Advertentie

Mr Market: Het paard dat schopt

(Foto Reuters: de Mongoolse minister van Mijnen Dashdorj Zorigt op de opening van een steenkoolconferentie)

Vergeet Wall Street. Vergeet de Londense City. Denk niet meer aan China! Het meeste geld valt voor de beleggers tegenwoordig niet in de blitse financiële centra te rapen, maar in een verbouwde kindercinema in Ulaanbaatar. In die onbeduidende constructie huist de meest succesvolle beurs ter wereld, die van Mongolië.

Succesvol is misschien nog een understatement. Of wat dacht u van een rendement van 88 procent (in euro) sinds Nieuwjaar? Of van meer dan 450 procent sinds 1 januari 2010? Mongolië is hot. Zoveel is duidelijk. Grote beleggers verdringen zich om een graantje mee te pikken van de economische groei in het land. Waarom? Omdat er geen zuiverder tracker bestaat om als belegger in te spelen op de grondstoffenhonger van buurland China.

De Mongoolse sterindex, de MSE Top 20, is volgestouwd met grondstoffendelvers. Onder de Mongoolse steppe zitten ’s werelds grootste onaangeroerde steenkool-, koper- en goudreserves. In tijden van wereldwijde grondstoffenschaarste is dat zelfs zonder slokop China een troef.

Samen met de reusachtige infrastructuurprojecten van de technocraten in Ulaanbaatar - denk aan het spoornet dat de Mongoolse mijnen naadloos verbindt met de Chinese fabrieken - doet dat de grote jongens in het Westen watertanden. Eind januari sloot de London Stock Exchange (LSE) een ‘strategische alliantie’ met de beurs van Mongolië.

Neen, LSE wil geen yakfutures aanbieden. Wel hoopt LSE door aan de Mongolen technische expertise te leveren een graantje te kunnen meepikken van het jongste groeimirakel. Zelfs de nuchtere Nederlander Willem Buiter, de hoofdeconoom van Citigroup, loopt warm voor Mongolië. In een lijvig rapport (‘Moving beyond emerging markets and BRIC’) noemt hij het desolate land een van de meest beloftevolle economieën voor de komende decennia.

Als particuliere belegger kan u niet rechtstreeks in Mongolië beleggen. Maar met een ommetje via een westerse beurs lukt dat wel. Zo baat Rio Tinto een mijn uit in het land. In Frankfurt kan u aandelen van Mongolian Mining kopen, de uitbater van een steenkoolmijn op enkele honderden kilometers van de Chinese grens.

De vraag is of uw portefeuille per se een Mongools tintje moet hebben. Als we ons oor nu eens te luister legden bij Warren Buffett, een van de succesvolste beleggers ter wereld? In zijn brief aan de aandeelhouders, die vorig weekend op de website van zijn holding Berkshire Hathaway verscheen, heeft de superinvesteerder het geen enkele keer over China. Of over ‘emerging markets’.

Wel houdt Buffett een vurig pleidooi voor beleggen in de eigen achtertuin. ‘Net als in 1776, 1861, 1932 en 1941 liggen de beste dagen van de VS voor ons’, klinkt het resoluut. Een pleidooi dat hij later op de week nog wat extra kracht bijzette door de vloot van NetJets, de luxueuze vliegtuigleasemaatschappij uit de Berkshire-portefeuille, met 120 stuks uit te breiden. Om in te spelen op een groei van de zakenreizen in het Westen.

Buffett hanteert duidelijk nog altijd een van de belangrijkste beleggingsprincipes: beleg in wat u kent. Het orakel van Omaha trekt zich daarbij niets aan van modetrends. Laat staan dat hij zich de moeite getroost de hijgerige analistenrapporten over exotische oorden van de whizzkids in Londen en New York door te nemen. Verfrissend ouderwets, vinden wij dat.

En bovenal: Buffett heeft anders dan de beurs van Mongolië wél een trackrecord om op terug te vallen. U wilt nog altijd uw centen naar Ulaanbaatar versluizen? Denk dan eens goed na over dit oude Mongoolse spreekwoord: ‘Een ezel die mij draagt, is mij meer waard dan een paard dat mij schopt.’ Zeker dat Buffett het spreekwoord kent.

Peter De Groote

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud