How wrong can you be?

Het wil maar geen komkommertijd worden, dixit Rik Dhoest in zijn meest recente bijdrage. En we zullen het geweten hebben. We hebben er net de langste Nasdaq-winstreeks opzitten sinds het begin van de jaren '90 (1992 als ik me niet vergis). En dat was niet volgens plan, to say the least.

Na bijzonder voorzichtig (zeg maar gerust negatief) geworden te zijn op de markt in januari 2008 en eind vorig jaar/ begin dit jaar te zijn beginnen inzetten op een sterke berenmarktrally (die we, omwille van de, toenmalige, extreem oververkochte staat van de markt, zelfs de moeder van alle berenmarktrallies hebben genoemd) staat diezelfde stelling nu onder druk.

Werkhypothese in gevaar

Want om kunnen te spreken van een rally in een berenmarkt moeten de indexen terug naar beneden. Ik ging uit van een zachtjes wegglijden over de zomer periode gevolgd door een versnelling naar de traditioneel moeilijke maanden september en oktober toe, om daar eventueel een bodem te vinden en misschien zelfs aan een nieuwe stierenmarkt, een kleintje dan toch, te beginnen. Maar in plaats van zachtjes weg te zakken, schieten we dus al een paar weken keihard omhoog. Met andere woorden, mijn werkhypothese is in gevaar. Tijd om terug naar de tekentafel te trekken en zien of we ons wereldbeeld moeten bijstellen.

Als je er de commentaren op internet en broker-rapporten op naleest zie je dat de beter dan verwachte cijfers die bedrijven dit kwartaal tot nu toe kunnen voorleggen als hoofdoorzaak worden gezien voor de betere gang van zaken in beursland. En aan de oppervlakte is dat ook zo. Momenteel doen zowat 77% van de bedrijven het beter dan de consensus verwachtingen. Historisch gezien is dat een goede 60%. We kunnen dus op het eerste zicht gerust stellen dat in het algemeen bedrijven met brio over de lage hordes springen.

Voor de start van het resultatenseizoen ging de consensus er van uit dat de resultaten jaar op jaar met zo een 35% zouden zakken. Het ziet er nu naar uit dat we er met "maar" 32% vanaf gaan komen. Of dat reden is om een feestje te bouwen laat ik in het midden.

Omzet

Wel wil ik de aandacht vestigen op de omzetontwikkeling. Want zelfs voor bedrijven die met schijnbaar gemak de winstverwachtingen verslaan, zoals bijvoorbeeld IBM, blijkt dit allesbehalve rooskleuring.

Tot nu toe kijken we voor de S&P500-bedrijven die al gerapporteerd hebben tegen een jaar-op-jaar omzetdaling aan van zo een 10%. Daar moeten we nog aan toevoegen dan nogal wat constructiebedrijven en retailers de revue moeten passeren. Dus het finale cijfer zal nog wel wat lager liggen. Aan de ene kant kunnen we dit verhaal als gedeeltelijk positief bekijken. Corporate America en in iets mindere mate corporate Europe zijn aan het kostenbesparen geslagen en kunnen zelfs met een lagere omzet nog een redelijke winst voorleggen.

En, gaat de redenering dan verder, als de omzet dan later dit jaar toeneemt zitten de winsten weer in de lift en kunnen de aandelenmarkten alleen maar verder stijgen. Daar wordt dan nog vaak het tweede afgeleide verhaal aan toegevoegd. Een 10% daling is zeker niet goed maar in het vierde kwartaal van 2008 ging de omzet van de grootste Amerikaanse bedrijven nog met 14% omlaag en in het eerste kwartaal van dit jaar was dit nog 16%. Je ziet, we gaan de goede richting uit en het is alleen maar wachten op positieve cijfers.

Of niet? Want zo komen we, of we het nu willen of niet, terug uit bij de economie. Logischerwijze zien we hier hetzelfde beeld. De cijfers verbeteren maar zijn verre van spectaculair. Maar ook hier wordt de redenering gemaakt dat we in de goede richting bewegen en dat het allemaal wel in orde zal komen. De cijfers stabiliseren inderdaad. Maar er is nog een groot verschil tussen niet langer meer verslechteren en daadwerkelijk verbeteren. En of we het nu leuk vinden of niet, een economisch draaipunt de naam waardig zal toch moeten ondersteund worden door de (Amerikaanse) consument, gehavend, neergesabeld maar toch nog altijd goed voor meer dan 70 procent van het bbp.

En als we hier wat dieper graven vinden we geen goud maar alleen maar zand.

Zorgelijke consument

Uit alle surveys, en de laatste cijfers vallen trouwens ook weer tegen, blijkt dat Joe sixpack, en met hem zijn tegenhanger op het oude continent, zich meer dan ooit zorgen maakt over zijn job. En terecht. De officiële werkloosheid gaat in het land van Uncle Sam langzaam maar zeker richting 10%. Maar daar zijn de 7% van de beroepsbevolking die een full time job zou willen hebben maar zich voorlopig tevreden moet stellen met een part time job nog niet bijgeteld.

Als je dan ook weet dat het gemiddelde aantal uren dat er gewerkt wordt op een historisch dieptepunt staat (rond de 33 uur), dan kan ik moeilijk aannemen dat er de komende maanden en kwartalen veel van die consument zal moeten worden verwacht. Of met andere woorden, dat de hoop op een sterk herstel in de finale vraag wel eens ijdele hoop zou kunnen blijken te zijn. En dan wil ik het nog niet hebben over de verouderende  bevolking, meer regulering en mogelijke zware belastingsverhogingen om de geslagen begrotingsgaten te dichten en nog meer van dat onleuks.

Wanneer de economie toch een beetje aantrekt zullen de werkgevers eerst het aantal gewerkte uren per week opdrijven en daarna de part time jobs terug naar een volle uurrooster brengen. En pas dan, zal er een beetje beterschap komen in de werkloosheidscijfers. In de vorige cyclus werd de recessie in de Verenigde Staten officieel dood en begraven verklaard in november van 2001. Toch bereikte de werkloosheidsgraad pas zijn piek in juni van 2003. Er is niets dat ons zou laten vermoeden dat die lag deze keer korter zou zijn, integendeel. Vorige week vrijdag werd het minimumloon in de VS opgetrokken van USD 6.55 per uur naar USD 7.25 per uur. Dit is zeker goed nieuws voor de werknemers die meer geld naar huis zullen meenemen. Op korte termijn betekent het ook dat als de werkgevers hun totale loonkost niet willen laten stijgen er onvermijdelijk nog ontslagen zullen volgen.

Dus kort samengevat: op fundamenteel vlak zie ik geen reden om het geweer van schouder te veranderen en ronduit positief te worden op de aandelenmarkten. Ook al om de waarderingen niet meteen extreem aantrekkelijk te noemen zijn. Als we uitgaan van een winst voor de S&P500 voor dit jaar van USD 55 dan komen we vlotjes aan een koerswinstverhouding van 18. En als we nog wat verder borduren aan de rally dan is 20 niet ver af.

Technische analyse

Maar dan is er natuurlijk nog de markt. En die heeft altijd gelijk. Stephan Debruyne van Petercam laat in één van zijn recente publicaties terecht een mooie technische uitbraak zien. En heel wat technisch geschoolde marktcommentatoren volgen zijn voorbeeld. En zelfs een iets mindere specialist kan er moeilijk naast kijken.

Als we naar de grafiek van de AEX (zie grafiek) kijken, however any old index will do, dan hebben we nu een hogere bodem en een hogere top neergezet, nog steeds een definitie van een uptrend. We hebben de neerwaartse trendlijn van de afgelopen weken uitgenomen, waar je die ook wil tekenen, liefst door minstens 3 punten. We hebben met wat goede wil een "Golden Cross", de index noteert netjes boven een aantal belangrijke gemiddelden die dan ook nog eens mooi stijgen. Zelfs het lange termijn 200 daagse gemiddelde begint op te draaien.

Daar komt nog eens bij dat slecht nieuws wordt genegeerd en goed nieuws wordt uitvergroot, toch ook een kenmerk van een markt die met alle geweld hoger wil. Bovendien is er sectorrotatie. Als een sector of groep eens een mindere dag heeft, zijn er andere die het overnemen om de index toch verder de hoogte in te jagen. Dus er is op technisch vlak niet veel op af te dingen. Ik zou het kunnen hebben over de lage volumes. Maar dat is flauw. Het  enige negatieve punt dat ik kan vinden op technisch/ emonitioneel vlak is dat er duidelijk heel wat speculatie in de markt is geslopen.

Volgens een studie in Barron's outperformen de 50 kleinste aandelen de 50 grootste met 7.5% sinds de bodem van 10 juli. De 50 meest geshorte aandelen outperformen de 50 minst geshorte over diezelfde periode met 8,8%. Dus een deel van deze rally werd zeker gedragen door short covering. Nog interessanter is dat de 50 aandelen met de laagste annalist rating die met de hoogste rating met 3,8% outperformden. De markt is dus meer op zoek naar momentum (lees quick gains) dan naar lange termijn investeringen. Dat betekent ook dat het, als de zaak draait, ook snel kan gaan. En als ik heel hard nadenk om een technisch negatief punt te vinden… Als we van op dit punt snel naar beneden zouden vallen en het dieptepunt rond 10 juli zouden uitnemen dan staat er ook een kanjer van een negatieve divergentie. Of anders gezegd, een hogere top op de grafiek die niet geconfirmeerd wordt door de MACD (een lagere top). Maar daar zijn we natuurlijk nog een heel stuk van verwijderd….

Fundamentals

Op de keper beschouwd beletten de zwakke fundamentals mij om positief te worden. Aan de andere kant heb ik respect voor het duidelijk verbeterde technische beeld en wil ik ook niet onder de hoeven of op de horens van de op hol geslagen stieren van Pamplona terecht komen. Het is dus een ideaal moment om wat afstand te nemen, op verlof te gaan en de zaak terug te evalueren begin september. Tegen dan kunnen we zien of de technische uptrend zich heeft weten te handhaven, of dat we misschien toch de zo gevreesde negatieve divergentie op ons hebben zien afkomen. Tegen dan zouden we toch ook stilletjes aan meer duidelijkheid moeten krijgen of de economie nu daadwerkelijk fors verbetert of niet. Ik zou toch, onafgezien men een aanhanger van het berenleger of het stierenvolk is, een zeer gedisciplineerde stop loss strategie volgen. Met andere woorden, verliezen in wat richting dan ook niet te ver laten lopen. Nog een fijne en hopelijk rustige vakantie gewenst.

Philippe Gijsels, structured product strategist BNP Paribas Fortis

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud