Advertentie

Krugman looft De Grauwe voor werk over fragiele euro

Ronkende namen als Paul Krugman (Nobelprijswinnaar economie) en Martin Wolf (hoofdeconoom Financial Times) dichten de Belgische topacademicus Paul De Grauwe (foto door Wim Kempenaers) lof toe voor zijn analyse over de nadelen van lidmaatschap van de eurozone. In essentie komt het er op neer dat de euro die landen budgettair kwetsbaar maakt. Dat komt doordat ze met het monetair beleid een deel van hun soevereiniteit hebben opgegeven.

'Ze verliezen daarbij meer dan een economisch beleidsinstrument zoals een rentetarief of een wisselkoers', schrijft de KULeuven-professor. 'Ze verliezen ook de mogelijkheid om schuld uit te geven in een munt waarover ze volledige controle hebben.'

Daardoor kan zo'n land bankroet gaan als de beleggers het vertrouwen verliezen in staatspapier van een land dat wel nog een eigen munt heeft. De redenering gaat als volgt. Stel dat beleggers het vertrouwen verliezen in staatspapier van een land dat wel nog een eigen munt heeft. In dat geval kunnen ze weigeren in te tekenen op nieuwe schulduitgiftes en de obligaties die ze al hebben ten gelde maken.

Vervolgens trekken ze met hun ponden naar de wisselmarkt en stappen in een munt waar ze wel een gerust gemoed bij hebben. Door die geldstromen verliest die munt aan waarde. Dat stimuleert de concurrentiepositie en export, en zo ook het vertrouwen dat de overheid middelen verwerft (bijvoorbeeld door hogere belastingsinkomsten).

In het uiterste geval kan de centrale bank geld bijdrukken om de nationale schuldtitels op te kopen. Dat leidt op termijn misschien wel tot hoge inflatie, maar vermijdt een wanbetaling.

Het ontbreken van een eigen, nationale munt is net de reden waarom bijvoorbeeld Spanje een hogere rente moet betalen op zijn overheidsschuld dan het Verenigd Koninkrijk, terwijl die laatste meer schulden heeft. Spanje heeft geen eigen munt meer, waardoor er ook geen wisselkoersmechanisme meer speelt. Er zijn geen peseta's meer, enkel euro's, waardoor beleggers die hun neus ophalen voor Spaans schuldpapier zonder enig probleem naar andere eurolanden kunnen uitwijken. Dat stuwt het vereiste rentetarief voor verse emissies van Madrid op. De markt voor overheidspapier wordt evenwel steeds minder liquide. Dit heeft ook ingrijpende gevolgen voor de banksector die traditioneel veel overheidspapier aanhoudt.

De grote uitdaging voor landen als Griekenland, Ierland en Portugal - De Grauwe vergelijkt ze op dat stadium met ontwikkelingslanden - is om terug competitiever te worden. Maar binnen een muntunie is dat een zeer lastig en traag proces, waardoor de schuldenberg blijft aangroeien.

Volgens De Grauwe is de eurozone slecht voorbereid om dit soort problemen aan te pakken. ‘De nadruk ligt nog steeds te veel op het straffen van landen met budgettaire problemen door hoge rentes aan te rekenen op de noodhulp en strenge saneringsplannen op te leggen. Dat helpt niet om de begrotingen terug in evenwicht te krijgen.’

Hij spreekt zich ook uit tegen de collectieve juridische procedure zoals die is opgenomen in ESM, het permanente noodfonds dat in 2013 in werking treedt. ‘Dit zal de nervositeit op de financiële markten enkel aanwakkeren. Bij elke recessie zullen obligatiehouders, vrezend voor een inlevering, uit het overheidspapier vluchten, en daardoor de kans op een nieuwe crisis vergroten.’

Als oplossing schuift de monetaire expert een collectieve obligatie-emissie naar voor, de beruchte ‘common bond’. Dat komt neer op een gemeenschappelijke uitgave van schuldpapier door de eurolanden;

‘Dat is een collectieve bescherming tegen de grillen van euforie en angst die regelmatig woeden op de financiële markten’, aldus De Grauwe. Het is overigens zeker niet voor het eerst dat de professor zich kritisch uitlaat over de plannen waarmee Europa op de proppen komt.

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud