Advertentie

TechBull: Facebook verscheurt beleggers. Zelfs O'Neill.

Een interessant BBC-interview met voorzitter Jim O'Neill van Goldman Sachs Asset Management over de investering in Facebook (zie ook de eerdere posts). De interviewer zegt O'Neill dat de impliciete waardering van 50 miljard dollar aan de dotcombubbel doet denken, en de topman antwoordt dat "de helft van hem dat ook denkt". Vervolgens herpakt hij zich en wijst hij op de sterke groei van de advertenties.

Ook plaatst hij de investering in het kader van een roemrijke traditie van investeringen in groeibedrijven, zoals Ford, Microsoft en Apple. Geestig moment tijdens het interview: O'Neill die wild door zijn neus blaast bij een kritische vraag over transparantie (lees ook Katya Wachtel van Clusterstock). 

Ter herinnering: Goldman Sachs investeert zo'n half miljard dollar eigen geld in het sociale netwerk en 1,5 miljard dollar van andere partijen. 

Maar goed, terwijl een verscheurde O'Neill zich nog zat af te vragen of hij ook persoonlijk geld zou willen investeren in Facebook, heb ik een aantal blogposts en artikels over de hele deal gelezen. 

De grote vraag: is een waardering van 50 miljard euro gerechtvaardigd? 

Eerst en vooral, het is niet gezegd dat het cijfer correct is. Goldman Sachs rekent wellicht op terugverdieneffecten via diensten die het kan leveren aan het bedrijf en van het plaatsen van aandelen bij privé-investeerders (zie het Weekboek van mijn collega Stefaan Michielsen). 

Recent las ik op een forum iemand die Facebook vergeleek met "nog eens een geval zoals AOL". Klinkt niet goed voor Facebook (zie verder over AOL). Ben Worthen op WSJ Venture Capital Dispatch daarentegen vergelijkt Facebook met Google in 2004 - Facebook is nu zes jaar oud, net zoals Google toen. 

Google boekte tijdens de eerste negen maand van 2004 een omzet van 2,2 miljard dollar en een nettowinst van 195 miljoen dollar. Tijdens de eerste negen maand van 2010 was Facebook goed voor 1,2 miljard dollar en de winst was 355 miljoen dollar (uitgelekte cijfers, op basis van de documentatie die Goldman Sachs bezorgde aan privéklanten). 

Uit de cijfers blijkt dat Facebook een lagere omzet haalt dan Google toen, maar wel winstgevender is - maar het gaat over bedrijven die weliswaar alletwee verworteld zijn in het web, maar die toch een heel verschillend profiel hebben, wat vergelijkingen hachelijk maakt. Bovendien zegt "winst" op zichzelf niet veel - er zijn geen gedetailleerde cijfers beschikbaar. 

Maar toch: Google sloot zijn eerste beursdag, op 19 augustus 2004, iets boven de 100 dollar per aandeel, met een marktkapitalisatie van 27 miljard dollar. The New York Times vond dat in een editoriaal toen "bubbelachtig". Het aandeel noteert nu zo'n 614 dollar en de marktwaarde 196 miljard dollar. 

Nog interessant uit die tijd: Google bedankte Goldman Sachs toen voor zijn diensten en liet zich begeleiden door Morgan Stanley en Credit Suisse. De aandelen werden met een soort online veiling op de markt gebracht, zodat ook individuele beleggers aan bod konden komen. 

Henri Blodget op SAI Business Insider zet de Facebook-cijfers nog eens op een rijtje: omzet voor 2009 775 miljoen dollar, winst 200 miljoen dollar. Voor 2010 is de raming 2 miljard dollar omzet en de winst 500 miljoen dollar.  Na een genuanceerde en voorzichtige uitleg over de waarderingsproblemen komt hij tot de conclusie dat een waardering van 50 miljard dollar volstrekt geen koopje is. Het hoeft ook geen onredelijk hoge prijs te zijn.

Het hangt af van hoe snel Facebook blijft groeien, of er nog veel meer aandelen bijkomen, van hoe de markt in zijn geheel evolueert... Met andere woorden, het hangt af van de kasstromen die het bedrijf zal weten te genereren en van hoe die worden verdisconteerd. 

Uit de documenten die nu circuleren, of toch uit wat is uitgelekt, blijkt niet echt hoe de omzet van Facebook wordt gegenereerd. Mogelijke en waarschijnlijke inkomstenbronnen:

- Advertenties - die inspelen op de persoonlijke interesses en profielen van de gebruikers

- Andere bedrijven die snel klanten kunnen ronselen via Facebook zoals online gaming, online dating, handel in virtuele goederen, en waarbij Facebook dan een deel van de opbrengsten afroomt. 

Er zijn wel degelijk grote sceptici, voor wat betreft de groei of het inzakken van die groei van Facebook. De media-expert en auteur Douglas Rushkoff zei in een opiniestuk op CNN dat we niet de getuigen zijn van een bedrijf dat aan de winnende hand is, maar van een bedrijf dat aan het cashen is. 

Hij vergelijkt met de desastreuze fusie van AOL met Time Warner en met de overname van MySpace door Rupert Murdoch. Telkens internetbedrijven die op hun hoogtepunt cashten en vervolgens hun waarde zagen kelderen. Het is een vergelijking die ook door mijn collega Stefaan Michielsen in zijn Weekboek werd gemaakt. 

Het fundamentele argument van Rushkoff: sociale media zijn zo tijdelijk als gelijk welke sociale bijeenkomst, nachtclub of party. Het zijn de mensen die tellen, niet de plaats waar ze bijeenkomen." In de tijd van CompuServe en AOL leek het alsof die netwerken altijd een centrale rol zouden blijven spelen. Dat was ook zo voor MySpace, en is dan ook de alomtegenwoordigheid van Facebook geen illusie?

Misschien wel, misschien ook niet. Want Facebook is niet louter "een site waar mensen fotootjes uitwisselen." Het is een platform dat door derde partijen wordt gebruikt om op die manier hun klantenbestand snel op te drijven, het probeert een belangrijk en structureel deel te zijn van het "sociale web" dat altijd maar belangrijker wordt in de organisatie van zoveel bedrijven, instellingen en verenigingen. Maar niemand die echt met enige zekerheid kan zeggen of Facebook inderdaad een tweede Google aan het worden is. 

Maar waarom blijft de handel in Facebook zo'n obscure aangelegenheid? Omdat Mark Zuckerberg niet graag informatie prijsgeeft - uitgerekend hij, de baas van Facebook? Misschien is het wel gecompliceerder dan dat. De investeerders die Goldman Sachs zocht, worden verondersteld op lange termijn in te stappen (toch tot 2013). Maar op het Wall Street van vandaag blijft een aandeel gemiddeld 22 seconden in dezelfde handen - het is een wereld van computergestuurde trades, en het is niet gezegd dat jonge en snel groeiende bedrijven vinden dat hun waarde daar goed wordt weerspiegeld. 

Mijn voorlopige conclusie: ik begrijp nu beter waar de ene helft van O'Neill moet denken aan de dotcombubbel - en de andere helft toch twijfelt en denkt dat het misschien toch wel interessante investering is. 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud