Wie gelooft de ECB nog?

Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank ©REUTERS

Een inflatie van 'minder dan, maar dicht bij' 2 procent. Dat is de belangrijkste doelstelling van de Europese Centrale Bank. Een 'mission statement' waar buiten Frankfurt niemand nog in lijkt te geloven.

Bekijk onderstaande grafiek. Ze geeft de inflatieverwachtingen van beleggers voor de komende tien jaar weer, in zowel Duitsland als de Verenigde Staten. Het gaat om de inflatie die impliciet in de obligatiekoersen verrekend zit, door van het rendement op de 'gewone' tienjaarsobligatie het rendement op de inflatiegeflinkte obligatie met dezelfde looptijd af te trekken. Bij deze laatste wordt de coupon automatisch aangepast aan de inflatie.

In de Verenigde Staten is er geen vuiltje aan de lucht: daar zijn de inflatieverwachtingen voor het komende decennium al een hele tijd stabiel rond iets meer dan 2 procent. In Duitsland, daarentegen, is de inflatieverwachting deze zomer van 1,4 naar 1,1 procent getuimeld. Met andere woorden: beleggers geloven niet langer dat de Europese Centrale Bank haar belangrijkste - en eigenlijk ook enige - doelstelling, namelijk een inflatie van 'minder dan, maar dicht bij' 2 procent op middellange termijn - kan inlossen.

Dat de Duitse lange rente vorige week voor het eerst onder 1 procent zakte, is een duidelijk bewijs dat beleggers vrezen dat de eurozone op jarenlange periode van chronisch lage inflatie en dito groei afstevent. Een 'Japans' scenario met andere woorden, die de afbouw van de zware schuldenlast die we meeslepen zal bemoeilijken. Waarom elke economie 'een beetje inflatie' als smeermiddel kan gebruiken, leest u hier op een eerdere Bear & Bull post.

Toch herhaalt ECB-voorzitter Mario Draghi op elke persconferentie dat het wel snor zit met de inflatieverwachtingen. Die zijn 'firmly anchored', heet het in het jargon. De recente rentedaling bewijs het tegendeel.

En bijgevolg is er zo goed als niemand meer die denkt dat de huidig lage inflatie in de eurozone - 0,4 procent in juli - een tijdelijk fenomeen is. Ook zonder de immer volatiele energieprijzen beloopt de inflatie maar 0,5 procent. En intussen kampen vier lidstaten: Griekenland, Portugal, Spanje en Slowakije, met deflatie.

Samengevat: de ECB rateert grandioos haar enige doelstelling en lijkt niet gehaast bovenop wat ze in juni aankondigde nieuwe actie te ondernemen. Tot frustratie van ECB-watchers zoals columnist Wolfgang Münchau van de Financial Times.

Vraag is wat Frankfurt nog kan doen. Een 'Amerikaans' tapijtbombardement van obligatie-inkopen? Maar de rente zit nu al op historische diepterecords, forse inkopen zullen dus weinig extra effect op de rente sorteren. 

De Europese centraal bankiers zullen ongetwijfeld hun mantra herhalen dat het nu aan de Europese politici is om met structurele hervormingen de langetermijnvooruitzichten voor de Europese economie op te krikken. Daar hebben ze natuurlijk een punt.

Maar dan vraag je je af: wat voor zin heeft een inflatiedoelstelling nog als centraal bankiers eigenlijk erkennen dat er weinig méér is dat ze nog kunnen doen om die doelstelling te halen. Centraal bankiers zijn geen supermannen die als bij mirakel de inflatie - een wonderlijk iets waar 1.001 factoren op inspelen - op 1,99 procent kunnen vastprikken. En dus nemen ze beter de illusie weg dat ze dat wél kunnen door de steeds meer onrealistische inflatiedoelstelling te schrappen.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud