Advertentie

Mr Market: Alternexit

Het bericht zat verscholen in het persbericht van Softimat, de tot cash, vastgoed en het boekhoudpakket Popsy teruggebrachte voormalige IT-dienstengroep Systemat. ‘De raad van bestuur zal de mogelijkheid onderzoeken om de notering over te dragen naar een niet-gereglementeerde markt (Alternext van Euronext Brussel).’

Het wordt stilaan een rush richting exit. Beursgenoteerde bedrijven opteren ervoor vrijwillig een klasse lager te spelen. Ze verlaten de hoofdmarkt Euronext en stappen over naar het minder gereglementeerde segment Alternext. Dat biedt bedrijven een beursnotering ‘lite’, geheel in lijn met de lite-rage die een mens in de schappen van elke supermarkt aantreft.

Vorige maand kondigde ook de Landense aluminiumverwerker United Anodisers - vroeger Coil - aan Euronext te ruilen voor Alternext. De Haachtse Primus-brouwer Co.Br.Ha. en de papiergroep Catala maakten de overstap al.

‘Tweede klasse’ is mild uitgedrukt voor Alternext. Woensdag was er maar in twee van de tien aandelen op het marktsegment handel: 1.663 stuks Vision IT en 1 (!) stuk Polygone. Van de 39 keer dat Polygone dit jaar verhandeld werd, wisselde 37 keer dat ene stukje van eigenaar. 16 februari en 4 maart waren topdagen met 10 stuks.

Alternext lijkt meer en meer een achterdeur waarlangs bedrijven Euronext vaarwel zeggen. Dat contrasteert met de lancering van het marktsegment vijf jaar geleden. ‘België is als kmo-land een ideaal jachtterrein voor Alternext’, zei de toenmalige beursvoorzitter Olivier Lefebvre. De bedoeling was familiebedrijven die tegen de rompslomp van een ‘volwaardige’ beursnotering opkeken, via Alternext naar de beurs te lokken. Later konden ze doorgroeien naar Euronext. Je kan niet zeggen dat die familiebedrijven sindsdien de deur van het beurspaleis hebben platgelopen.

Alternext is een mengvorm van Euronext en de Vrije Markt, het rommelsegment van de beurs waar bedrijven geen enkele verplichting hebben. Op Alternext moeten bedrijven de belegger wél op de hoogte houden, alleen hoeft het niet zo strak. Zo mogen bedrijven bij het opstellen van hun resultaten de Belgische boekhoudnormen toepassen. De boekhouders moeten zich dus niet vermoeien met het doorploegen van het onontwarbare kluwen dat de internationale IFRS-boekhoudstandaarden stilaan zijn.

Op zich geen slechte zaak. De belegger is niet noodzakelijk minder geïnformeerd met de Belgische boekhoudnormen dan met IFRS. Toen ik mij bijvoorbeeld wou verdiepen in het kluwen rond de converteerbare MCS-obligaties van Ageas, kreeg ik prompt heimwee naar het eenvoudige ‘Belgische’ voorzichtigheidsprincipe. Waar je gewoon een provisie neemt voor de potentiële uitgaven, zonder compenserende tegenclaims. Onder de Belgische normen wist je dat een bedrijf conservatief gewaardeerd was. Die zekerheid heb je niet meer onder IFRS.

Maar IFRS lijkt voor bedrijven niet de hoofdreden om voor een ‘Alternexit’ te kiezen. Het gaat ten slotte stuk voor stuk om bedrijven die zich jaren de moeite getroost hebben om IFRS onder de knie te krijgen. Waarom dan, zoals Co.Br.Ha., nog eens moeite doen om weer naar de Belgische normen over te schakelen?

Het persbericht van United Anodisers is verhelderend. Daarin meldt het bedrijf opgelucht dat het op Alternext maar heel sporadisch wijzigingen in het aandeelhouderschap moet melden, niet meer om de drie maanden een korte update moet verschaffen en de halfjaarcijfers voor

United Anodisers is dus blij dat het beleggers voortaan pas op 31 oktober de toestand op 30 juni moet melden. En dat voor een bedrijf dat zichzelf als een kmo omschrijft, dus zonder een kluwen van buitenlandse dochters en verschillende bedrijfstakken. Zoals de bekende Britse Top Gear-huisfilosoof Jeremy Clarkson zegt: ‘How hard can it be?’

Kurt Vansteeland

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud