Advertentie
korte metten

Eigen vermogen

Umicore gaat na de derde winstdaling op rij met de grove borstel door onvoldoende renderende afdelingen ©BELGA

Of het nu Fagron, Cofinimmo of Umicore is: als belegger hou je best minstens een half oog op het eigen vermogen, de collectieve spaarpot van de aandeelhouders.

EBITDA. We vallen in herhaling, maar naast een taalkundige gruwel is die 'winst vóór alle kosten' een gevaarlijk concept om je als belegger op blind te staren. Dat heeft Barco vorig jaar afdoende bewezen, denken we. Fagron , specialist in magistrale bereidingen voor apothekers, focuste in zijn persbericht over boekjaar 2014 op de recurrente bedrijfswinst vóór rentelasten (I), belastingen (T), afschrijvingen (D) en afboekingen (A) van 118 miljoen euro.

Om het onderste lijntje van de resultatenrekening - de groepswinst - terug te vinden, moet de belegger in de geconsolideerde resultatenrekening op pagina 11 grasduinen: 16 miljoen euro of 53 cent per aandeel.

Wat dus betekent dat Fagron bij een beurskoers van 37 euro tegen 70 keer de nettowinst over 2014 noteert.

Nog frappanter is de kloof tussen de REBITDA en het eigen vermogen, het 'spaarpotje van de aandeelhouders'. Die is over boekjaar 2014 met zegge en schrijve 1,8 miljoen euro aangedikt. Dat is natuurlijk een logisch gevolg van het feit dat Fagron zijn indrukwekkende groei vooral met - dankzij Mario Draghi goedkope - schulden financiert, maar stemt toch tot nadenken. Zeker nu het bedrijf met een schuldenlast van 447 miljoen euro op zijn limieten begint te stoten.

Het goedkoopgeldbeleid van de Europese Centrale Bank laat nog op een andere manier zijn sporen na bij de jaarresultaten deze ochtend. Cofinimmo haalde over boekjaar 2014 een netto courant resultaat van 6,70 euro per aandeel, maar het nettoresultaat per aandeel dook 2,93 euro per aandeel in het rood.

Dat laatste klinkt verontrustend, maar is het eigenlijk niet. Het verlies is te wijten aan het feit dat de IFRS-boekhoudnormen vastgoedgroepen die verstandig genoeg zijn hun renterisico in te dekken met derivaten, verplichten die derivaten aan de 'marktwaarde' te toetsen. En als de rente daalt - wat an sich operationeel een goede zaak is - daalt ook de marktwaarde van die indekking tegen een rentestijging en moet er dus een 'minwaarde' in de boeken genomen worden.

Dat was bij Cofinimmo het geval. Temeer daar de grootste beursgenoteerde vastgoedgroep van het land extra kosten moest uittrekken om onder een eerdere dure rente-indekking uit te raken. Een indekking die niet meer nodig was, aangezien Mario D uit F van plan is de rente nog jaren laag te houden.

Stratosfeer

Sinds Draghi met zijn belofte gekomen is, zijn beleggers overigens steeds desperater op zoek naar alles wat nog een beetje rendeert. Dat zie je ook aan de beurskoers van Cofinimmo, die sinds Frankfurt de bazooka bovenhaalde net als alle vastgoedgroepen een stratosferische klim kende. Logisch: iedereen kijkt naar het dividendrendement. Dat is bij de huidige beurskoers rond 110 euro bruto 5 procent, 7 keer meer dan je met tienjarig Belgisch staatspapier kunt verdienen.

Maar intussen lezen we wel in het persbericht van Cofinimmo dat de billijke waarde van de onderliggende portefeuille op 85,80 euro geschat wordt. Met andere woorden: in hun rendementshonger zijn beleggers bereid 128 euro te betalen voor elke 100 euro onderliggende 'bakstenen'. In vergelijking met andere vastgoedgroepen is die premie bij Cofinimmo overigens nog 'redelijk' te noemen.

Umicore noteert zelfs tegen meer dan twee keer het eigen vermogen van 15,8 euro per aandeel. Dat is vooral omdat beleggers het 'Breaking Bad van Euronext Brussel' met de beloftevolle recyclage- en katalysatorentak een gouden toekomst toedichten. Maar het heden laat niettemin al een tijd te wensen over: met 274 miljoen euro noteert de bedrijfswinst na de derde opeenvolgende daling nu een derde onder de piek van 416 miljoen in 2011.

En dus gaat de materiaaltechnologiegroep zichzelf een zoveelste keer heruitvinden door afdelingen op de schop te nemen. Na de afsplitsing van Cumerio en Nyrstar zet de groep nu ook een belangrijk deel van de afdeling Performance Materials in de etalage. De afdeling doet al jaren haar naam geen eer aan en tekende ook in 2014 - ondanks verbeterde resultaten - met 24 procent van het ingezette kapitaal slechts voor 19 procent van de bedrijfswinst:

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud