Grootste winstgroei in tien jaar in Verenigde Staten

(tijd) - De bedrijven uit de Amerikaanse S&P500-index boekten in het vierde kwartaal van 2003 een gemiddelde winstgroei met 27 procent op jaarbasis. De winstgroei is de hoogste in tien jaar. De meeste analisten reageren aangenaam verrast. Enkelen waarschuwen echter voor overdreven optimisme en stellen dat de Amerikaanse beurzen stilaan duur worden. De meeste Amerikaanse bedrijven verhoogden overigens ook hun dividend. Maar voor de Belgische beleggers veegt de scherpe daling van de dollar de winst grotendeels of volledig weg.

De Amerikaanse economie herstelt in een stevig tempo en dat blijkt ook uit de bedrijfswinsten. Volgens voorlopige cijfers groeide het bruto binnenlands product in de VS in de laatste drie maanden van vorig jaar met 4 procent. 391 bedrijven, of vier vijfde van de ondernemingen uit de S&P500, publiceerden hun kwartaalcijfers al. Zij slaagden erin de winst gemiddeld met 27 procent te doen toenemen.

Dat de winststijging groter is dan de economische groei, heeft onder meer te maken met de exponentiële stijging van de winstmarges. Veel Amerikaanse ondernemingen hebben tijdens de crisisjaren de tering naar de nering gezet. Ze legden de nadruk op kostenbesparingen en zetten mensen en machines productiever in. Dankzij het sterke laatste trimester stegen de bedrijfswinsten over het hele jaar gemiddeld 17 procent tegenover 2002. Het gaat om de nettowinst voor uitzonderlijke elementen.

Hoewel kleppers zoals de computerbouwer Dell hun resultaten nog moeten bekendmaken, presteerde de technologiesector veruit het best. De IT-bedrijven zagen hun winst met bijna de helft toenemen. Dat was onder meer te danken aan bedrijven zoals de chipmaker Broadcom, die de rode cijfers van 2002 achter zich liet en weer met winst aanknoopte. Enkele teleurstellingen, zoals de winstdaling met 27 procent bij Cisco Systems, konden de vooruitgang niet stuiten. De technologiesector is de op een na belangrijkste in de S&P500 met een gewicht van 18 procent.

Ook de grootste sector, de financiële, scoorde uitstekend. De gemiddelde winst van de banken en de verzekeraars nam 40 procent toe. De sector maakt 21 procent van de index uit. JP Morgan Chase klom in het vierde kwartaal uit het rood, de kwartaalwinst van Bank of New York verdrievoudigde en Merrill Lynch zag zijn winstcijfer meer dan verdubbelen. Zowel de commerciële bankactiviteit als het zakenbankieren tekende een verbetering op. Daarnaast moesten de bankiers minder slechte leningen afboeken, aangezien het aantal faillissementen afnam. Voor heel wat banken is de winst nooit groter geweest.

De analisten lieten zich door de resultaten verrassen, want meer dan twee derde van de bedrijven overtrof de gemiddelde consensusverwachting. Zelfs bij grote multinationals als PepsiCo en Citigroup bleven de voorspellingen ver onder de prognoses.

In een reactie verhoogden de analisten in koor hun verwachtingen voor het huidige kwartaal. In oktober 2003 lag de gemiddelde winstverwachting voor de eerste drie maanden van 2004 op een groei met 12,9 procent. Intussen trokken de analisten hun groeiraming op tot 13,6 procent op jaarbasis. Dat betekent dat het tempo van de winststijging iets zou terugvallen tegenover het vierde kwartaal. Maar voor de technologiesector gaan alle remmen los. Het analistenheir gaat ervan uit dat de IT-bedrijven dit kwartaal een gemiddelde winstklim met 50 procent kunnen voorleggen.

Richard Bernstein, een van de topanalisten van Merrill Lynch, waarschuwt voor overdreven optimisme: 'Het aantal keer dat onze analisten hun winstvoorspellingen verhogen, ligt 1,44 keer hoger dan het aantal keer dat ze hun prognoses verlagen. Dat is de hoogste ratio in de twintig jaar dat ik deze statistieken bijhoudt. Iedereen verwacht een sterke verbetering van de cijfers. Ik vrees dat de markt te optimistisch wordt. Een kleine teleurstelling kan de koersen scherp naar beneden halen.'

'Wanneer de ratio op meer dan 1,2 uitkomt, bedraagt het gemiddelde beursrendement in de twaalf volgende maanden 7,1 procent', verduidelijkt Bernstein. 'Dat is de helft minder dan na periodes waarin de analisten een stuk pessimistischer zijn. Bovendien daalt de beurs tijdens de 12 maanden nadat de ratio meer dan 1,2 had bereikt in 31 procent van de gevallen. Bij een lagere ratio is dat slechts in een vijfde van de periodes.'

Sommige analisten wijzen er ook op dat de Amerikaanse beurzen stilaan duur worden. In tegenstelling tot vorig jaar zijn de aandelen die aan een koers-winstverhouding van minder dan 10 noteren zeer schaars. De koers-winstverhouding van de S&P500 prijkt op 23,5 voor 2003, en op 19,5 voor 2004. Gemeten naar boekwaarde is de beurs zelfs zeer duur. Op het hoogtepunt van de beurshype, in maart 2000, noteerde een kwart van de aandelen op de New York Stock Exchange onder zijn boekwaarde. Nu is dat slechts 7 procent. Hierbij moeten we wel de kanttekening maken dat veel bedrijven waardeloze activa hebben afgeboekt.

De Belgische beleggers kunnen niet volop van de sterke winstgroei bij de Amerikaanse bedrijven genieten. De almaar dalende koers van de dollar holt de winst grotendeels uit. Sinds maart vorig jaar daalde de koers van het groene biljet met 21 procent tegenover de euro. De S&P500-index steeg in dezelfde periode 42 procent. De helft van de koerswinst sinds het dieptepunt van de beurzen wordt tenietgedaan door wisselkoersverschillen.

De Belgische belegger ziet in de meeste gevallen ook het dividend van zijn Amerikaanse beleggingen verminderen. De oliereus ExxonMobil, die ook op Euronext Brussel noteert, boekt recordwinsten en keer recorddividenden uit. Maar door de dollardaling ontvangt de Belgische investeerder minder dan vorig jaar, omgerekend naar euro. SM

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud