Tijd voor reflectie

Het nieuwe jaar is iets meer dan een maand oud, en het ziet er naar uit dat 2010 op beursgebied een iets moeilijker jaar zal worden dan het overdreven optimistische jaar 2009. Het wordt meer en meer duidelijk dat we in een bijzonder moeilijke economische en beursomgeving leven. Misschien nog het moeilijkste van al, is proberen het juiste referentiepunt te vinden. Sommige strategen vergelijken de stijging van op de bodem van maart 2009 met die van aan het begin van de grootste stierenmarkt uit de geschiedenis, namelijk die van 1982. Een ander veel gebruikte ijkpunt is de bodem in 2003, het herstel na het imploderen van de technologie bubbel. Maar wat is er mis met andere periodes? Met 1964 bijvoorbeeld, of waarom niet met 1929?

Over de kerstperiode ben ik nog eens begonnen met het herlezen van een aantal klassieke economisten en denkers op zoek naar inspiratie. Charles Gave maakte trouwens een tijdje geleden een interessante synthese met betrekking tot een aantal grondleggers van het hedendaagse economische denken. Maar nog interessanter wordt het als we ons realiseren dat de meeste beleggers bewust of onbewust één (of zelfs meer) van deze scholen aanhangen, en dat hun investeringsgedrag hier diepgaand wordt door bepaald.

Dan zijn er de discipelen van Schumpeter, de kerel met het hakbijl van de creatieve destructie. In zijn wereld worden de winsten gemaakt door de uitvinders en entrepreneurs die met nieuwe technologieën de beschaving (meestal dan) vooruit helpen. Natuurlijk creëert de komst van disruptieve technologieën, voordat ze gemeengoed worden, wel wat chaos in de economie en de markten. Het oude wordt afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe. Dit betekent dat kapitaal en mensen worden herbestemd wat vaak gepaard gaat met pijn en verzet.

In de Schumpeteriaanse wereld wordt er constant geëxperimenteerd met nieuwe technologieën zoals het internet, of recenter, alternatieve energie. Een aantal bedrijven groeien door en worden de nieuwe marktleiders (en zijn daarom ook uitstekende beleggingen). Anderen overleven het Darwiniaanse selectieproces niet en berokkenen pijn voor hun beleggers en werknemers. In de wereld van Schumpeter is deze pijn niets anders dan het terug optimaal positioneren van mensen en middelen. De aanhangers van de leer van de creatieve destructie zijn over het algemeen liefhebbers van kennisgeoriënteerde groeibedrijven zoals we die vaak vinden in de technologie en biotechnologie sectoren.

In een interview in de zaterdageditie van De Tijd had Robert Shiller het nog over het gebrek aan creatieve destructie tijdens deze crisis. En de man heeft een punt. Door de excessen en de extreme schuldopbouw worden heel wat middelen en kapitaal niet optimaal gealloceerd. Het uitzuiveringsproces waar we nu voorstaan zal uiteindelijk de excessen moeten wegwerken. De overheden vertragen het proces en maken het daardoor meer draaglijk, wat volgens mij zeker een te verdedigen politieke keuze is. Maar ik geloof rotsvast dat we uiteindelijk niet ontsnappen aan de Schumpeteriaanse hakbijl.

En ten slotte is er Malthus. En dat is wel een figuur. Hij noemde Ricardo bij zijn dood zijn allerbeste vriend, maar ondertussen waren ze het over zowat alles hartsgrondig oneens. In "the worldly Philosophers" van Robert Heilbroner, dat ik iedereen aanraad, staan de levenslopen en de intereracties tussen beide heren zeer mooi en levendig beschreven. Er is ook plaats voor een heel aantal interessante anekdotes. De mooiste vind ik wel dat beide (Malthus op aanraden van Ricardo) speculeerden via de obligatiemarkt op een overwinning van Wellington op Napoleon. Malthus kon de stress niet aan en sloot de positie (te vroeg) met een kleine winst, terwijl Ricardo zijn al aanzienlijke fortuin nog substantieel aandikte.

Malthus had dan, veel meer dan Ricardo, en in absolute tegenstelling tot het positieve wereldbeeld van Adam Smith, een wereld voor ogen waar tekorten aan zowat alles meer de regel dan de uitzondering waren. En als we ons het Engeland van het eind van de achttiende en begin van de negentiende eeuw proberen voor de ogen te halen  kunnen we zelfs begrip opbrengen voor zijn denkbeelden. Het was een periode van hongersnood, oorlogen, invoerrechten op graan en bijgevolg hoge graanprijzen die het de lagere klassen niet meteen makkelijk moet hebben gemaakt.

Het zal dan ook niet verwonderen dat in de wereld van Malthus de populatie steeds te snel groeiden, de gronden en grondstoffen beperkt waren en daar alleen maar honger en ellende kon van voortkomen. Vandaag zou hij ongetwijfeld het toetreden van de groeilanden tot de wereldeconomie met grote angst hebben aanschouwd en hebben verklaard dat dit de schaarste aan beschikbare grondstoffen alleen maar erger zou hebben gemaakt. Voor de discipelen van Malthus is investeren dan ook eenvoudig: koop maar zoveel mogelijk schaarse grondstoffen en grond want die zullen alleen maar schaarser en duurder worden.

Dat brengt ons terug naar de markten. Vorig jaar moest iedereen meer dan een beetje blij zijn geweest, want al de hoger beschreven investeringen schoten als pijlen de hoogte in. Zoals we al een paar keer hebben besproken heeft de massale liquiditeitsinjectie door de centrale banken en de overheden er voor gezorgd dat de problemen voldoende werden toegedekt en dat er voldoende geld aanwezig was om een shift van extreme angst naar extreme complacency te bewerkstellingen.

2010 wordt ongetwijfeld het jaar dat vele problemen terug aan de oppervlakte komen. Het is het jaar dat Malthus, Ricardo en Schumpeter niet allemaal meer samen aan het feest zullen zitten. En als we moeten inzetten op wie de kruimels van vorig feestmaal zal krijgen toebedeeld, zetten we toch sterk in op Mijnheer Schumpeter.

Philippe Gijsels, marktstrateeg BNP Paribas Fortis Global Markets

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud