bodem in de markt en de bodem in de reële economie samenvallen en de beurs geen 3 tot 6 maanden vooruitloopt op het economische herstel zoals algemeen wordt aangenomen.

Dus tot nader order gaan we er vanuit dat de verwachtingen voor een economisch herstel in de tweede jaarhelft te optimistisch zijn en dat bijgevolg ook de winstverwachtingen nog negatief zullen moeten worden bijgesteld.

Reptielen

De sterke beweging van de dieptepunten blijven we dan ook beschouwen als een rally in een berenmarkt. Het blijft raar. Toen we het een paar maanden geleden ( toegegeven een beetje te vroeg) hadden over de grote kans dat de “mother of all bear market rallies” er  zat aan te komen omwille van de extreem over-verkochte toestand van de markt werd dit aanzien als extreem optimistisch.

Vandaag wordt, na een stijging van meer dan 30 procent, voorzichtigheid afgedaan als ongehoord zwartgallig en negatief. Of hoe de perceptie van een nauwelijks veranderde realiteit onze reptielen hersenen kunnen bespelen als Piazzolla zijn Bandoneon.

Het einde van de stijging juist voorspellen is even moeilijk als het einde van de daling die er aan vooraf ging. Markten hebben nu eenmaal de neiging om verder in één richting te lopen dan de meeste mensen voor mogelijk houden. Momentum heet dat.

En er zijn mogelijk nog een aantal  fondsenbeheerders die onderwogen zijn en achter hun benchmark moeten aanhollen, alsook investeerders die capituleren en toch maar kopen. Maar ook aan dat hollen komt eens een einde.

Philippe Gijsels
, senior structured product strategist Fortis Bank

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud