Advertentie

Wall Street moet (nog) niet op cijferdieet

Samen met de toeristen die dit weekend pakweg het Smithsonian in Washington of het Vrijheidsbeeld in New York wilden bezoeken, zal ongetwijfeld ook het legertje Wall Street-economen een zucht van opluchting slaken.

Met een scheut schier Hollywoodiaans late night drama wisten de bikkelende Republikeinen en Democraten uiteindelijk ter elfder ure een 'government shutdown' te vermijden.

Dat betekent dat 'niet-essentiële' federale overheidsambtenaren maandag uiteindelijk toch niet thuis moeten blijven. Meteen goed nieuws ook voor het legertje economen en beursstrategen dat Wall Street rijk is. Zij teren immers in belangrijke mate op de bijna dagelijkse portie macro-economische indicatoren die de duizenden overheidsstatistici op hen afvuren.

En dus krijgen beleggers komende week dus toch onder meer van het ministerie van Handel cijfers over de handelsbalans (dinsdag), van het Census Bureau de kleinhandelsverkopen (woensdag) en van het ministerie van Arbeid de inflatie aan de fabriekspoort (PPI, donderdag) en globale inflatie (CPI, vrijdag).

Van de Federal Reserve gingen ze sowieso - federale sluiting of niet - het economisch overzicht Beige Book (woensdag) en de industriële productie (vrijdag) voorgeschoteld krijgen, net als de consumentenbarometer van de Universiteit van Michigan (vrijdag). Beide instellingen hangen immers niet van federaal geld af.

Andere indicatoren die komende week niet gepland waren, dreigden vertraging op te lopen. Dat was onder meer het geval voor het jobrapport voor april, dat voor 6 mei gepland is. Komende week verrichten de statistici van het Bureau of Labor Statistics immers een groot deel van het 'veldwerk' voor die rondvraag.

Nog even pro memorie de beleggersagenda voor komende week:

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud