Twijfels bij Chinese goednieuwsshow

Met groeicijfers van 7,9 procent in het tweede kwartaal en een verwachte BBP-groei van 8 procent op jaarbasis, zou je verwachten dat de Chinese regering er alles aan zou doen om het succes van zijn economische stimuleringsplannnen in de verf te zetten. Maar verrassend genoeg blijft de Chinese premier, Wen Jiabao, bijzonder voorzichtig in zijn vooruitzichten.

Na een driedaags bezoek aan de oostelijke provincie Zhejiang waarschuwde de premier nog voor 'blind optimisme' over de economie van zijn land. Het risico bestaat immers dat het effect van sommige maatregelen op korte termijn uitgewerkt zal zijn, terwijl de impact van andere overheidsbeslissingen pas later merkbaar zal zijn.  Peking lijkt het dus nog altijd te vroeg te vinden om het stimuleringspakket van 4.000 miljard yuan (415 miljard euro), dat de nadruk legt op infrastrctuurwerken en het verstrekken van kredieten door staatsbanken, af te bouwen.

Wen Jiabao heeft redenen genoeg om voorzichtig te blijven, vindt ook Vitaly Katsenelson op de Minyanville-blog. Katsenelson, een auteur van beleggingsboeken en lesgever aan onder andere de University of Colorado, ziet momenteel veel gelijkenissen tussen de manier waarop China momenteel in de pers en bij investeerders wordt geportretteerd en hoe men eind jaren tachtig aankeek tegen de boomende Japanse economie. Ook was het not done om kritiek te geven op al die stevige macrocijfers en de economische wonderverhalen, merkt Katsenelson op.

'Maar China bevindt zich nu in dezelfde situatie als Japan in de late jaren tachtig,' schrijft hij. 'Alleen, er is nog meer politieke instabiliteit omdat de economie voor de helft door de overheid wordt gecontroleerd en omdat er geen sociaal vangnet aanwezig is in het land.'

Katsenelson is allerminst onder de indruk van de Chinese groei: 'De Chinese economische structuur is niet superieur aan die van het Westen,' zegt hij. 'De Chinezen kunnen goed cijfers opsmukken en de economie sturen door gedwongen leningen en uitgaven  te organiseren.'

Maar China zal voor die manier van werken een hoge prijs moeten betalen, waarschuwt Katsenelson. De overheid mag dan bijvoorbeeld wel massaal kredieten hebben verschaft - op enkele kwartalen tijd is de kredietverstrekking verdubbeld -  de vraag is of veel bedrijven wel in staat zullen zijn die leningen op termijn terug te betalen. Het ratingbureau Fitch waarschuwt er alvast voor dat veel bedrijven waarschijnlijk minder winst zullen boeken dan voor de crisis, en het daardoor moeilijker zullen hebben hun schulden af te betalen.

Dat kan ook ernstige gevolgen hebben voor de Westerse economieën, benadrukt Katsenelson. Het IMF voorspelt immers dat de Chinese economie de komende drie jaar goed zal zijn voor maar liefst driekwart van de wereldwijde BBP-groei.  En, misschien nog belangrijker, China is goed voor 73 procent van de groei van de wereldwijde olieconsumptie en 76 procent van de groei van het wereldwijde steenkoolverbruik.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud