Oliedebat: "Consument moet uitgavenpatroon aanpassen"

De olieprrijzen gaan vandaag opnieuw fors de hoogte in. De prijs voor een vat ruwe olie nadert stilaan de grens van 100 dollar. De waarnemers kijken naar geopolitieke spanningen (Iran, Irak, Nigeria...) en marktspelers stuwen de prijzen hoger terwijl analisten een te beperkte bevoorrading vrezen alsook een strenge winter.

Gaëtan van de Werve uit, secretaris-generaal van de Belgische petroleumfederatie, beantwoordde in een live-chatsessie de vragen van De Tijd-lezers over de huidige olieproblematiek. Hieronder leest u een verslag.

Anton, Jos: Wordt het niet dringend tijd om zwaar te investeren in andere brandstoffen?

GvdW: Momenteel wordt er zwaar geïnvesteerd om de kost van de alternatieven te drukken.Op die manier worden die alternatieven aantrekkelijker ten opzichte  van olieproducten. Zover zijn we nog niet. Een hogere olieprijs kan wel helpen om zo'n situatie dichterbij te brengen. Alle autoconstructeurs zijn bezig met zeer uitvoerige onderzoeksprogramma's. Toyota kijkt bijvoorbeeld naar de energie-efficiëntie van verbrandingsmotoren, hybride en volektrische wagens en onderzoekt ook de mogelijkheden van waterstof.
De kost blijft het probleem, bijvoorbeeld voor waterstof. Waterstof is geen energiebron, maar is een energiedrager. Waterstof zal alleen maar voordelig zijn als de manier van produceren ook duurzaam is. Waterstof zal de markt pas penetreren na 2050. En natuurlijk worden er ook waterstofbommen gemaakt.. Een bedrijf als Mercedes zegt momenteel dat het voor de verkeersveiligheid nog niet aangewezen is wagens op waterstof aan te bevelen. En in tijden van terrorisme moet met ook opletten met de distributie van het sterk ontvlambare waterstof.

Christian: Hoe komt het dat men de prijzen aan het benzinestation altijd zo snel kan veranderen als de prijs stijgt, doch als de prijs dan zakt in de oliesector enkele dagen of weken later, wordt de prijs nooit navenant naar beneden gecorrigeerd? Wat zit er daar achter??

GvwD: Enerzijds kan ik begrijpen dat de perceptie zo is. In 2007 waren er immers 20 verhogingen voor de maximumpirjs benzine en 10 verlagingen. De redenering klopt niet. In België is er een programma-overeenkomst die er in voorziet dat de maximumprijzen exact in dezelfde mate zullen stijgen als dat ze zullen dalen. Dat mechanisme werkt via twee paramaters: de noteringen van de afgewerkte producten op de internationale markten en dollar- eurokoers. Zodra een bepaalde grens wordt overschreden worden de maximumprijzen verhoogd, dan wel verlaagd. Het is een misvatting dat de petroleumsector de keuze heeft om de prijzen willekeurig aan te passen.

Seppe: In welke mate speelt speculatie een rol in de prijsbepaling?

GvdW: Olieprijs wordt eerst en vooral bepaald door evenwicht tussen vraag en aanbod op de wereldmarkt. Dat is momenteel de fundamentele aanleiding voor de huidige prijsstijgingen. Speculatie zal de prijzen ook een extra duw in de rug geven. Maar een groot deel van wat men speculatie noemt is te verklaren door pensioenfondsen en verzekeraars die grote sommen optimaal moet beleggen. Die beseffen dat de winstperspectieven beter zijn in de grondstoffenmarkt dan in de obligatie- en aandelenmarkt. Speculatie is niet de hoofdoorzaak van de stijging.

Het kartel van de olieproducerende landen heeft momenteel het heft in handen voor wat betreft de olieprijzen. Daarbuitten is er een hevige concurrentie op de markt. Dat zie je aan de verschillende prijzen aan de tankstations.

Als gevolg van de hoge prijzen beginnen we een vermindering van het motorverbruik te zien. Dat is vooral zo voor wat betreft benzine, omdat die zwaarder wordt belast dan benzine. Maar door de aanhoudende economische groei wordt er steeds meer diesel verbruikt.Op gebied  van stookolie daalt het verbruik duidelijk. De prijs speelt hier ontegensprekenlijk een rol, maar natuurlijk ook de recente zachte winters.

Tanguy, Erhard: Wat is de impact van de hoge olieprijzen op de voederprijzen, zoals bijvoorbeeld de prijs voor varkensvoeder? Welke rol speelt de groeiende populariteit van biobrandstoffen hierbij?

GvdW: Als de oogst van bv. bepaalde graansoorten wat tegenvalt, en de vraag naar voedsel stijgt, als gevolg van hogere economische groei en daarbij de markt van biobrandstof stijgt krijg je prijsstijgingen. Voor soja-olie wordt bijvoorbeeld een recordprijs gevraagd. Dat stuwt ook de prijs voor veevoeders omhoog, wat op termijn ook kan zorgen dat de prijs voor vlees kan stijgen.

Antoine: Bestaat er een link tussen de hoge olieprijzen en de val van de dollar?

GvdW: Er bestaan twee verbanden. Hoe meer de dollar daalt in verhouding met de andere munten, hoe meer de olieproducerende landen zullen vragen om hun koopkracht op peil te houden. De dalende dollar is dus een van de factoren die de prijs voor ruwe olie dit jaar de hoogte hebben ingejaagd. De terugval van de dollar heeft de gevolgen van de hogere olieprijzen wel gedeeltelijk beperkt voor de afnemende landen die zaken doen in euro. Maar door het dollareffect verkleint enkel de impact  van de stijging van de olieprijzen,  het is niet zo dat de stijging er helemaal teniet door wordt gedaan. De Amerikaanse consument lijdt wel zwaarder onder de oliehausse dan de Europese. Nochtans betaalt die slechts 60 eurocent voor een liter benzine, terwijl wij er 1,4 euro voor moeten betalen.

F. Mathieu: Een vat ruwe olie kost ongeveer 95 dollar. Een vat bevat 160 liter. Per liter is olie dus zo'n 0,59375 dollar waard. Als ik naar de supermarkt ga kost een fles Evian 0,55 euro, omgerekend dus 0,83 dollar. Water kost dus meer dan olie. Zijn de klachten over de hoge olieprijzen dan onterecht?

GvdW: Je moet beseffen dat onze wagens niet op ruwe olie rijden. Die ruwe aardolie moet nog vervoerd worden, geraffineerd, en verdeeld onder de verbruikers. In de prijs die genoemd wordt zitten ook nog geen belastingen verrekend. Zonder belastingen kost een liter diesel 69 eurocent. Een liter benzine is 58 eurocent waard. Eerste paradox is dus dat benzine zwaarder wordt belast. Wat je aan de pomp meer betaalt zijn dus de belastingen.In de maximumprijs voor benzine zit een tax van 60 procent verwerkt, voor diesel is dat daarentegen 44 procent. Als gevolg van die belasting betaal je als consument dus twee keer meer voor een liter benzine dan voor een liter water.


GvdW: Ondanks de stijgende olieprijzen dalen de winsten van de petroleummaatschappijen. Dat komt omdat die ondernemingen hun werkingskosten sterker zagen stijgen dan de prijzen. Momenteel stijgen alle grondstofprijzen. Zo ook bijvoorbeeld de metaalprijzen, waarvoor de exploratiekosten fors de hoogte ingaan.
Voor de consument is het duidelijk dat die zijn uitgavenpatroon zal moeten aanpassen. Hij heeft de keuzen: evenveel verbruiken en besparen op andere uitgaven (vakantie, restauranbezoek, bioscoop, ...) of zijn energieverbruik beperken. De dieselprijs is sinds het begin van dit jaar trouwens met 25 eurocent gestegen, dat komt neer op een stijging met 25 procent. Voor benzine is de stijging minder: hier bedraat de klim 17 eurocent. Stookolie is dan weer 18 eurocent duurder geworden sinds begin dit jaar. Op vier jaar tijd zijn de stookolieprijzen iets meer dan verdubbeld.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud