Advertentie

Mr Market: Cash is pauper

De berg cash is weg. Solvay opteerde voor Rhodia. (Rhodia komt tussen haakjes van Rhodanus, de Latijnse naam voor de Rhône die door de Lyonese bakermat van de Franse chemiegroep vloeit.) Ik heb er lang niet aan getwijfeld dat het Solvay-management de cash uit de verkoop van de farmatak wijs zou spenderen. 148 jaar industriële trots, daar doe je niet n’importe quoi mee. Te meer daar - zo wil het cliché - de dividendenstroom vanuit Elsene heel wat Waals-Brabantse kasteeldomeinen moet onderhouden.

En ik gun Solvay - dat met pakweg Duphar in 1980, Ausimont in 2002 of Fournier in 2005 bewees een neus te hebben voor weloverwogen deals - nog altijd het voordeel van de twijfel. Al moet ik eerlijk toegeven dat de twijfel wel degelijk knaagt. Om het zacht uit te drukken lijkt Rhodia niet meteen de mooiste bruid.

En toch betaalt Solvay een stevige bruidsgift: 3,4 miljard euro of 31,50 euro per aandeel - een premie van 50 procent op de beurskoers - voor een bedrijf met een negatief eigen vermogen van 308 miljoen euro. Anders gesteld: het collectieve ‘spaarpotje’ van de aandeelhouders van Rhodia was meer dan leeg, zelfs 3 euro per aandeel in het rood. Je kan niet zeggen dat Solvay ‘x keer de boekwaarde’ betaalt, aangezien die boekwaarde negatief is.

Inclusief schulden betaalt Solvay 6,6 miljard euro en is de nettokaspositie van bijna 3 miljard omgetoverd in een bijna even grote schuldpositie. Uiteraard was de cashberg die amper 0,5 procent opbracht, verre van ideaal. In die mate dat zo goed als elke overname de winst per aandeel wel moest opkrikken. Maar of ze waarde zal creëren, is een ander paar mouwen.

Ik zal wel naïef zijn, maar ik snap de huidige dedain van de beurs- en bedrijfswereld voor cash niet. Een gezonde balans heet tegenwoordig ‘suboptimaal’. Natuurlijk snap ik waarom schulden op de balans laden zo aanlokkelijk is. Bij een bedrijf met vier keer meer schulden dan eigen vermogen kunnen de aandeelhouders bijna de integrale winst ‘capteren’, ook al nemen ze maar een vijfde van de financiering voor hun rekening. ‘Hefboom’, heet dat dan. Rentelasten? Een kniesoor die daar in een nulrenteklimaat op let.

Zijn we dan echt zo kortzichtig? Zo kort van memorie? Zo dwaas? Word wakker, zou ik willen roepen. Vijf jaar geleden laadden bedrijven ook vrolijk schulden op de balans. En we weten hoe dat afliep: met bankiers die in 2008 en 2009 met het mes op de keel herstructureringen eisten van bedrijven die onder de schuldenlast dreigden te bezwijken. Daarom durf ik volmondig zeggen (ook al zal mijn zeer gewaardeerde collega Wouter Vervenne het er grondig mee oneens zijn): bravo monsieur Trichet! Met de renteverhoging herinnert de voorzitter van de Europese Centrale Bank er iedereen nog eens aan dat geld niet tot in den treure gratis zal blijven.

Voor onze eigen gezinsfinanciën vinden we het de evidentie zelve dat we wat cash achter de hand houden. Om ons te wapenen tegen gebeurlijke tegenslagen. ‘Tegen da middernood zoe komm’n’, zoals mijn grootmoeder Elisa zaliger in haar sappigste West-Vlaams zei. Waarom zou dat bij een gezonde bedrijfsleiding anders zijn?

Als belegger kijk ik steevast naar bedrijven met een flink ‘aandeelhoudersspaarpotje’ of eigen vermogen als buffer tegen barre tijden. En het liefst flink wat cash. Bekijk gewoon even drie bedrijven die sinds hun beursgang doorgaans netto cash op de balans hebben: Colruyt, Van de Velde en EVS. Colruyt biedt - inclusief nettodividenden - de intekenaar van het eerste uur sinds 1977 een fenomenaal gemiddeld jaarlijks rendement van 18 procent, Van de Velde sinds 1997 15 procent en EVS sinds 1998 17,6 procent. Suboptimaal? Ik dacht het niet.

Kurt Vansteeland

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud