Groeimarktobligaties staan onder druk

(tijd) - Door de toegenomen inflatievrees in Europa en de Verenigde Staten zijn de vooruitzichten op de obligatiemarkten minder rooskleurig geworden. Voor de beleggingsfondsen die beleggen in obligaties uit ontluikende markten is dat in twee opzichten negatief. De groeiende populariteit van die fondsen kan daardoor even tot stilstand komen.

De voorbije drie jaar legden de beleggingsfondsen die zich op obligaties in de ontluikende markten concentreren een gemiddeld rendement in euro voor van 30 procent. Wereldwijd gespreide obligatiefondsen boekten over dezelfde periode een rendement van 6 procent, terwijl fondsen die uitsluitend in obligaties in euro beleggen een rendement van 18 procent opleverden. De uitstekende prestatie komt ook tot uiting in het beheerde vermogen van die fondsen. De netto-inleg in die fondsen verviervoudigde de voorbije drie jaar.

De populariteit is een gevolg van de toegenomen aandacht voor de groeimarkten en de lagere risicoaversie bij de belegger. Obligaties in ontluikende markten bieden een hoger rendement dan Europese of Amerikaanse overheidsobligaties, maar dragen ook een groter risico. Het rendement van groeimarktobligaties wordt gemeten door het renteverschil tussen Amerikaanse overheidsobligaties en de externe schuld van ontluikende landen. Dat is de schuld die is aangegaan in Amerikaanse dollar. De externe schuld is veel belangrijker dan de obligaties die de groeimarkten in lokale munt uitgeven.

Het renteverschil is de voorbije jaren gevoelig afgenomen. In het vierde kwartaal van 2002 was er nog een verschil van 11 procent, vandaag bedraagt het renteverschil amper 2,79 procent. Dat is het laagste niveau in de geschiedenis. Er zijn verschillende redenen voor die indrukwekkende terugval. Veruit de belangrijkste is de verbeterde economische toestand van de ontluikende landen. Niet alleen hebben zij hun schulden kunnen verminderen, ook bieden de meeste een mooie economische groei. Een tweede reden is dat de risicoaversie bij beleggers is afgenomen, waardoor meer beleggers het schuldpapier gingen kopen.

Maar bieden de huidige niveaus nog wel een instapmoment? Volgens Karel De Cuyper van KBC Asset Management is het niet de beste timing om in dit soort fondsen te beleggen. 'De fundamenten blijven weliswaar gunstig, maar dat zit al volledig in de koersen verwerkt. Het risico bestaat dat het renteverschil de komende drie tot zes maanden oploopt tot 3 procent', zegt de fondsbeheerder.

Een stijgend renteverschil betekent dat de koersen van de obligaties dalen. Voor de obligaties in ontluikende markten dreigt bovendien een dubbel negatief effect. 'Door de toenemende inflatievrees in zowel de VS als in Europa is de kans reëel dat de rente in de Verenigde Staten wordt opgetrokken. Niet alleen het renteverschil wordt dus groter, ook de Amerikaanse rente. Wellicht is het na die periode van zes maanden interessanter om in te stappen', zegt Karel De Cuyper.

Ook Rob Drijkoningen, beheerder van ING L Renta Fund Emerging Markets Debt, is voorzichtig. 'De economische ontwikkelingen in de groeimarkten blijven gezond en over de afgelopen jaren is de schuldpositie van die landen sterk verbeterd. Daarnaast is de vraag naar groeimarktobligaties stabieler geworden, wat de risico's van die obligaties heeft verlaagd. Maar tegenover die gunstige ontwikkelingen staat dat het renteverschil zich op het laagste peil in jaren bevindt. Hoewel het verschil nog kleiner kan worden, vinden wij een stabilisatie rond deze niveaus waarschijnlijker', zegt Drijkoningen.

De fondsbeheerder noemt twee risico's die de markt onder druk kunnen zetten. 'In 2006 zijn er veel verkiezingen in Latijns-Amerika. Politieke onzekerheid kan leiden tot een tijdelijke daling van de obligaties. Daarnaast kan een stijging van de Amerikaanse rente de risicoaversie bij beleggers doen toenemen. Beide risico's zijn in onze visie echter beperkt', zegt Drijkoningen.

Ook Karel De Cuyper nuanceert het risicoprofiel van groeimarktobligaties. 'Vanzelfsprekend is een belegging in groeimarktobligaties veel risicovoller dan in obligaties in euro. Maar de kwaliteit van die obligaties is veel hoger dan wordt aangenomen. Een obligatie met BB-rating van Brazilië heeft een hogere kwaliteit dan een bedrijfsobligatie met BB-rating', zegt De Cuyper. De hogere kwaliteit komt volgens de fondsbeheerder omdat IMF grondige controles doet op die landen.

Ook volgens Rob Drijkoningen mag het risicoprofiel niet overschat worden. 'De gemiddelde rating van groeimarktobligaties is 'BB' zodat het te vergelijken is met een portefeuille van hoogrentende obligaties. De volatiliteit, een maatstaf voor risico, van groeimarktobligaties is met 8 procent iets lager dan de 9 procent van hoogrentende obligaties. De volatiliteit van overheidsobligaties bedraagt 5 procent. Maar groeimarktaandelen zitten met 20 procent in een beduidend hogere risicoklasse', zegt Drijkoningen.

De fondsbeheerder verklaart het verschil in risico tussen groeimarktaandelen en groeimarktobligaties. 'Aandelen lopen risico's door het lokale bedrijfsbeleid en het lokale eigendomsrecht, zoals Joekos in Rusland liet zien. Obligaties lopen meer risico's door het fiscale en monetaire beleid van de regering', zegt Drijkoningen.

Voor het beheer van ING L Renta Fund Emerging Market Debt kan Drijkoningen een beroep doen op een uitgebreid team. 'Het fonds wordt beheerd door een stabiel team van acht fondsbeheerders met gemiddeld meer dan tien jaar beleggingservaring. Het team voegt waarde toe door een landenselectie op basis van economisch onderzoek met een focus op middellange termijn. Daarbij worden risico's goed in de gaten gehouden en door diversificatie beperkt. Doordat het team met mensen in Den Haag, Hongkong en de VS in alle tijdzones vertegenwoordigd is, kan het specifieke lokale informatie snel verwerken in de wereldwijde positionering', zegt Drijkoningen.

KBC Bonds Emerging Markets sluit nauwer aan bij de referentie-index. 'We hanteren een voorzichtige strategie waarbij kleine afwijkingen ten opzichte van de referentie-index worden toegestaan. Daarnaast speelt ook het durationbeleid een belangrijke rol. We zijn wat onderwogen in duration. Dat betekent dat de resterende looptijd van onze obligaties iets korter is dan in de index. Obligaties met een korte restlooptijd dalen minder bij rentestijgingen. Over de belangrijkste landen in het fonds zijn we positief. Die landen zijn Brazilië, Mexico, Rusland en Turkije. Verder zijn we ook positief over de Filippijnen', besluit De Cuyper.

Algemeen vormen groeimarktobligaties een mooie diversificatie in de portefeuille. Alleen zet de dreiging van een stijgende rente de populariteit van die fondsen wellicht onder druk.

PVM

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud