Een hoger rendement met mid- en small caps

In de tweede helft van de jaren 90 stonden de mid- en small caps in de schaduw van de large caps. 'Big is beautiful' was het credo en indexen met de grootste Europese bedrijven als de DJ EuroStoxx 50 groeiden door het dak. Sinds een paar jaar doen mid- en small caps het echter relatief beter. Op lange termijn kan u overigens een hoger rendement halen met midcaps en small caps.

Wat wordt verstaan onder midcaps en small caps? Iedereen heeft er zowat zijn eigen definitie voor. Grosso modo kan men stellen dat deze aandelen een marktkapitalisatie hebben die niet boven de vijf miljard euro uitstijgt. Midcaps bevinden zich in een vork van één miljard tot vijf miljard euro, terwijl small caps een marktkapitalisatie van minder dan één miljard euro hebben. Indien de beurswaarde van een aandeel zich onder 100 miljoen euro bevindt, spreekt men eerder van microcaps.

Van de 6.000 genoteerde Europese ondernemingen zijn er slechts 250 large caps. Doordat deze goed zijn voor 73 procent van de totale marktkapitalisatie trekken deze ondernemingen de meeste aandacht van analisten en investeerders naar zich toe. Wat resteert zijn de mid- en small caps met 2.200 beursgenoteerde aandelen die goed zijn voor 25 procent van de totale beurswaarde. De microcaps zijn met 3.550 aandelen goed voor slechts 1,6 procent van de marktwaarde.

Nochtans is het deze categorie van mid- en small caps die op lange termijn sterker presteert dan de large caps. Wanneer het rendement over een langere periode vergeleken wordt, zijn Amerikaanse cijfers het meest representatief, gezien deze een veel langere tijdspanne dekken. Sinds 1954 halen small caps (zonder rekening te houden met microcaps) een geannualiseerd rendement van 13,5 procent inclusief dividenden. Dat is 2 procent beter dan de 11,5 procent die de S&P500 index behaalde.

De outperformance is geconcentreerd in de tijd. Mid- en small caps kennen lange periodes waarin ze het beter doen dan large caps en lange periodes van underperformance. De grootste outperformance deed zich voor van 1973 tot 1983 toen small caps jaarlijkse een 10,9 procent hogere return behaalden. De slechtste periode deed zich pas recent voor van 1994 tot 2000. In 1998 bedroeg de underperformance van de Europese small caps zelfs 21 procent. Niet toevallig is dit de periode waarin large cap indices als de Dow Jones Industrials of de EuroStoxx 50 hoge toppen scheerden. Sinds 2000 is de trend gekeerd. Zowel in 2000, 2001 en ligt het jaarlijkse rendement van de MSCI Europe small-capindex gemiddeld 8,9 procent hoger dan dat van de MSCI Europe large-capindex.

Het geannualiseerd rendement op 10 jaar van small caps kan fors afwijken van het rendement van de large caps. Sinds 1926 is er eenmaal een 10-jarige periode geweest waar de jaarlijkse outperformance 12 procent bedroeg, terwijl er evenzeer een periode was waar de jaarlijkse underperformance opliep tot 5 procent. In deze cycli is er een 'domino-effect' waarneembaar is. In bepaalde cycli doen small caps het beter dan midcaps, die het op hun beurt dan weer beter doen dan large caps. Omgekeerd, wanneer large caps het beter doen dan midcaps, doen de midcaps het beter dan small caps.

Waarom bieden mid- en small caps een hoger rendement op lange termijn? De belangrijkste reden voor een outperformance is de hogere winstgroei. Hier speelt de wet van de grote getallen. Wat is de kans dat een onderneming met een omzet van 50 miljard euro een bovengemiddelde omzetgroei haalt? Omgekeerd, wat is de kans dat een onderneming die 100 keer kleiner is dan een large cap, sneller kan groeien dan het marktgemiddelde? Het is met andere woorden moeilijker om sneller dan het marktgemiddelde te groeien, naarmate een onderneming groter is.

Mid- en small caps zijn overigens risicovoller dan large caps, waar volgens de portefeuilletheorie een hogere verwachte return tegenover moet staan. Dit wil zeggen dat kleinere aandelen veelal goedkoper gewaardeerd zijn dan vergelijkbare bedrijven met een grote beurswaarde.

De relatieve waardering laat nog ruimte voor een appreciatie. Een voorbeeld. In de Euronext 100 zitten de 100 grootste aandelen van Euronext vervat. Terwijl in de Next 150 de volgende 150 aandelen zitten. De grootste marktkapitalisatie in de Euronext 100-index is die van Totalfina met 100 miljard euro, terwijl Agfa-Gevaert als grootste aandeel in de Next 150 een marktkapitalisatie van 2,7 miljard euro heeft. Men kan de Euronext 100-index bijgevolg aanzien als een large-capindex en de Next 150 als een index voor mid- en small caps. De Next 150 is op basis van de verwachtingen voor dit jaar met een koerswinstverhouding van 12,3 dus 18 procent goedkoper dan de Euronext 100, terwijl de jaarlijkse verwachte winstgroei over de periode 2001-2003 duidelijk hoger is. Het dividendrendement van beide indices is nagenoeg identiek.

Naarmate een aandeel doorgroeit van small cap naar midcap of van midcap naar large cap geniet het vaak van een 'PE expansion' of een toename van de koerswinstverhouding, waardoor het koersrendement hoger kan zijn dan de winstgroei.

Waar veel investeerders van terugschrikken, zeker in dit klimaat, zijn investeringen met een hoog risico. Op zeer lange termijn zijn mid- en small caps volatieler dan large caps. De jaarlijkse volatiliteit van large caps bedraagt 18 procent. Bij mid en small caps is de volatiliteit respectievelijk 21 procent en 23 procent. Het meest risicovol zijn evenwel de microcaps die een jaarlijkse volatiliteit van 27 procent hebben. Hoe moet die volatiliteit geïnterpreteerd worden? Een volatiliteit van 21 procent wil zeggen dat twee derden van de tijd het jaarlijkse rendement zich in een bandbreedte van 'gemiddelde return +21 procent' en 'gemiddelde return -21 procent' bevindt. In het turbulente afgelopen jaar bleken de mid- en small caps overigens minder volatiel te zijn dan de large caps.

Een andere manier om het risico te bekijken, is de waarschijnlijkheid van verlies over een zekere tijdsperiode. Investeert men op iets langere termijn, dan blijkt dat de kans op verlies bij small caps reeds na twee jaar kleiner is dan bij large caps. Bij small caps is die kans 14 procent, bij large caps 16 procent.

Hoewel de gemiddelde winstgroei van small caps hoger is, blijkt de variabiliteit van die groei hoger te liggen dan bij large caps. De winstgroei van large caps is stabieler en beter voorspelbaar door de grotere schaal waarop zij opereren. De lagere liquiditeit van kleinere aandelen maakt het voor institutionele beleggers moeilijk om in en uit een aandeel te stappen. Bovendien is het procentuele verschil tussen bied- en laatkoersen beduidend hoger dan bij grotere aandelen. Institutionele beleggers hechten bijgevolg een groot belang aan de liquiditeit, wat voor particulieren meestal geen probleem vormt. Ondanks deze nadelen blijkt een groter percentage van de small cap fondsbeheerders het beter te doen dan hun referentie-index dan dat dit het geval is bij large cap fondsbeheerders. Dit wijst er op dat small caps minder efficiënt geprijsd zijn en investeerders toelaten een hoger dan gemiddelde return te behalen.

De correlatie tussen grotere en kleinere aandelen is de laatste jaren afgenomen tot 0,83, waardoor het rendement van beide activaklasses op korte termijn niet synchroon verloopt. Dit wil zeggen dat mid- en small caps meer dan ooit complementair zijn met uw large cap aandelenportefeuille. Als u een gedeelte, bijvoorbeeld 20 procent, van uw portefeuille voorbehoudt voor mid- en small caps, neemt uw verwachte return toe, terwijl het risico niet proportioneel toeneemt.

Portfolio Manager Puilaetco

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud