Fases van hoop en verwachting duren het langst

(tijd) - De Brusselse beurs was de voorbije 26 jaar een uitstekend beleggingsoord, simpelweg omdat in de typische beurscyclus sinds 1980 de fases van succes langer duren dan de fases van treurnis. De Belgische belegger genoot zowel in de jaren 80 als in de jaren 90 telkens vier jaar lang van een gezonde beurshausse, waarin de achterstand van de jaren voordien via mooie koerswinsten werden weggewerkt. Ook in dit decennium is de hausse haar vierde jaar ingegaan.

Business Week heeft gevoel voor beursdrama. In 1983, vier jaar na de bloedstollende cover 'The Death of Equities', bracht het magazine opnieuw de gezondheidstoestand van aandelen spraakmakend in beeld. Deze keer geen neerstortende aandelenvliegtuigjes, maar een energieke stier. Met daarboven de wervende kop: 'The Rebirth of Equities'.

De timing was even perfect als gedurfd. Pas in de nadagen van 1982 kon de Dow Jones eindelijk de kaap van 1.000 punten definitief achter zich laten. De sterindex van Wall Street benaderde die kaap al in de winter van 1965-'66 tot op 5 punten. Dat betekent dat in de 14 daaropvolgende jaren gemiddeld niet de minste koerswinst kon worden geboekt met een mandje van Amerikaanse blue chips.

De grote katalysator voor de hergeboorte van de beurs was de dalende rente. In de zomer van 1982 startte de Amerikaanse centrale bank een reeks renteverlagingen. Tegelijk voorspelden enkele vooraanstaande goeroes dat het deze keer menens zou zijn met die beurshausse. Onder meer Roland Leuschel van de Belgische BBL voorspelde: 'De jaren 80 worden de jaren van de beurs.'

Leuschel en zijn optimistische collega's hadden het gekeerde sentiment correct aangevoeld. Onder het presidentschap van Ronald Reagan verbeterde het antibedrijfsklimaat sterk. Amerika schudde zijn Watergate-, Iran- en Afghanistantrauma's af en straalde opnieuw vertrouwen uit: de dollar kreeg de wind in de zeilen. IBM bracht zijn pc uit, waarmee de gezinnen eindelijk deel gingen uitmaken van het computertijdperk. De consument durfde weer te consumeren. De kleine belegger keerde eindelijk terug naar de beurs.

Ook in België ruimde defaitisme plaats voor optimisme. Vlaanderen lanceerde Flanders Technology. Maar vooral: de in 1982 in een koninklijk besluit gegoten wet Cooreman-De Clercq bleek een voltreffer. De beleggers genoten van het onderdeel-De Clercq, dat beleggen in Belgische aandelen fiscaal aftrekbaar maakte. Ondernemingen genoten van het onderdeel-Cooreman, dat kapitaalverhogingen fiscaal begunstigde. Albert Frère had dat laatste als geen ander uitstekend begrepen. In 1982 kocht hij zich in bij de holding GBL. Amper anderhalf jaar nadien had hij zes kapitaalverhogingen doorgevoerd, die het eigen vermogen van GBL van 4 naar 33 miljard frank brachten.

In 1984 kwamen de chocoladefabrikant Côte d'Or en Ackermans & van Haaren naar de beurs, maar liefst acht jaar na de vorige beursintroductie - die van de warenhuisketen Colruyt. Naarmate het enthousiasme voor aandelen steeg, werd het klimaat voor zulke IPO's (Initial Public Offerings) almaar gunstiger. In 1986, toen Barco Industries zijn opwachting maakte, was dat klimaat ronduit uitgelaten: de vraag was 69 keren groter dan het aanbod. Twaalf jaar later zouden we bij zo'n diepe kloof tussen vraag en aanbod over 'Kinepolis-toestanden' gaan spreken.

De jaren 1985 en '86 waren globaal sterke beursjaren, met name aangevuurd door de kelderende olieprijs. Alleen de computersector bleef achter. Pc's waren stilaan gemeengoed geworden. Aldus werd de sector 'gedemythologiseerd' en voortaan beschouwd als een gewone sector - dus met gewone groeivooruitzichten en waarderingsratio's. De gelijkenissen met de spoorwegbedrijfjes rond 1900, de radiobedrijfjes in de jaren 20 en de internetbedrijfjes rond de jongste eeuwwisseling zijn geen toeval.

De tweede wedergeboorte van de Belgische aandelenmarkten ving aan omstreeks 1994, het jaar van de internationale obligatiecrash. De Belgische beleggers hadden er minder last van. In tegenstelling tot in de VS verlaagden de Europese centrale banken hun basistarieven fors in het eerste halfjaar. In België bereikte de korte rente zelfs zijn laagste peil sinds het begin van de jaren 70. Dat is laag genoeg om beleggers naar de beurs te lokken. Vanaf 1995 won de positieve beurstrend extra momentum, met dank aan de doorgaans zeer goede bedrijfsresultaten. Slechts tijdelijk lieten accidenten met derivaten de beleggers schrikken, bijvoorbeeld bij Barings Bank.

Als een dergelijke fase van vertrouwen op kruissnelheid is, mogen we een IPO-revival verwachten. Zo ook in 1996. Kleppers als Dexia en Distrigas kwamen naar de beurs. De pan-Europese groeibeurs Easdaq startte op, met Innogenetics als een van haar eerste noteringen. In België kregen we volop met een nieuw beleggingsfenomeen te maken: de beleggingsfondsen met kapitaalgarantie. We maakten ook kennis met Tina, de beursdiva. Tina staat voor 'There is no alternative' voor aandelen. De rentetarieven waren dermate diep gezakt dat obligaties hun aanlokkelijkheid kwijt waren.

En daar stopte het niet. Ook het zogenaamde 'nieuwe tijdperk' deed zijn intrede. U kent het wel: de technologische vooruitgang leidde tot productiviteitswinsten, het internet en de globalisering zorgden ervoor dat de concurrentie steeg en de prijzen laag bleven. De consumptie bleef hoog, de inflatie bleef laag. Het enthousiasme steeg. Dat Aziatische problemen en opmerkingen over 'irrationele exuberantie' het beursenthousiasme slechts zeer tijdelijk konden temperen, was een veeg teken: de beleggers verloren stilaan de realiteit uit het oog.

In de huidige cyclus startte de fase van vertrouwen drie jaar geleden, met de Amerikaans-Britse invasie in Irak. De knagende onzekerheid verdween, en eindelijk kregen de beleggers opnieuw oog voor de realiteit: de Brusselse beurs was een geweldig koopje. Bovendien hadden veel Belgische bedrijven de moeilijke periode van besparingen en herstructureringen net achter de rug en konden ze opnieuw volop voor winst gaan.

En niet te vergeten: Brussel had niet meegedaan aan de internationale beursgekte van 1999-2000, dus was het inhaalpotentieel in België groter dan elders. Die remonte van Brussel zorgde ervoor dat Belgische aandelen niet langer bepaald goedkoop zijn - zonder daarom echt duur te zijn. Toch lijkt het erop dat Brussel dit jaar de stap naar de fase van overdrijving zal doen. Maar eerst moet de Bel20 voorbij de kaap van 4.000 punten.

24978752

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud