Advertentie

Zoek de 7 verschillen

'Euforie stuwt Bel20-index door de 2.000 punten', kopte De Financieel-Economische Tijd op 16 januari 1997. Ook gisteren, bijna vijftien jaar later, ging de Bel20 door de 2.000 punten. Maar dan in de andere richting.

Die 2.000-grens is het enige verband tussen beide periodes. De verschillen zijn spectaculair. Alsof 1997 niet 15 maar 150 jaar geleden is, en we toen in een ver ver land woonden. Laten we voor de sport even naar toen en daar terugkeren.

Het was een tijdperk van uitbundigheid. Alan Greenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, murmelde een maand voordien wel iets over 'irrationele exuberantie', maar in januari 1997 was er geen vuiltje aan de lucht: 'De economie blijft in een hoog tempo groeien, zonder te ontaarden in een sterk aantrekkende inflatie.'

Greenspan hield wel de loondruk in de gaten, want wegens de erg lage werkloosheid zou die wel eens kunnen toenemen. Toch een vuiltje, dan?

Het Westen genoot van het 'nieuwe paradigma': dankzij laptops, gsm's en het web spaarden bedrijven zeeën van tijd uit. De kosten zakten, de verkoopprijzen van nogal wat eindproducten zakten eveneens, de koopkracht van de gretige consument steeg. Bedrijven zwommen in het geld.

Mede dankzij de stijgende beurskoersen kregen ze alle kansen om flinke overnames te doen. De beurs was 'the place to be.' Ter illustratie: de Amerikaanse president, Bill Clinton, keurde die maand een wet goed waardoor de Amerikaanse ziekteverzekeraar voortaan ook in aandelen mocht beleggen.

Europa maakte zich op voor de euro. De overheden blonken uit in begrotingsdiscipline en de rentetarieven daalden fors. Het verschil tussen de Belgische en de Duitse overheidsrente bedroeg 0,02 procentpunt. Overigens opperde Fons Verplaetse, de voorzitter van de Nationale Bank van België, dat Italië best niet meteen in de eurotrein zou stappen, met een begrotingstekort van 7 procent in 1996. Maar dit terzijde.

Ook interessant: Moody's gaf België niet de rating Aaa, omdat de staat binnenkort niet meer in staat zou zijn zelf zijn geld te drukken. Dat zou de Europese Centrale Bank wel doen.

De Bel20 steeg geregeld met ettelijke procenten omdat niemand wilde verkopen. Tegelijk stroomden de kooporders toe, opvallend veel vanuit het buitenland. 'Wereld koopt België', kopte de FET. Het was het tijdperk van de 'Bel20-mandjes.' De wat minder liquide aandelen van die mandjes, zoals Bekaert en UCB, stegen soms met 10 procent en meer.

Eigenlijk was er geen valabel alternatief voor aandelen. En hoe meer beleggers en bedrijven dat beseften, hoe meer aandelen werden aangeboden én gekocht. En zo leefden we nog lang en gelukkig, daar en toen in 1997. Het doet pijn, terug te keren naar 2011.

In Waldorf bespreekt Pierre Huylenbroeck dagelijks een stukje economische actualiteit

 

Advertentie
Gesponsorde inhoud