Inkomensongelijkheid blijft toenemen in VS

Uit een onderzoeksrapport van het Amerikaanse Census Bureau blijkt dat de inkomensongelijkheid het voorbije jaar nog  is toegenomen in de Verenigde Staten. In 2006 incasseerden 20 procent van de huishoudens maar liefst 50,5 procent van alle inkomens (voor belastingen), ten opzichte van 50,4 procent in 2005. Dit is het hoogste percentage sinds deze cijfergegevens worden bijgehouden (1967).

Enkele interessante trends tekenen zich af. Zo konden zij die zich aan de top en bodem van de inkomensschaal bevonden, zich meer opwerken dan zij die zich in het midden bevonden. De topinkomens stegen met 1,5 procent en de laagste inkomens wonnen 2,9 procent. Huishoudens die zich op de mediaan bevonden stegen met 0,7 procent.

Dat de topinkomens nog groeien is niet zo verbazingwekkend. Dat ook de laagste inkomens toenemen, is dat des te meer. Een mogelijke verklaring ligt erin dat de werkloosheidsgraad vorig jaar aanzienlijk afnam. In die mate zelfs dat werknemers die zich onder aan de loonschaal bevonden, meer onderhandelingsmacht verkregen.

De grote middenklasse zag haar inkomen dus het minst groeien. Reden daarvoor is de afname van goedbetaalde ‘blue-collar’ jobs zoals deze in de automobielindustrie, de uitbesteding van het werk dat hoger opgeleide werknemers op zich namen en de veranderde eisen die werkgevers stellen aan hun werknemers.

De ‘Gini coëfficiënt’, een statistische maatstaf van ongelijkheid, steeg het voorbij jaar van 0,469 in 2005 naar 0,47 in 2006. Als de Gini coëfficiënt 0 is, wijst dit op volledige inkomensgelijkheid, als deze 1 is, verdient 1 familie alles.

De data die gebruikt werden voor dit onderzoek houden geen rekening met de impact van herverdelingsmaatregelen door de overheid, inkomsten uit kapitaal of de grootte van een huishouden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud