Advertentie

Technische analyse toegelicht: technische formaties

Hier volgt een nieuwe gastbijdrage van Karel De Bie, marktstrateeg van BNP Paribas Fortis, over technische formaties of patronen..

Deze patronen vormen wellicht de belangrijkste discipline binnen technische analyse. Ze zien er heel simpel uit, en dat zijn ze ook, zeker achteraf gezien. Het is echter een veel grotere uitdaging om deze patronen te herkennen wanneer ze zich vormen, en ze bovendien ook nog eens succesvol te traden.

Hoezeer technische analisten ook verknocht mogen zijn aan ‘hun’ patronen, we kunnen er niet onderuit dat een groot deel van deze patronen valse signalen geven. Hoeveel procent? Dat valt moeilijk te zeggen. Als ik een wilde schatting zou moeten maken zou ik zeggen tussen de 20% en de 40%. Technische analisten zitten er dan ook regelmatig naast, tot groot jolijt van de criticasters die hierin hun gelijk bewezen zien.

De vraag die zich hier opdringt is de volgende: waarvoor wil men technische analyse gebruiken? Om correct de koersen te voorspellen, of als hulpmiddel om te traden/investeren?

Men zou terecht kunnen stellen dat als men de koersen correct kan voorspellen, dat men dan ook geld kan maken in de markten. Maar daar wringt het schoentje: consistent de koersen correct voorspellen kan nu eenmaal niemand. Zelfs niet de beste analist. Het tegendeel beweren zou een flagrante leugen zijn, en analisten worden hier op ontnuchterende wijze telkens terug aan herinnerd.

Technische analyse heeft mijn inziens vooral een waarde als hulpmiddel om te traden, of om te investeren. Nu kan je zeggen: als je technische signalen tot 40% vals kunnen zijn, dan kun je bijna even goed een muntje opgooien. En dat is ook zo. Maar, als ik voor ‘kop’ iedere keer 1 euro moet betalen, terwijl ik voor ‘munt’ telkens 2 euro krijg, dan wil ik wel de hele dag dat muntje opgooien. En het is daarin dat de kracht van technische patronen ligt: zelf als zouden de technische formaties in de helft van de gevallen valse signalen geven, als je potentiële opbrengst telkens groter is dan je potentieel verlies, dan heb je wel degelijk een voordeel dat je kan uitbuiten.

En een voordeel – hoe klein ook – uitbuiten, is precies wat succesvolle traders doen. Verschillenden onder hen slagen erin om op basis van technische analyse op consistente wijze geld uit de markt te halen.

Peter L. Brandt is zo een handelaar: voor zijn trading-signalen maakt hij uitsluitend gebruik van technische formaties. Zijn werkwijze wordt gedetailleerd beschreven in het uitstekende, net uitgebrachte boek “Diary of a Professional Commodity Trader”. Interessant om weten is dat de auteur slechts in één op drie trades geld maakt, en in zijn 30-jarige carrière een gemiddelde jaarlijkse return van maar liefst 68% kan voorleggen. Hij draaide maar één verliesjaar van minder dan 5%.

Echter, zoals ik in een eerder stukje al aangaf is technische analyse slechts een onderdeel van een trading- of investeringsplan. Minstens even belangrijk is hoe men zijn risico beheert: dit risicobeheer maakt namelijk het verschil uit tussen succes of falen in de financiële markten. Een bespreking van zulke systemen zou me te ver leiden, maar geïnteresseerden wil ik voor een eenvoudig en werkbaar voorbeeld graag terug naar bovenvermeld boek verwijzen.

De technische formaties

Er bestaan 2 soorten van patronen: omkeerpatronen en voortzettingspatronen . De eerste suggereren dat de trend omgekeerd wordt, de tweede dat de trend zal verder gezet worden.

Wat is een trend? Gewoon een opeenvolging van hogere toppen en hogere bodems (in het geval van een opwaartse trend) of een opeenvolging van lagere toppen en lagere bodems (neerwaartse trend). Als men het heeft over een trend moet men echter steeds erbij vermelden over welke tijdshorizon men spreekt: een aandeel kan zo bijvoorbeeld een langere termijn opwaartse trend vertonen, die op zich bestaat uit een afwisseling van korte termijn opwaartse en neerwaartse trends.

In deze bijdrage zal ik het hebben over de omkeerpatronen en zal ik aandacht besteden aan de hoofd en schouders-formatie, de dubbele top/bodem, de rising en de falling wedge.

De hoofd- en schouders-formatie

Een ideale hoofd- en schouderformatie ziet er als volgt uit:

Laat ons het voorbeeld van de bearish hoofd en schouders-formatie bespreken (De logica achter de bullish hoofd en schouders-formatie is analoog): Tot in (C) zien we duidelijk hogere toppen en hogere bodems wat betekent dat de opwaartse trend nog steeds intact is. Vervolgens zien we een vrij diepe correctie (D) die ongeveer terug gaat tot het niveau van de vorige bodem in (B). De koers stijgt terug (E), maar slaagt er niet meer in om een hogere top te maken: ze stijgt terug tot in de buurt van de top die we in (A) zagen. Indien de prijs dan terug daalt, wordt een patroon zichtbaar waarin men een schouder (A), een hoofd (C) en een schouder (E) kan herkennen.

Dit is een potentieel bearish formatie, maar een verkoopsignaal wordt pas gegeven indien de prijs ook onder de zogenaamde ‘neklijn’ valt. Deze lijn verbindt de punten (B) en (D). Indien de prijs onder deze rechte valt, zoals in (F) het geval is, dan hebben we een verkoopsignaal en gaat de technische analist ervan uit dat de prijs verder in de richting van het verwachte koersdoel zal evolueren. Dit koersdoel wordt berekend door de afstand van (C) tot aan de neklijn naar onder te projecteren, en wel vanaf het punt waar de prijs door de neklijn is gegaan.

Zolang de prijs onder deze neklijn blijft, blijven technische analisten bearish, en blijven ze ervan uitgaan dat het koersdoel bereikt zal worden. Echter, wanneer de prijs toch terug boven de neklijn uitstijgt, dan hebben we te maken met een vals signaal – en daar worden we regelmatig mee geconfronteerd. Wanneer dit gebeurt, vervalt het verwachte koersdoelen doet men er best aan om zijn short positie te sluiten. Een stop loss wordt in het geval van de bearish hoofd en schouders-formatie dan ook niet al te ver boven de neklijn gelegd.

De S&P 500 gaf in de eerste helft van 2010 een mooi voorbeeld van zowel een bullish als een bearish hoofd en schoudersformatie:

De rising/falling wedge

Dit zijn vrij betrouwbare omkeerformaties die vaak voor een spectaculaire ommekeer zorgen. Deze formaties hebben vaak weken nodig om zich te vormen, om vervolgens in enkele dagen hun koersdoel te bereiken.

Drie zaken zijn belangrijk bij de rising wedge: 1) de opwaartse bewegingen worden steeds kleiner: de stijging tot (B) was kleiner dan de voorafgaande stijging tot in (A), en de stijging tot (C) was op zijn beurt ook weer kleiner dan de voorafgaande stijging naar (B). Dit wijst op een verlies aan momentum wat vaak een teken van zwakte is. 2) Een duidelijke wedge-formatie moet zichtbaar zijn: de beweging moet plaatsvinden tussen twee oplopende rechten die naar elkaar toe bewegen. 3) de onderste van deze rechten, de steunlijn van de formatie, zou minstens drie keer getest moeten zijn.

Indien deze voorwaarden vervuld zijn, volgen we met grote belangstelling of de prijs erin slaagt om boven zijn steunlijn te blijven (zolang dat het geval is, blijft de opwaartse trend immers intact). Echter, van zodra de prijs onder deze rechte valt, zoals het geval is in (D), dan hebben we een verkoopsignaal. Als de prijs er dan niet meer in slaagt om zijn recente top (C) te overstijgen (hier kan een stop loss gelegd worden), dan gaan we ervan uit dat de prijs zal terugvallen naar het laagste punt van de wedge. Deze terugval is vaak scherp en spectaculair.

Op analoge wijze vinden we in het geval van een falling wedge in punt (D) een mooi aankoopsignaal. Op voorwaarde dat de recente bodem in (C) het houdt (hieronder zouden we ons verlies nemen), blijven we bullish richting startpunt van de wedge. Meestal is de stijging bij een falling wedge echter minder spectaculair en scherp als de daling bij de rising wedge.

Bovenstaand voorbeeld laat een lange termijn rising wedge zien die zich sinds de tweede helft van 2007 begon te ontwikkelen. Merk op hoe de opwaartse bewegingen in deze wedge kleiner en kleiner werden. Toen de AUD in augustus 2008 door de steunlijn van de wedge viel, was dit de start van een spectaculaire daling.

Dubbele Top/Dubbele Bodem

De klassieke literatuur stelt dat een dubbele top formatie zich voordoet wanneer een tweede top (E) in de buurt komt van de vorige top (C), maar er niet in slaagt om deze te overstijgen. Wanneer de prijs vervolgens onder de tussentijdse bodem (D) valt – zoals het geval is in (F), dan mag men ervan uitgaan dat de koers verder zal zakken met de afstand van (C) tot (D), vanaf (D) afgepast. Er wordt hierbij aangeraden om een stop loss net boven het niveau van de tussentijdse bodem te leggen (net boven (D) dus).

Deze formatie vind ik persoonlijk een frustrerend patroon, en wel om de simpele reden dat je meestal gewoon uitgestopt wordt, waarna de prijs al dan niet zijn koersdoel bereikt.

Onder bepaalde voorwaarden is dit echter wel een betrouwbaar patroon waarop gehandeld kan worden: indien er in het gebied van de dubbele top (het gebied tussen de stippellijnen) geen toppen liggen uit de voorafgaande trend. Of simpel gesteld: indien de vorige toppen (A) en (B) geen overlap hebben met het gebied tussen de stippellijnen. Dit duidt er doorgaans op dat de stijging naar (C) overdreven was, en dat indien de prijs terug onder (D) valt, de kans groot is dat een verdere daling naar het koersdoel zich zal voordoen zonder dat we eerst uitgestopt worden.

Voor de dubbele bodem is de uitleg analoog.

Afgelopen dinsdag (22 februari) maakte de Bel-20 een intra-day dubbele bodemformatie. Het koersdoel van die formatie werd dezelfde dag nog bereikt.

Misschien nog een kleine opmerking in verband met de koersdoelen van de technische formaties: dit zijn minimale objectieven, we verwachten dus dat de koers minstens dat niveau zal bereiken (tenzij we worden uitgestopt natuurlijk). De formaties geven voor de rest geen indicatie van wat er kan gebeuren nadat het doel bereikt is.

Dus, tenzij men andere goede redenen heeft om aan te nemen dat de prijs het koersdoel zal overschrijden, doet men er goed aan om winst te nemen wanneer de technische formatie zijn werk gedaan heeft. Men kan dan met een propere lei op zoek gaan naar nieuwe signalen.

In het tweede deel van Technische Formaties zal ik volgende keer de voortzettingspatronen onder de loupe nemen.

Lees ook de vorige afleveringen van deze serie: over de beperkingen van technische analyse en over Fibonacci.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud