Advertentie

Houden Fisher & Plosser zich koest?

Beleggers lopen zich al warm voor de bijeenkomst van het openmarktcomité van de Federal Reserve, morgen. Het is niet omdat de centrale bankiers na hun vuurwerk op 3 november - toen ze besloten 600 miljard dollar extra in de economie te pompen - grotendeels op de automatische piloot zitten, dat het geen boeiende bijeenkomst belooft te worden.

Vooreerst is het voor 'Fed-watchers' telkens weer een festijn om de korte begeleidende mededeling uit te vlooien. Om in te schatten in welke mate de centrale bankiers de recente heropleving van de economie - vandaag kwam het IMF nog met een erg optimistische update over de VS - erkennen.

De meeste economen denken dat ze zich wel zullen hoeden voor té groot optimisme, omdat ze dan meteen het signaal zouden geven dat de geplande extra 600 miljard stimulus tegen midden 2011 misschien niet helemaal uitgevoerd zou worden.

Ten tweede is het ook uitkijken naar het stemgedrag van het 11-koppige openmarktcomité (één van de 12 zitjes is nog altijd vacant) dat het monetair beleid uitstippelt. Van de normaal gezien 12 leden (7 bestuurders in Washington, de New York Fed-chef en vier regionale Fed-voorzitters) zijn er jaarlijks vier nieuwkomers.

De 'seriële eenzame tegenstemmer' van 2010 - Kansas Fed-topman Thomas Hoenig heeft in 2011 geen stemrecht meer. Maar in de plaats van die notoir strenge centrale bankier komen twee nieuwe 'haviken': Charles Plosser en Richard Fisher, voorzitters van respectievelijk de Philly en de Dallas Fed.

Plosser was voor hij bij de Fed aan de slag ging zelfs voorzitter van het 'schaduwopenmarktcomité', een vereniging economen die in essentie alle Amerikaanse centrale bankiers sinds de jaren 70 als een bende watjes beschouwt.

Toch is de kans reëel dat Plosser en Fisher zich eerst nog wat koest zullen houden. 'De twee willen wellicht het jaar starten zonder permahaviken te lijken, en zullen mogelijk bij de eerste bijeenkomsten in lijn met Bernanke stemmen voor hun ware aard bovenkomt', stelt ING-econoom Rob Carnell.

Carnell stipt wel aan dat de twee geen 'chagrijnverhogers' zijn, die uit pure baldadigheid voor een strakker beleid pleiten. 'Recente toespraken gaven aan dat beide straffe economen zijn en bijna 'Europees' in de zin dat ze het monetaire beleid gewoon een zwak of zelfs 'verkeerd' middel vinden om de economische problemen - met uitzondering van het prijspeil - aan te pakken.'

Carnell denkt dus niet dat beide al zullen tegenstemmen, al kan één van hen zich wel met een tegenstem tot het 'uithangbord' van de tegenstanders uitroepen. Eén tegenstem in het openmarktcomité is vrij courant, twee is uitzonderlijk. 'Mocht dat laatste het geval zijn zou dat een teken zijn van grotere onvrede dan tot nog toe aangenomen en kunnen obligaties wel eens klappen krijgen', besluit de ING-econoom.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde service

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud