Advertentie

Technische analyse toegelicht: MACD-indicator

Hier volgt een nieuwe gastbijdrage van Karel De Bie, marktstrateeg van BNP Paribas Fortis, over de MACD-indicator.

 In deze bijdrage over technische analyse zou ik het willen hebben over één van de meest populaire technische indicatoren: de MACD. In Vlaanderen spreken we de vier letters van deze indicator afzonderlijk uit, in Nederland daarentegen hebben ze het steeds over de Mac-D, alsof het om een broodje uit de McDonalds gaat. MACD staat voor Moving Average Convergence/Divergence, en zoals de naam al doet vermoeden, is deze indicator gebaseerd op glijdende gemiddeldes. Het is een indicator die door Gerald Appel in de jaren ’70 ontwikkeld is.

Laat me beginnen met het concept van het glijdende gemiddelde uit te leggen, om dan gaandeweg de opbouw van de MACD-indicator, en het gebruik ervan uit de doeken te doen.

Glijdend gemiddelde

Bij het glijdend (of voortschrijdend) gemiddelde berekent men steeds het gemiddelde van een aantal recente slotprijzen. Een 50-daags glijdend gemiddelde bijvoorbeeld, neemt de 50 meest recente slotprijzen, en deelt deze door 50. Dit gemiddelde wordt iedere dag opnieuw berekend, en wanneer men deze punten verbindt, krijgt men een lijn die in de buurt van de prijs ligt. Als de markt in een opwaartse trend zit, dan zal de prijs doorgaans boven het glijdende gemiddelde liggen (omdat in het gemiddelde ook nog de oudere, lagere prijzen verrekend zitten). Omgekeerd zal, wanneer de markt in een neerwaartse trend zit, de prijs doorgaans onder het glijdende gemiddelde liggen (zie voorbeeld hieronder).

Het glijdende gemiddelde wordt vaak als volgt gebruikt: men koopt wanneer de prijs erin slaagt om terug boven het glijdende gemiddelde te sluiten, en men verkoopt wanneer de slotprijs terug onder dit glijdende gemiddelde valt. Vaak geeft dit mooie signalen (zoals in het voorbeeld hierboven). Maar vooraleer u hebben en houden op de glijdende gemiddeldes gaat inzetten, wil ik toch even volgende kritische bemerkingen meegeven: Een glijdend gemiddelde geeft mooie signalen wanneer de markt zich in een duidelijke opwaartse, of in een duidelijke neerwaartse trend bevindt. In een zijwaartse trend geven de glijdende gemiddeldes doorgaans slechte signalen, en verliest men eraan. Het voorbeeld hieronder maakt dit duidelijk:



Vanaf punt A op de linkerkant van de grafiek, zien we een mooie opwaartse trend, en tussen A en B maakt men met het 50-daags gemiddelde een mooie winst. Maar, in de zijwaartse trend tussen B en L gaf dit glijdende gemiddelde maar liefst 10 signalen waarop we geld zouden verloren hebben. Het is pas vanaf L, wanneer de markt terug in een duidelijke neerwaartse trend terecht kwam, dat we terug een mooi verkoopsignaal kregen.

Een tweede kritiek op de glijdende gemiddeldes, is dat men a priori niet weet welk glijdend gemiddelde men moet hanteren: sommigen kijken graag naar een 50-daags gemiddelde, anderen naar het 200-daags, het 20-weeks, of nog een ander gemiddelde. Maar het is meestal pas achteraf dat duidelijk wordt welke periode men best had moeten gebruiken.

De MACD-indicator

Gerald Appel probeerde een oplossing te vinden voor de vele valse signalen die door de glijdende gemiddeldes gegenereerd werden. In plaats van de prijs met het glijdende gemiddelde te vergelijken, vergeleek hij twee exponentiële glijdende gemiddeldes (bij een exponentieel glijdend gemiddelde wordt er exponentieel meer gewicht gegeven aan de meer recentere prijzen). Hierbij gebruikte hij een glijdend gemiddelde van 12 periodes, en één van 26 periodes. Zijn idee was eenvoudig: koop wanneer het 12 periode glijdende gemiddelde boven het 26 periode gemiddelde uitstijgt, en verkoop wanneer de eerste terug onder de laatste kruist. Onderstaande grafiek (EUR/USD tussen 2009-2010) illustreert dit:

Wanneer de groene curve (12 periode exponentieel glijdend gemiddelde) boven de rode curve (26 periode exponentieel glijdend gemiddelde) kruist (zoals in B, links in de grafiek), dan heeft men een koopsignaal. Een verkoopsignaal heeft men wanneer de groene curve terug onder de rode curve valt (zoals in C). De MACD-lijn wordt onderaan de grafiek (blauwe curve) weergegeven, en is gewoon het verschil van het 12- met het 26-periode gemiddelde (de groene minus de rode curve met andere woorden). Wanneer deze blauwe lijn onder “0” gaat (zoals in A en C), dan heeft men dus een verkoopsignaal, wanneer deze lijn terug boven “0” uitstijgt (zoals in B en D), dan heeft men een koopsignaal.

In het voorbeeld hierboven (EUR/USD) zou men in 2009 op deze manier geprofiteerd hebben van het grootste stuk van de stijging, en in 2010 van het grootste stuk van de daling.

De MACD signaal-lijn

Kopen wanneer de MACD-lijn boven nul stijgt, en verkopen wanneer ie onder nul valt. Het klinkt simpel, en dat is het ook. Maar wanneer we op deze manier tewerk gaan, laten we (in tegenstelling tot wat het vorige voorbeeld deed vermoeden) veel winst op de tafel liggen: men stapt op deze manier namelijk vrij laat in een opwaartse beweging, en stapt er pas uit wanneer die opwaartse beweging al een tijdje terug een neerwaartse beweging is geworden, waardoor men netto nog maar weinig over houdt. De onderstaande grafiek illustreert dit (EUR/USD op 14 april met de MACD toegepast op de uurgrafiek).

Wanneer de MACD-lijn (blauwe curve onderaan) door de nullijn gaat (B) hebben we een koopsignaal, en wanneer de MACD-lijn terug onder nul valt (D), dan hebben we een verkoopsignaal. Van de hele stijging in de grafiek houden we dus ‘slechts’ het stuk tussen de blauwe stippellijnen als winst over. Dat we zoveel winst op tafel laten liggen, was voor Appel een bron van frustratie die om een oplossing vroeg.

Die oplossing vond hij door op de blauwe MACD-lijn een rode signaallijn te berekenen. Deze signaallijn is een exponentieel glijdend gemiddelde van 9 periodes, berekend op de MACD-lijn. Appel merkte op dat wanneer je de kruising van de blauwe MACD-lijn met de rode signaallijn bekijkt, je signalen verkrijgt waarbij je doorgaans vroeger in een trade stapt, en er ook vroeger terug uitstapt waardoor je in principe meer uit die marktbeweging kan halen. Daartegenover staat dat we met deze manier van werken meer valse signalen genereren.

De aangehaalde voorbeelden hierboven ogen veelbelovend. Maar ook hier is het geen goed idee om hebben en houden zomaar op deze indicator in te zetten, want profijtelijke periodes worden, zoals bij de meeste indicatoren, afgewisseld met minder profijtelijke periodes waarbij men vroeg of laat onvermijdelijk een deel van de gemaakte winst teruggeeft. Deze indicator is dus jammer genoeg geen heilige graal en men dient er voorzichtig mee om te springen.

Positieve en negatieve divergentie

Vind ik het dan geen interessante indicator, zult u zich afvragen? Toch wel. Indien men bijvoorbeeld een positie heeft die al een mooie winst opgeleverd heeft, en men vraagt zich af wanneer men best winst kan nemen, dan kan de MACD-indicator hierbij een handig hulpmiddel zijn.

Persoonlijk kijk ik bij deze indicator voornamelijk naar divergenties, omdat die doorgaans mooie en vrij betrouwbare signalen geven. Divergenties krijgt men wanneer de prijs en de MACD-lijn afwijkend gedrag vertonen. In de grafiek hieronder (EUR/USD) ziet u wat ik hiermee bedoel:

Tussen A en B ging de koers naar beneden. De MACD-indicator deed dat initieel ook. Tussen B en C daarentegen, zagen we de koers nog steeds verder naar beneden gaan, terwijl de MACD-indicator reeds aan het stijgen was, reeds een hogere bodem neerzette. Dit fenomeen noemen we positieve divergentie, en is doorgaans een betrouwbare indicatie dat de koers eveneens zal gaan stijgen. Een bullish Japanse kaarsenformatie, het doorbreken van een korte termijn weerstandslijn, of gewoon, het terug naar boven draaien van de blauwe MACD-indicator, kunnen dan allemaal aangewend worden om een mooi instapmoment te bepalen.

Negatieve divergentie heeft men wanneer de prijs verder blijft stijgen, en een nieuwe top maakt, terwijl de MACD dat niet doet. In punt F zien we dit gebeuren. Dit duidt er doorgaans op dat we ons aan een neerwaartse correctie mogen verwachten. De bearish harami kaarsenformatie vlak na de top vormde hier een mooi verkoopmoment.

Het gebruik van verschillende tijdshorizonten voor betere signalen

Een andere manier waarop ik de MACD-indicator graag gebruik, is door de signalen van de wekelijkse MACD te combineren met de dagelijkse MACD. Hoe gaat dit in zijn werk? Stel u voor dat we op de wekelijkse grafiek een MACD-indicator zien waarbij zowel de blauwe als de rode lijn aan het stijgen zijn, en waarbij er tussen beide wat ruimte ligt. Dit duidt op een sterke middellange termijn opwaartse trend. In dezelfde periode waarin we dit op de wekelijkse grafiek zien gebeuren, kunnen we op de dagelijkse grafiek op zoek gaan naar koopgelegenheden. Die vinden we wanneer bij de dagelijkse MACD de blauwe lijn boven de rode lijn kruist. De onderstaande grafieken (EUR/USD) maken dit duidelijk:

Op de wekelijkse grafiek hierboven zien we dat in de periode tussen juli en november 2010 (de periode tussen de twee stippellijnen) zowel de blauwe als de rode lijn van de MACD-indicator stijgen, en dit bovendien met een duidelijke scheiding van elkaar doen. Dit wil zeggen dat het interessant is om tijdens deze periode op zoek te gaan naar koopsignalen op de dagelijkse MACD (zie grafiek hieronder voor dezelfde periode).

De kruising van de MACD in A gaf ons een mooie koopgelegenheid. Voor lange termijn koop-, en verkoopsignalen kan men op dezelfde manier ook de maandelijkse en de wekelijkse grafieken combineren.

Tot hier mijn bijdrage over de MACD. Ik hoop dat u er ondertussen nog een beetje aan uit kunt, en moest u beslissen om te experimenteren met deze indicator, dan wens ik u bij deze alvast veel succes!

Lees ook de vorige afleveringen van deze serie: Japanse kaarsenhet tweede deel over de technische formaties,  het eerste deel over de technische formaties, over Fibonacci en over de beperkingen van technische analyse.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud