Advertentie
Advertentie

'Opkomende landen dreigen Westerse fouten te herhalen'

Stoten de ontluikende economieën zich aan dezelfde steen als de Westerse landen? William De Vijlder, beleggingsstrateeg bij BNP Paribas Investment Partners, vreest van wel. Te lang te goedkoop krediet, levert gevaarlijke situaties op. ‘De meeste van die landen, Brazilië is een notoire uitzondering, hebben een negatieve reële beleidsrente. Maar hebben bijvoorbeeld Rusland of India daar nood aan? Ik betwijfel het sterk.’

De Vijlder maakt de vergelijking met de recessie van 2008-2009. ‘De Amerikaanse centrale bank verstrekte toen in de aanloop naar de crisis veel te lang goedkoop geld. Het zou jammer zijn mochten we jaren later moeten vaststellen dat de opkomende landen hetzelfde pad hebben bewandeld.’

De voortekenen zijn alvast niet bijster goed. Zo stijgt de kredietverlening aan de private sector in die opkomende landen jaar op jaar met 20 procent. Vooral consumenten laven zich massaal aan het goedkope geld. ‘Dat soepel monetair beleid geeft een dubbel gevoel', aldus De Vijlder. 'Enerzijds draagt het bij aan de groei van de wereldeconomie, anderzijds kan het tot situaties leiden die we later betreuren. We moeten dus de vraag durven stellen of die landen hun exitmoment al niet gemist hebben.’

Advertentie

Aanraders

Volgens De Vijlder is het een moeilijke klus voor beleggers om goede rendementen neer te zetten. Vreemd genoeg ziet hij de Westerse beurzen tegen het jaareinde wel met gemiddeld 10 procent stijgen. De verklaring voor die contradictie? ‘Beleggers are climbing a wall of worries’, zegt de strateeg. ‘Ze zijn zenuwachtig en risicoschuw, en missen daardoor kansen.’

De Vijlder raadt hen aan op te passen voor goud (‘houden wij niet van, complete speculatie’) en staatsobligaties van rijke landen te mijden (‘veel te duur’).

Aanraders zijn onder meer aandelen uit opkomende landen en hoogrentende bedrijfsobligaties. Bij die laatste moeten beleggers vooral kijken naar de faillissementsgraad, tipt De Vijlder. ‘De economische groeivooruitzichten in zowel de VS als de eurozone zijn redelijk goed. Dat maakt het risico dat bedrijven op de fles gaan een stuk kleiner.’

Bij de grondstoffen liggen basismetalen in de bovenste schuif. Olie (‘105-110 euro per vat is billijk’) en landbouwproducten kunnen dan weer op weinig enthousiasme rekenen. Al is een aanbodschok in het zwarte goud de meest waarschijnlijke kandidaat om roet in het eten te gooien.

Wat dan met Griekenland? Horen daar geen gevarentekens bij? ‘Tuurlijk wel, maar de vraag is hoeveel. Dat varieert van dag tot dag, en is daarom ook zo moeilijk in te schatten’, geeft De Vijlder aan. ‘De markten vragen een duidelijk beeld voor een voldoende lange periode. En dat het Griekse geval geïsoleerd blijft van de andere perifere probleemlanden. Want wat anders met Spanje?'

De strateeg is overigens wel behoorlijk onder de indruk van de weg die Madrid al heeft afgelegd. 'En niet enkel wat de saneringen betreft. De nakende privatisering van de Spaanse loterij bijvoorbeeld, zal met een geschatte 25 miljard euro een pak geld in het overheidslaatje brengen.'

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.