Professor Roubini: dit is meer dan een liquiditeitscrisis

De subprimecrisis is erger dan de crisis rond het Amerikaanse hefboomfonds LTCM, zo schrijft Nouriel Roubini op zijn blog. Roubini is professor economie aan de Stern School of Business, New York University.

Het Amerikaanse fonds LTCM ging in 1998 overkop in de nasleep van de Russische financiële crisis, en er werd toen een succesrijke reddingsactie opgezet, gestuurd door de Federal Reserve. Roubini merkt op dat de Amerikaanse economie toen groeide tegen ruim 4 procent, de internetbubble was nog niet gebarsten, de schuldenposities van gezinnen en bedrijven waren nog niet problematisch en internet zorgde voor toegenomen productiviteit.

Rusland crashte toen financieel, maar laat ons wel wezen, het Russische Bruto Binnenlands Product had toen de omvang van dat van Nederland. Het gevolg in het Westen was een liquiditeitscrisis, dat betekent dat de solvabiliteit van het systeem (het vermogen op langere termijn schulden te honoreren) niet was aangetast, maar wel het vermogen om op heel korte termijn met geld over de brug te komen. Een loutere liquiditeitscrisis kan door de centrale banken efficiënt worden bestreden met renteverlagingen, wat toen ook gebeurde.

Toch is ook een liquiditeitscrisis een ernstige zaak. Het is nu misschien vergeten, schrijft Roubini, maar in 1999 ging als gevolg van de gebeurtenissen van 1998 de hele subprimesector in de VS overkop.

Maar, en hier wordt Roubini bepaald somber, nu is de toestand erger dan in 1998, want we worden geconfronteerd met een solvabiliteitscrisis. Het is niet enkel de liquiditeit dit een probleem stelt, maar er zijn wel degelijk honderdduizenden Amerikaanse gezinnen die ook op lange termijn hun schulden niet kunnen aanzuiveren. Misschien gaat over een miljoen ontleners die niet alleen als 'subprime' werden bestempeld, maar zelfs als 'bijna prime' en 'prime', die bankroet gaan.

'Subprime', dat betekent dat de ontlener een twijfelachtige kredietwaardigheid heeft, is per definitie wat problematisch, maar ook ontleners die 'prime of 'bijna prime' zijn, blijken niet stevig in de schoenen te staan door de lakse krediettoekenningsvoorwaaren in de VS. AHM is bijvoorbeeld een instelling die vooral 'bijna prime' en 'prime' risico's had uitstaan, wat niet kan verhinderen dat zij vorige week bankroet ging. Dus er zijn ook heel wat onsolvabele verstrekkers van hypotheekkredieten in de VS.

Roubini gaat verder in deze logica: er zijn dus ongetwijfeld ook heel wat involvente huizenbouwers. Vele kleine huizenbouwers moesten de boeken al neerleggen, en grotere zullen de komende maanden volgen. Dus het probleem voor de fondsen die in herverpakte hypotheekleningen beleggen blijft heel groot: de hele markt van dit soort fondsen en effecten is geblokkeerd, omdat iedereen nu plots lijkt te beseffen dat onderliggend die effecten teruggaan op bankroete situaties.

Conclusie: "Insolvente en bankroete gezinnen, hypotheekverstrekkers, huizenbouwers, met schulden gefinancierde hedgefondsen en fondsenbeheerders en niet-financiële vennootschappen. Dit is niet gewoon een liquiditeitscrisis zoals in de episode van LTCM in 1998. Dit is eerder een liquiditeitscrisis die een meer fundamentele schulden-, krediet- en insolventiecrisis indiceert bij vele economische actoren in de VS en wereldwijd."

Roland Legrand

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud