weekboek

Vuur en toorn? Volgaarne!

Rotverwende beleggers onthalen beresterke cijfers met een geeuw. Tijd voor wat keet in de lobby.

10 augustus 2007. KBC heeft net ruim beter dan verwachte resultaten bekendgemaakt. Maar wat met dat ene wolkje aan de horizon? De dag voordien had de Europese Centrale Bank 95 miljard euro noodsteun in een opdrogende interbankenmarkt moeten pompen. Een recordbedrag, ruim meer dan de 69 miljard vlak na de terreuraanslagen van 11 september 2001.

‘Not to worry’, was de boodschap uit de Havenlaan. ‘Wij zijn heel weinig kwetsbaar voor de huidige volatiliteit van de kredietmarkt’, verzekerde toenmalig CEO André Bergen. ‘KBC verleent geen subprimehypotheken en onze indirecte blootstelling is klein. Het maximale kredietverlies op onze portefeuille is ongeveer 9,2 miljoen euro.’

Nou. ‘With the benefit of hindsight’ - zoals de Engelsen zo mooi zeggen - weten we dat het anders uitdraaide. Dat ene wolkje bleek de voorbode van een perfecte storm die in het najaar van 2008 de hele financiële sector én de wereldeconomie onderuithaalde.

KBC had uiteindelijk 7 miljard euro steun van de Vlaamse en de federale overheid nodig om overeind te blijven, steun die KBC met flinke intrest voor 13 miljard terugbetaalde. Pas in oktober 2014 had de bank- en verzekeringsgroep een 25 miljard euro zware portefeuille herverpakte kredieten (CDO’s) uitgezweet.

KBC noteert 80 procent boven het eigen vermogen, terwijl de meeste bankiers in Europa blij mogen zijn als ze in lijn met de boekwaarde noteren.

Fast forward naar 10 augustus 2017. KBC (69,09 euro, -0,4%) stelt ruim beter dan verwachte resultaten voor. Die onderstrepen wat een indrukwekkend parcours de bank- en verzekeringsgroep onder CEO Johan Thijs heeft afgelegd. Met een rendement op eigen vermogen van 20 procent is de groep een van de rendabelste van de eurozone. Tegenover elke euro kredieten staat bijna 1,4 euro deposito’s. En de belegger?

Die geeuwde en duwde op de ‘verkoop’-knop. Helemaal onlogisch is dat niet: aan de vooravond van de publicatie van de kwartaalcijfers was het aandeel met dik 70 euro naar het hoogste peil sinds midden 2008 gestegen. Bij die koers plakken beleggers een premie van 80 procent op het eigen vermogen van 39 euro per aandeel, terwijl de meeste bankiers in Europa al blij mogen zijn als beleggers hun aandeel in lijn met de boekwaarde waarderen.

Kortom: met een perfectie die in de koers verrekend zit, volstaat een bijna perfect rapport niet meer.

Beleggers vinden altijd iets om op te vitten: bij KBC blijven de inkomsten uit het kernmetier - kortlopende deposito’s recycleren in langlopende kredieten - dankzij het nulrentebeleid van de ECB onder druk staan en maakt Thijs zich geen illusies dat er snel veel beterschap komt.

©KBC

Tegelijk lijkt de rek uit de commissie-inkomsten van het indrukwekkende ‘fondsenfabriekje’ van de groep, na de stijging met een vijfde sinds vorig jaar. De klant die nu de beurs herontdekt via een stevig commissies opleverend fonds als Easy Invest, kan die even snel weer de rug toekeren. Zeker als Donald Trump er een gewoonte van maakt vanuit een golfoord een armageddon aan te kondigen.

Te lang te rustig

Vuur en toorn. Het was de quote van de week. Maar eigenlijk is een regelmatige scheut vuur en toorn net wat beleggers nodig hebben. Het is al veel te lang veel te rustig op de beurzen. De outlook van veel beleggers lijkt op de Europese ‘weerkaart’ op slide 57 van de kwartaalpresentatie van KBC: overal zon, slechts hier en daar een onschuldig wolkje.

©Mediafin

Bank of America Merrill Lynch becijferde dat Amerikaanse bedrijven het voorbije resultatenseizoen nul procent beloond werden als ze zowel wat betreft de omzet als de nettowinst de verwachtingen klopten. Wie daarentegen met het bovenste en het onderste lijntje ontgoochelde, kreeg slaag (zie grafiek).

Idem in Brussel: deze of vorige week konden AB InBev , Ageas , Ahold Delhaize , Solvay en Umicore sterke resultaten niet in duurzame koerswinst vertalen. Omgekeerd zag Bekaert voor een bedrijfswinst die 5 miljoen onder de lat ging zijn beurswaarde 300 miljoen afgetopt.

Het is met beleggers zoals met kinderen. Als ze altijd hun zin krijgen, zijn ze op den duur nooit meer content. Tijd voor een pak billenkoek op de markten. Dan gaan beleggers perfecte bedrijven eindelijk weer eens tegen minder dan perfecte prijzen kunnen kopen. Tremendous opportunities for a great, great deal!

©Mediafin

DEMOCRATIE MAG WEL IETS KOSTEN

Unilever tekende voor het persbericht van de week. Na zeven jaar proberen krijgt CEO Paul Polman van de Nederlands-Britse consumptiereus zijn zin: een meer democratisch aandeelhouderschap.

Unilever koopt de bevoorrechte aandelen (‘cumprefs’) - met hun vaste vergoeding een soort eeuwigdurende obligaties - van NN Group en ASR terug en lanceert ook een bod op de cumprefs die op de beurs van Amsterdam noteren.

De twee verzekeraars controleren via de bevoorrechte aandelen met minder dan een half procent van het kapitaal liefst 16,9 procent van de stemrechten van Unilever NV, de Nederlandse werkmaatschappij.

Een manifeste scheeftrekking, die er kwam dankzij een kronkel in de vennootschapswet. Die koppelt het stemrecht aan de nominale (in plaats van economische) waarde van de aandelen. Met een nominale waarde van 428,57 euro tegenover 0,16 euro voor de gewone aandelen heeft elk van dat soort eeuwigdurende obligaties de facto 2.679 stemrechten.

Die democratisering kost logischerwijs geld. Voor de uitkoop van de cumprefs telt Unilever 450 miljoen euro neer. De overgrote meerderheid - 437 miljoen - is voor NN en ASR. Zo bewijzen de verzekeraars dat geduld echt loont.

En dat ze slimmer waren dan concurrent Aegon, die bij de eerste poging van Polman plooide. Het Financieele Dagblad becijferde in zijn onvolprezen ‘Bartjens’-column dat de twee verzekeraars nu 290 miljoen euro zouden hebben als ze in 2011 op het bod ingegaan waren. Dat bedrag houdt rekening met de herinvesteringen in gewone aandelen Unilever.

Door halsstarrig te blijven zitten hebben ze 457 miljoen aan hun Unilever-belegging verdiend, inclusief de 20 miljoen aan jaarlijkse coupons ten belope van 6 of 7 procent van de nominale waarde. Dat geluid dat op het Aegon-hoofdkantoor te horen is, is de financieel directeur die aan het knarsentanden is.

Voor Polman is de inkoop ongetwijfeld maar een eerste stap, merkt ING-analist Reg Watson op. Nu heeft Unilever net als Royal Dutch Shell vroeger nog twee werkmaatschappijen: een Nederlandse nv met 1,71 miljard uitstaande aandelen of een kleine 57 procent van het kapitaal, en een Britse plc met 1,31 miljard stuks, goed voor iets meer dan 43 procent.

Waarschijnlijk zullen de twee één worden, met een hoofdnotering in Londen en een juridische zetel in Nederland. Grote beleggers dringen al langer op zo’n vereenvoudiging aan. Met NN en ASR is Unilever een verdedigingswal kwijt mochten de ‘barbaren’ van Kraft nog eens beginnen te snuffelen, maar Polman weet als geen ander dat de beste verdediging een stevige beurskoers en dus gelukkige aandeelhouders zijn.

 

Lees verder

Gesponsorde inhoud