'Hausse goudmarkt lijkt op die van jaren 70'

(tijd) - 'De hausse van de goudmarkt vertoont veel gelijkenissen met die van de jaren zeventig, toen de goudprijs boven 800 dollar per ounce piekte. Ook toen was er oliecrisis, gerommel in het Midden-Oosten en toenemende inflatie', zegt Evy Hambro, de beheerder van het goudfonds van Merrill Lynch Investment Managers. Hij verwacht dat goudmijnaandelen ook in 2006 sterk presteren.

Een verkoopster poetst een doosje met een gouden hondje in een winkel in Beijing, China. (foto: bloomberg)

Evy Hambro is als beheerder van MLIIF World Gold een van de invloedrijkste investeerders in goudmijnaandelen. Het goudmijnfonds van Merrill Lynch Investment Managers (MLIM) is veruit het grootste ter wereld met een beheerd vermogen van 4,1 miljard dollar (3,45 miljard euro). Hambro was deze week naar jaarlijkse traditie op doortocht in de Benelux, voor een update over de goudmijnsector. Die update lokte dit keer een vijftigtal Belgische vermogensbeheerders naar de ontbijt-ontmoeting. Dat in contrast met enkele jaren geleden, toen Hambro's uiteenzetting nauwelijks een handvol fondsbeheerders lokte.

'Nog maar eens een bewijs dat beleggingen in goud weer in zijn', grapte Hambro, de bomvolle zaal overschouwend. '2006 wordt het jaar waar-in goudbeleggingen mainstream worden', voorspelt de fonsbeheerder. Enkele jaren geleden had goud nochtans zijn glans verloren. In het begin van deze eeuw had goud er een baissemarkt van twee decennia op zitten, met als dieptepunt 255 dollar per ounce in april 2001. Die volgde op de hausse van de jaren zeventig, bekroond met een piek van meer dan 800 dollar per ounce in 1980.

Nu lopen beleggers weer storm voor goud, in reactie op de almaar hogere goudprijs. Het edele metaal bereikte begin februari met 572 dollar per ounce de hoogste koers in 25 jaar. Hambro: 'De beleggersvraag naar goud is vorig jaar met 114 procent gestegen. Dat dankzij de goudtracker, een beursgenoteerd beleggingsfonds waarmee beleggers gemakkelijk in goud kunnen beleggen. Met elke tracker koopt de belegger, vooral institutionelen, een tiende van een ounce goud. De overeenstemmende staven goud liggen opgeslagen in de kluizen van HSBC in Londen.' De goudtracker debuteerde begin 2003 in Sydney, en noteert intussen ook in Londen, Johannesburg en New York. 'Ze zijn een enorm succes', zegt Hambro. 'Via trackers kochten beleggers intussen 13,9 miljoen ounce goud, 18 procent van de jaarlijkse mijnbouwproductie.'

Tegenover de toenemende vraag staat een steeds krapper aanbod. 'De Zuid-Afrikaanse goudproductie daalde vorig jaar 14 procent', zegt Hambro. 'Vergeet niet dat de goudprijs uitgedrukt in rand pas vanaf eind 2005 eindelijk begon te stijgen.'

Kunnen de centrale banken het aanbodtekort niet dichten? Hambro: 'De Europese centrale banken lijken minder dan vroeger geneigd goud op de markt te gooien. Waarschijnlijk blijven ze dit jaar zelfs onder de afgesproken maximumverkopen van 500 ton. En de centrale banken van Rusland en Argentinië kochten goud om hun reserves te diversifiëren. De Chinese centrale bank zei in januari een betere spreiding van de reserves na te streven. Welnu: een stijging van de Chinese goudreserves met 1 procentpunt stemt overeen met 16 miljoen ounce, ruim een vijfde van de jaarproductie.'

Hambro verwacht dat goudmijnaandelen in 2006 hun hausse voortzetten. 'De hausse van de goudmarkt vertoont opvallend veel gelijkenissen met die van de jaren zeventig. Ook toen was er een oliecrisis, gerommel in het Midden-Oosten en toenemende inflatie. Bovendien stijgt de goudprijs sinds eind 2005 niet langer alleen in dollar. Ook in euro, pond en Zuid-Afrikaanse rand zit de dollar in de lift. Dat is geleden van de jaren zeventig en wijst op een duurzame hausse.'

Hambro geeft de voorkeur aan goudmijnaandelen boven de goudtracker. 'Gemiddeld stijgt een goudmijnaandeel met 3 procent voor elke procent stijging van de goudprijs. Goudmijnen zijn dus interessanter om in te spelen op een hogere goudprijs.' De fondsbeheerder ziet de overnamekoorts in de sector aanhouden, na het bod van Barrick op Placer Dome eind vorig jaar. De Zuid-Afrikaanse mijnbouw-reus Anglo American wil af van zijn belang in AngloGold Ashanti.

Hambro sluit niet uit dat een andere Zuid-Afrikaanse goudmijngroep, Gold Fields, dit jaar in de kijker loopt. Mogelijk komt er een fusie met Gold Fields-aandeelhouder Polyus. Polyus is de goudmijnpoot die de Russische mijnbouwgigant Norilsk dit jaar wil afsplitsen. 'De goudproductie slinkt en er wordt nauwelijks nog naar nieuwe goudaders gezocht, mede door een nijpend gebrek aan ingenieurs en geologen. Voor goudmijngroepen zijn overnames vaak de enige mogelijkheid om te groeien.'

De belangrijkste vijf participaties van het goudfonds zijn op dit ogenblik het Canadese Barrick, de Afrikaanse groepen Gold Fields, Harmony en AngloGold Ashanti en het Australische Newcrest. Bij de selectie van goudmijnaandelen zegt Hambro weinig aandacht te besteden aan traditionele maatstaven, zoals de koers-winstverhouding of het dividendrendement. 'Bij goudmijnaandelen moet je als belegger vooral het volgende in de gaten houden: wat betaal je per ounce goud in de grond en hoeveel kost het om elke ounce uit de grond te halen?'

Die zogenaamde kaskosten kunnen enorm uiteenlopen: bij Harmony bedragen ze ongeveer 400 dollar per ounce. Aan het andere uiteinde staat de LaRonde-mijn van het Canadese Agnico-Eagle Mines: in het vierde kwartaal van 2005 bedroegen de kaskosten er minder dan nul. Dat komt omdat bij het ophalen van goud ook zilver, zink en koper wordt opgegraven. Die 'nevenproducten' leveren flink geld op.

Hambro focust lang niet alleen op de goudmijngroepen met de laagste kaskosten. 'In een goed gespreide goudmijnportefeuille horen ook bedrijven met hoge productiekosten thuis. Die goudmijnen reageren veel sterker op een stijging van de goudprijs en zijn als het ware call-opties op de goudprijs. Harmony bijvoorbeeld kan fors hoger als de goudprijs in rand zijn klim voortzet.' KVS

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud