Advertentie

INET2011: Woede en afkeer

 Drie dagen van New Economic Thinking gaat niet in de koude kleren zitten. Organisator Rob Johnson heeft het programma hier in Bretton Woods danig volgestouwd. Zo was er zondag om 7 uur een ontbijtsessie over ‘complexity economics’. Op een dergelijk uur zijn ‘bacon, fries and eggs’ gemakkelijker verteerbaar dan de economische kost.

Na drie dagen ogen de deelnemers vermoeider, maar worden de contacten ook losser. En dan wordt des te duidelijker dat er economen zijn van alle pluimage. Er zijn de vakidioten, soms ook wel autisten genoemd. En er zijn zij die hun discipline overstijgen:  dat zijn de interessantste contacten en is ook het opzet van INET.

 ‘Laat 1.000 economische theorieën bloeien’, herhaalde een bevlogen Lord Adair Turner dit jaar. Zo sprak ik hier met economen die zich verdiepen in de biologie, letterkunde, fysica en zelfs psychoanalyse. Die ‘crossovers’ moeten resulteren in een nieuwe economische wetenschap.

De speech van Lord Turner, de topman van de Britse financiële waakhond FSA, was ook dit jaar het hoogtepunt. Turner is meer nog dan een econoom een ‘uomo universalis’. Sommigen noemen hem een moderne John Maynard Keynes. Zover wil ik niet gaan, maar de Brit heeft visie, getuige zijn toespraak die zowat het hele economische spectrum omvatte.

Fundamentalisme

Een klasse economen die niet vertegenwoordigd is in Bretton Woods, is de Chicago-school of de neoklassieke stroming. En dat heeft een reden. Het hier aanwezige economenheir kan gezien worden als links. Met Nobelprijswinnaar Joe Stiglitz als meest radicale, en Kenneth Rogoff als meest conservatieve binnen het spectrum.

Maar als er één iets is dat iedereen hier gemeen heeft, dan is het een viscerale, soms zelfs fysieke, afkeer van ‘vrijemarktfundamentalisten’ zoals Eugene Fama die de economische wetenschap jaren gekaapt hebben, en verantwoordelijk worden geacht voor de voorbije crisis.

Op mijn vraag waarom die strekking hier niet vertegenwoordigd is, antwoordde een Italiaanse econoom: ‘We willen ze hier niet. Dit is ons verhaal.’ Organisator Rob Johnson vertelde me dat hij wel een aantal Chicago-economen had uitgenodigd, maar dat ze verhinderd waren. ‘Eugene Fama is trouwens een goede vriend van me, die me veel geholpen heeft. Maar hij reist niet graag.’ Durven ze niet, of willen ze niet?

Net zoals er nog steeds veel woede gericht is naar de vrijemarktfundamentalisten, zijn ook de financiële instellingen  kop van jut. Vaak heb ik hier gehoord: ‘Waarom kunnen we grote banken niet laten failliet gaan. Daar zou een systeem voor moeten bestaan.’

De meest militante is de Amerikaanse econoom James Galbraith, zoon van topeconoom John Kenneth Galbraith. Galbraith junior legt zich vooral toe op inkomensongelijkheid. Net als vorig jaar in Cambridge, kon hij zich tijdens de sessie over grote complexe financiële instellingen niet bedwingen. ‘Ik hoor hier veel over kapitaalvereisten. Maar ik hoor niets over fraude. En dat is wat gebeurd is: pure boekhoudkundige fraude.’

Die sessie was trouwens een van de meest interessante. Als toegift de tussenkomst van de econoom Simon Johnson van MIT (bekend van de blog baselinescenario) over grote, financiële instellingen. Stof om over na te denken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud